Actieve vrouwen, drukke mannen

SOESTERBERG. In het nieuwe Sociaal en Cultureel Rapport staat dat mannen het nu drukker hebben dan vrouwen.

Roland: “Dat klopt wel. Ik heb heel weinig tijd. Ik werk drie dagen van veertien uur en twee dagen van elf, twaalf uur.”

Monica: “Zaterdags ben je ook wel eens weg.”

Roland en Monica wonen in een mooi huis aan een rustige laan. Roland is 34 jaar en heeft samen met twee collega's een fysiotherapiepraktijk. Monica is 33 en werkt bij een reclamebureau. Ze hebben twee kinderen, een jongen van anderhalf jaar en een jongen van 4 maanden. Roland loopt door de kamer, met de baby op zijn arm. Het jongetje huilt een beetje.

Roland: “Ik kan niet korter werken. Ik heb een praktijk met twee maten. We begeleiden topsporters en mensen die een ongeluk hebben gehad. We investeren voortdurend in kennis, we zoeken naar nieuwe behandelingsmethoden. Je raakt hoog-gespecialiseerd, en je kunt je werk niet zomaar aan een uitzendkracht overlaten. Daar komt bij dat we te maken hebben gekregen met een tariefdaling van 25 procent. Als je dan toch je inkomen wilt halen moet je meer omzet draaien.”

Monica: “Ik werk nu maar vijftig procent, want ik heb ouderschapsverlof opgenomen. Dat duurt een half jaar. Het werk vind ik wel leuk, ik zit achter de computer en ik lay out advertenties, en verpakkingen. Desk top publishing.”

Roland: “Ik mis het niet dat ik zo weinig vrije tijd heb.”

Monica: “Maar je klaagt er wel over.”

Roland: “Dat gaat over iets anders. Ik heb geen tijd voor mezelf. Als ik thuis ben vragen de kinderen altijd aandacht. We zijn met vakantie op Corfu geweest. Ik had een cd bij me met een cursus Grieks. Ik dacht: 'Elke dag een half uurtje, dat moet toch kunnen.' Niets van terecht gekomen. Ik ben misschien twee keer een kwartier bezig geweest. Er is altijd wel weer een kind dat een flesje moet krijgen.

“Ik zou wat meer aan sport willen doen. Het rare is, ik vertel mensen de hele dag dat ze moeten bewegen, aan sport moeten doen. Maar zelf leef ik niet volgens mijn eigen regels.”

Monica: “Ik zou ook willen sporten. 's Avonds, ja, dat zou kunnen. Maar dan moet ik toch een oppas hebben, en het probleem is: dan zie ik Roland helemaal nooit meer.”

Het leven begint hier 's ochtends om half zeven. Roland maakt flesjes melk klaar, de kinderen drinken ze op in het ouderlijke bed. Om half acht arriveert de oppas, een oudere vrouw uit de buurt. De beide ouders gaan naar hun werk. Roland in zijn auto naar de praktijk in Utrecht, Monica in haar auto naar het reclamebureau in Alphen aan de Rijn.

's Avonds eet Monica meestal alleen. “Mijn collega's vragen wel eens: 'Hoe kun je dat, is dat niet vreselijk ongezellig?' Maar ik ben niet jaloers op ze.”

Roland: “In de fysiotherapiepraktijk hebben wij afgesproken: we zetten ons vijf jaar lang voor honderd procent in. Dan moeten we iets hebben opgebouwd. Dan moeten we nieuwe mensen hebben opgeleid, en dan kunnen we gas terugnemen. Dat lijkt te lukken, maar je moet wel alert blijven.”

Monica: “Ronald doet wel wat in het huishouden, maar het meeste komt op mij neer. Ik doe de was, kook het eten, maak schoon.”

Ronald: “Ik doe dingen die mannen meestal doen. Ik maai het gazon, en ik heb laatst de vloer helemaal in de was gezet. Grof werk.”

Monica: “Vrouwen zijn meer wisselend bezig, ze doen allerlei dingen tegelijk, ze organiseren de boel. Roland doet wel eens boodschappen, maar niet uit zichzelf.”

Roland: “Ik wil alles halen, als jij het maar opschrijft.”

Het leven van taakcombineerders zoals het Sociaal en Cultureel Rapport de mensen noemt die werk en zorg combineren, is ingewikkeld en zwaar. Het zijn er steeds meer, ze moeten ook steeds meer doen en de grootste drukte concentreert zich in één levensfase.

Je zou het de Pyrrusoverwinning van de vrouwenemancipatie kunnen noemen. Vrouwen zijn gaan werken, ze ontworstelden zich aan de benauwenis van het gezinsleven, ze onderhandelden met hun mannen over de afwas en de boodschappen. Ze hebben zich een gelijkwaardiger positie verworven.

Maar het resultaat is dat niet alleen zij, maar ook hun mannen het drukker hebben dan ooit. In 1975 waren mannen van een jaar of dertig nog maar 47 uur per week met werk, onderwijs en huishouden in de weer, nu zijn dat er 55. Hun vrouwen zijn van 47 naar 50 uur gegaan. Het was niet de bedoeling, maar het is toch gebeurd.

Slechter zijn we van al die inspanningen niet geworden. Zoals een eveneens zeer druk bezette vrouw de natie eergisteren vertelde, zal de economische groei in ons land zowel dit jaar als volgend jaar boven het gemiddelde van de Europese Unie liggen.

Monica heeft besloten haar bijdrage aan die groei wat te verminderen. Als haar zwangerschapsverlof erop zit neemt ze ontslag. “De keuze was: of weer de volle werktijd, of stoppen. Elke dag werken wil ik niet. Daar heb je geen kinderen voor. Nietsdoen wil ik ook niet. Ik ga dus een baantje zoeken voor een paar dagen, liefst in de buurt.”