Rekenkamer voor lakmoesproef

DEN HAAG, 18 SEPT. De Algemene Rekenkamer staat voor de ultieme lakmoesproef. Kan het zelf bepalen wat, hoe en wanneer zij rapporten naar buiten brengt of moet de controleur van 's rijks financiën naar de pijpen van bewindslieden dansen?

De ministers Wijers (Economische Zaken) en Zalm (Financiën) eisen van de Rekenkamer dat een rapport over het verlenen van financiële overheidssteun aan Fokker, Nedcar en DAF in zijn geheel vertrouwelijk blijft. Het rapport komt de bewindslieden slecht uit. Niet omdat het document hun beleid kraakt - dat zeggen ze tenminste - maar omdat ze bang zijn dat de drie onderzochte bedrijven met schadeclaims komen als gevoelige bedrijfseconomische gegevens op straat komen te liggen.

De Rekenkamer vindt dat onzin. “We weten heel goed hoe we met vertrouwelijke gegevens om moeten gaan,” is het verweer. De opstellers van het rapport vinden dat ze het, volgens Wijers en Zalm 'explosieve materiaal', voldoende hebben 'geabstraheerd' waardoor het niet meer te herleiden is naar de individuele bedrijven, ook al betreft het rapport 'Steunverlening aan grote ondernemingen' er slechts drie.

Rekenkamer-president Koning suggereerde al om delen van het rapport wel en andere delen niet openbaar te maken. Maar welke dat zijn moeten Wijers en Zalm maar aangeven, wat Koning betreft. Die wijzen de suggestie volstrekt van de hand: de Rekenkamer moet het rapport in zijn geheel vertrouwelijk aan de opdrachtgever, de Staten Generaal, presenteren.

“De Rekenkamer moet zijn grenzen kennen,” zei Koning vijf jaar geleden tegen deze krant. Het conflict tussen kabinet en Rekenkamer over het rapport over de staatssteun gaat kennelijk over de grenzen van vertrouwelijkheid.

Hoewel de gevolgen van het onderzoek naar de staatssteun ingrijpend kunnen zijn - het RSV-trauma ligt niet alleen vers in het geheugen, maar was ook mede de aanleiding voor het onderzoek naar Fokker cum suis - is het rapport bijzaak. Het gaat zowel de bewindslieden als de Rekenkamer om het principe. De eersten vragen zich af wat het begrip vertrouwelijkheid nog betekent als vroeger of later de resultaten van besloten overleg tussen bijvoorbeeld Tweede Kamer en bewindslieden of tussen het ministerie van Economische Zaken en het bedrijfsleven, in een rapport van de Rekenkamer terug te vinden zijn.

Voor dit college staat het begrip eveneens centraal, maar als leden van kabinet gaan bepalen welk rapport wel of niet uitkomt, is de onafhankelijke positie van de Rekenkamer in het geding.

De taak van het college is in artikel 76 van de Grondwet verankerd: “De Algemene Rekenkamer is belast met onderzoek naar de ontvangsten en uitgaven van het Rijk.” Onafhankelijkheid is daarbij het kernbegrip: de controleur bepaalt los van regering en Staten Generaal waarnaar het onderzoek doet en hoe en mag zelf weten wat van dat onderzoek naar buiten komt en wanneer.

Dat laatste blijkt niet vol te houden, want voordat de onderzoeksresultaten in de openbaarheid komen moeten de betrokken bewindslieden eerst kunnen reageren. Dit blijkt een uitstekend middel om de publicatie van Rekenkamer-rapporten tegen te houden. Zo ligt een rapport over de banenplannen van Melkert (Sociale Zaken) al ruim een jaar op de plank en dateert het onderzoek dat Wijers en Zalm zo vrezen van april dit jaar.

Beide ministers hebben hun bezwaren nu bij de Rekenkamer gelegd, waar een fundamentele discussie woedt over de definitie van de grenzen van vertrouwelijkheid.