Britten en Sjostakowitsj in serie

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Oliver Knussen m.m.v. Rosemary Hardy (sopraan) en Raphael Wallfisch, cello. Programma: D. Sjostakowitsj: Eerste symfonie; Vijf fragmenten op 42; B. Britten: Our hunting fathers; Symfonie voor cello en orkest. Gehoord: 18/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio: VPRO Radio 4. Voortzetting: 29/9 ; 24/10 (Osiris Trio).

De gisteren door het Residentie Orkest onder leiding van Oliver Knussen in het Amsterdamse Concertgebouw begonnen Britten-Sjostakowitsj-serie belooft een van de opmerkelijkste muzikale gebeurtenissen van het jaar te worden. Niet alleen de omvang van de door het Concertgebouw zelf georganiseerde serie is met zeven concerten in de Grote Zaal en vier in de Kleine Zaal indrukwekkend, de serie zou bijna ook 'wereldberoemde dirigenten' kunnen heten: Gergjev, Haitink, Rohzdestvensky en Ashkenazy leiden een aantal van de volgende concerten.

De interesse voor Sjostakowitsj is in ons land laat ontstaan maar inmiddels enorm. De herdenking van de twintigste sterfdag van Britten, die overleed op 4 december 1976, leidt ertoe dat er dit seizoen naast deze serie opeens veel meer Brittenmuziek klinkt.

Het eerste concert van de serie plaatste Sjostakowitsj en Britten, de componisten die elkaar laat leerden kennen en hun vriendschap vooral via hun muziek intensiveerden, naast elkaar. Van beiden werd een vroeg werk uitgevoerd: de Eerste symfonie van de 19-jarige Sjostakowitsj en de liederencyclus Our hunting fathers van de 23-jarige Britten. Daarna klonken nog de op 9 juli 1935 geschreven Vijf fragmenten van Sjostakowitsj en de Symphony for cello and orchestra. Wat erg opvalt, maar bij juist grote componisten toch geen verbazing mag wekken, is dat ze in hun eerste werk al zó hoogstpersoonlijk zijn dat men er achteraf al de kenmerken en de essentie van hun hele oeuvre in kan horen. Bij Sjostakowitsj zijn dat het contrast tussen de spits-heldere kamermuzikale passages en de fanfare-achtige uitbarstingen, afgewisseld met eindeloos lange weemoed. Hetzelfde in de Vijf fragmenten, waarbij men denkt: als Sjostakowitsj nog een paar dagen langer had gewerkt, was dít zijn Vierde symfonie geweest.

Bij Britten valt op hoe effectief en fantasievol hij meteen al schreef voor zangstem en zo is het door Rosemary Hardy goed vertolkte Our hunting fathers, dat de mens als beest portretteert, niet alleen bijzonder vanwege dat engagement, maar ook als basis voor zijn omvangrijke vocale en opera-oeuvre.

Uiterlijke en inhoudelijke overeenkomsten zijn er tijdens zo'n concert ook genoeg te ontdekken: de door gestopte trompet en viool gecreëerde elegisch-serene stemming in het Lento uit Sjostakowitsj' Eerste werd in Brittens Cellosymfonie, suggestief gespeeld door Raphael Wallfisch, gereflecteerd in een passage voor gestopte trompetten en cello. Een hang naar het slavische gevoelsleven verbond Britten met Rostropowitsj en Sjostakowitsj.