Vriezenveense kooplieden in Rusland

De Ruslui: Opkomst en ondergang van de Vriezenveense handelskolonie in Sint Petersburg. Met: Adinka Tellegen. Regie: Leo de Boer, in samenwerking met Karina Meeuwse. In: Amsterdam, Rialto.

Berichten van de Nederlandse manifestatie, die afgelopen week in Sint Petersburg de onthulling van een replica van het Zaandamse standbeeld van tsaar Peter de Grote begeleidde, melden dat geen van de vertoonde films op zo veel bijval kon rekenen als de documentaire De Ruslui van regisseur Leo de Boer en scenariste-onderzoekster Karina Meeuwse. Thematisch is er dan ook geen betere film voor de manifestatie denkbaar dan deze hommage aan de oude banden tussen Rusland en Nederland.

Gestoeld op uitgebreide research van Meeuwse, die zijn neerslag vond in haar tegelijkertijd verschenen boek Opkomst en ondergang van de Ruslui. Vriezenveense handelsfamilies in Sint Petersburg (1720-1920), volgt de film de wederwaardigheden van de orthodox-protestantse textielkooplieden uit Overijssel, die het aan de boorden van de Neva tot gerespecteerde leden van de Russische bourgeoisie brachten. Vermoedelijk hoorde een Vriezenveense marskramer rond 1720 in een herberg in Lübeck over de behoefte in de in 1703 gestichte nieuwe Russische hoofdstad aan Hollanders met een ondernemende handelsgeest. Aanvankelijk reisden de linnenverkopers heen en weer over de Hessenwegen tussen Oost-Nederland en Sint Petersburg, en lieten ze hun vrouwen en kinderen achter in de veilige Heimat. Later vestigden enkele families zich wel degelijk aan de Oostzee, totdat de Russische Revolutie hun bezittingen onteigende en de meesten noodgedwongen terugkeerden. Hun ook op volgende generaties overgedragen gevoelens van schaamte en vernedering over deze ervaringen verhinderde effectief dat er veel bekend werd over deze episode uit de geschiedenis.

De Boer, die vooral bekend staat als editor en regisseur van enkele eerdere documentaires (onder meer over Ierse onderwerpen en over Robert Bresson), koos voor een tweeledige aanpak om dit verhaal aan de vergetelheid te ontlokken. De historie werd gedramatiseerd in een aantal fictieve reconstructies. De zichtbare overdaad aan materiaal leidt tot een ingewikkelde structuur van flashbacks en flash-forwards, terwijl ook de acteurs en de enscenering nogal houterig aandoen.

Veel beter geslaagd is het puur documentaire, door de fictiefragmenten heen geweven aandeel. Daarin gaat Adinka Tellegen, een nazaat van de Ruslui, die de geheimzinnige taal heeft bestudeerd waarin haar moeder soms nog met haar ooms converseerde, in Sint Petersburg op zoek naar sporen van het verleden. De confrontaties met onbekende verre familieleden, met een beheerster van de voormalige Nederlands-hervormde kerk en met een sterk op Karel van het Reve gelijkende Russische Nederlander, die zorgvuldig de namen van de spelers van het Nederlandse voetbalelftal bijhoudt, zijn informatief, dramatisch en vaak ook ontroerend.

De gedeelde melancholie over het precommunistische verleden, die eindelijk weer op mag bloeien, zegt meer over de emotionele wortels van de Ruslui dan de zorgvuldig gestoffeerde en gedocumenteerde, maar toch weinig overtuigende fictiefragmenten. Het zou beter geweest zijn, ook met het oog op de documentatie en verbreiding van kennis over dit fascinerende stukje onbekende geschiedenis, het bij de werkelijkheid te laten.