Van beschermer tot griezelbeer

'Wat hebben wij op ons geweten; wat hebben wij nu gecreëerd? Hebben wij een monster gecreëerd?' Staatssecretaris van Financiën dr. Vermeend moet afgelopen week verwantschap hebben gevoeld met dr. Frankenstein. De twijfel nam volledig bezit van de PvdA-bewindsman na een betoog van VVD-senator Jaap Rensema.

Het monstrum dat de liberaal in de vergaderzaal van de Eerste Kamer tot leven riep, was de op een tekentafel van Financiën ontworpen boete-inspecteur, een ambtenaar waar Vermeend in de loop van het Kamerdebat de kwalificatie 'griezelbeer' voor bedacht. Het is moeilijk voorstelbaar, maar deze nu zo afschrikwekkend afgeschilderde persoon was ooit geïntroduceerd als onontbeerlijke rechtswaarborg voor de goedwillende belastingbetalers. Er heeft zich een spectaculaire omwenteling van beschermer tot boeman voltrokken.

In 1983 liep de belastingfraude de spuigaten uit. Zelfs al kwam er bij de beoordeling van belastingaangiften gesjoemel aan het licht, dan nog kon de inspecteur geen boete opleggen. Omdat het zo voor potentiële fraudeurs op een loterij zonder nieten leek, drong het toenmalige VVD-Kamerlid Frank de Grave aan op maatregelen. In een breed ondersteunde motie stelde hij voor de mogelijkheden voor de snelle beboeting van fraudeurs te verruimen. Inmiddels stoeit de wetgever al dertien jaar lang met die suggestie en daar zullen nog wel een paar jaar bij komen. Dat is te meer opmerkelijk, omdat de politiek al die tijd achter de ruimere bestraffingsmogelijkheden stond. Maar keer op keer dreigden nieuwe ontwikkelingen in de Europese rechtspraak roet in het eten te gooien.

Vermeend memoreerde in de Eerste Kamer hoe in de loop der jaren 'een optocht van commissies en adviseurs' hun licht over de invoeringsmogelijkheden liet schijnen in rapporten, artikelen en zelfs een hoorzitting in de Tweede Kamer. Gaandeweg werd duidelijk dat veel van de waarborgen waar de verdachte in een strafproces een beroep op kan doen, ook gelden voor belastingbetalers die te maken krijgen met een bestraffende belastinginspecteur. In 1991 oordeelde de gezaghebbende commissie-Van Slooten dat het opleggen van een boete direct bij het vaststellen van de aanslag ook naar de strenge Europese regels heel acceptabel is. Daartegenover moest er dan wel de waarborg komen dat administratieve fiscale boetes uitsluitend opgelegd zouden worden door aparte belastingambtenaren: de boete-inspecteurs. Die moesten borg staan voor een eerlijke, afstandelijke benadering van fiscale vergrijpen. Dat zou het einde betekenen van de ongewenste dubbelrol waarbij één inspecteur een aangifte bekijkt als administratief ambtenaar en tegelijk als strafoplegger.

Overeenkomstig de aanwijzingen van de commissie-Van Slooten kwam er een wetsvoorstel waarin de nieuwe fiscale straffen werden geïntroduceerd samen met een speciale functionaris voor het opleggen ervan. Bij zijn aantreden vond een niet al te enthousiaste Vermeend dit voorstel op zijn bureau. Half hopend op een negatief advies legde hij de zaak nogmaals voor aan een deskundige commissie, die hem evenwel van harte aanmoedigde om op de door het vorige kabinet ingeslagen weg voort te gaan. Vermeend verdedigde het plan toen toch maar in een kritische Tweede Kamer. Vooral de boete-inspecteur lag slecht. De in die tijd nog tamelijk makke Kamerleden lieten zich evenwel snel overtuigen door een staatssecretaris die nota bene zelf zijn onzekerheid niet onder stoelen of banken stak. Het voorstel voor de boete-inspecteur en de uitbreiding van de boetemogelijkheden, werd zonder stemming aangenomen en doorgezonden naar de Eerste Kamer. Daar kwam Vermeend er niet zo makkelijk vanaf.

Over een breed front, maar vooral van de VVD, kreeg hij de wind van voren. Vermeend liet zich er opmerkelijk gemakkelijk van overtuigen dat je eigenlijk niet veel hebt aan een boete-inspecteur. De redenering is dat die nodeloos spanning toevoegt aan de relatie tussen burger en fiscus. Bovendien introduceert de scheiding tussen de aanslagregelende inspecteur en de boete-inspecteur nieuwe bureaucratie en verstarring binnen de Belastingdienst.

Vermeend heeft het in de Tweede Kamer al flink aan de stok met de liberalen en had vorige week niet de minste behoefte aan eenzelfde confrontatie in de senaat over een onderwerp dat hem niet eens na aan het hart ligt. De bewindsman hield daarom de eer aan zichzelf door het wetsvoorstel terug te nemen. Na dertien jaar heen en weer praten zijn we nu terug bij af. Vermeend komt volgend jaar met een afzonderlijk voorstel om toch een boete na de eerste beoordeling van de aangifte mogelijk te maken. De waarborg in de vorm van een zelfstandig opererende boete-inspecteur komt niet meer terug en wordt slechts vervangen door Vermeends toezegging dat alleen 'zwendelaars' het risico van zo'n boete lopen. Ondertussen zit er Europese rechtspraak in de pijplijn die alle plannen op losse schroeven kan zetten. De voortekenen duiden daar al op. Nieuwe hooggeleerde commissies liggen dan in het verschiet. Het is dus nog maar de vraag of zelfs de actieve Vermeend kans ziet het uit 1983 stammende idee van Frank de Grave nog in deze kabinetsperiode te verwezenlijken.