Oude thema's terug in een nieuwe jas

Het kabinet-Kok drijft uit, want de economie draait op volle toeren. De drie paarse partijen en het CDA lijken zich al te profileren voor de verkiezingen over twee jaar. Veel plannen en visies lijken te zijn gebaseerd op het gedachtengoed van de grondleggers van de huidige 'middle class- verzorgingsstaat', vadertje Drees en KVP-leider Romme. Hoe zullen de 'goede en slechte risico's' worden verevend?

Het kabinet Kok is uitgeregeerd. Vrijwel alle belangrijke doelstellingen van het regeerakkoord zijn verwezenlijkt en het leeuwendeel van de aangekondigde maatregelen is uitgevoerd. Om de afstand tot aan de volgende verkiezingen, in 1998, te overbruggen is het kabinet begonnen aan het schetsen van toekomstperspectieven. Daarvoor zijn gisteren diverse nota's aan de Tweede Kamer aangeboden.

De nota's zijn echter vrijblijvend en moeten door volgende kabinetten in beleid worden vertaald. Het kabinet, zo wordt in Den Haag geopperd, zou eigenlijk een nieuw regeerakkoord moeten maken, dat als een appendix bij het vorige wordt gevoegd. Hoe nu verder met de verzorgingsstaat? Te beginnen met 1997. En vertaald in concreet beleid. Het kabinet heeft daar echter niet voor gekozen. De noodzaak voor nieuw beleid is afwezig. De economie draait volop. Er komen per jaar honderdduizend nieuwe banen bij. De werkloosheid daalt. De overheidsfinanciën staan er goed voor. Ja, zelfs het aantal uitkeringen neemt af. Waarom zou je je dan kwetsbaar maken?

Er is nog een andere reden waarom het kabinet geen nieuw beleid maakt en er voor kiest om de resterende twee jaar rustig uit te drijven. Door de samenstelling van het paarse kabinet en de gunstige economische wind uit het buitenland (het wereldhandelsvolume groeit sinds 1994 met gemiddeld 6,5 procent per jaar na in 1993 nog met 0,3 procent te zijn afgenomen) zijn de verschillende politieke partijen zo dicht op elkaar gekropen dat ze als druppels water op elkaar zijn gaan lijken. Door het economische succes van het paarse kabinet en door interne leiderschapsproblemen is ook de grootste oppositiepartij, het CDA, machteloos geworden.

Voor verkiezingen heb je strijdpunten nodig en profilering. Die elementen zijn nu binnen de vier grootste politieke partijen in de maak. De politieke partijen positioneren zich nu al voorzichtig voor de verkiezingen van 1998. De komende anderhalf jaar zal de intensiteit van deze profilering snel toenemen. Sinds eind vorige week zijn er vanuit onverwachte hoek nieuwe thema's aan de discussie toegevoegd. De vice-voorzitter van de CDA-Tweede Kamerfractie, Jaap de Hoop Scheffer, liet zich in deze krant uit over de onderwerpen bezitsvorming en afschaffing van het wettelijk minimumloon. De thema's grijpen terug op de oude katholieke staatsleer, maar hebben een nieuw jasje gekregen.

Een andere vice-fractievoorzitter, die van de PvdA, presenteerde in perscentrum Nieuwspoort voor een bomvolle zaal de nota Sociale zekerheid bij de tijd. Het document, dat is geschreven door een projectgroep onder leiding van Karin Adelmund, is van belang omdat het aangeeft in welke richting de PvdA zich nu begeeft: terug in de tijd, richting jaren vijftig - de era Willem Drees - naar een maatschappij waarin de wetgever de door sociaal-democraten gewenste solidariteit wettelijk afdwingt.

Bij D66 heeft de minister van Economische Zaken en beoogd opvolger van Van Mierlo, Hans Wijers, zich evenmin onbetuigd gelaten. In een ordinair partijtje straatvechten met PvdA-minister Ad Melkert (Sociale Zaken) heeft hij zijn thema's voor 1998 gemarkeerd: verdere hervorming van het stelsel van sociale zekerheid, waarbij hoogte en duur van de uitkeringen (met name de WW) niet onaangetast mogen blijven. Achter de stellingname van Wijers schuilt een totaal andere opvatting van hoe de economie en de maatschappij zich ontwikkelen dan achter die van Melkert.

VVD-leider Bolkestein ten slotte heeft de afgelopen weken zijn oude thema's nog eens flink opgepoetst: het toptarief van de inkomstenbelasting moet omlaag naar 50 procent en de vermogensbelasting moet stapsgewijs worden afgeschaft om de rijken meer lucht te geven. Aan de andere kant van het inkomensspectrum zal het wettelijk minimumloon onder premier Bolkestein (gezien recente opiniepeilingen niet ondenkbeeldig) met 30 procent worden verlaagd.

Tot afgelopen zaterdag leek niets een tweede paars kabinet in de weg te staan. Niet zozeer omdat de huidige paarse regeringspartijen het zo over alles eens zijn, maar omdat het aan een krachtig oppositiegeluid ontbrak. Dat is er nu wél gekomen uit de mond van Jaap de Hoop Scheffer. De buitenlandwoordvoerder van de CDA-fractie en kandidaat-lijsttrekker heeft in staccato een aantal economische thema's gedicteerd die de weg kunnen banen naar een sociaal-conservatief kabinet met de VVD en D66. De Hoop Scheffer grijpt terug op de sociaal-economische kernthema's van de oude Katholieke Volkspartij (KVP), de eens oppermachtige voorloper van het CDA: bezitsvorming, gedifferentieerde loonvorming en een beperkte, aanvullende rol van de staat. Hij noemt zich de erfgenaam van Schaepman, Nolens, Romme en Schmelzer.

Alleen wanneer de krachten van individuen en lagere gemeenschappen tekortschieten, zo grijpt De Hoop Scheffer terug op de katholieke sociale leer, mag de overheid aanvullend optreden. Bij de uitwerking van dit beginsel onderscheidt De Hoop Scheffer zich van de belangrijkste stroming in de partij waarmee het CDA het laatst heeft geregeerd: de PvdA. Deze stroming, met politici als Wallage, Adelmund, Vreeman en Melkert, wil allerlei collectieve rechten en plichten wettelijk vastleggen en de staat als voogd van de bevolking laten optreden.

De zorg voor het algemeen welzijn vereist volgens de aartsvaders van de katholieke sociale leer een actieve rol van de staat. De oude KVP was daarom voorstander van een 'geleide economie'. De rol van de staat moest niet beperkt zijn tot die van nachtwaker. Een verwijzing naar de Nachtwakerstaat van de vorige eeuw, die werd (en wordt) voorgestaan door veel liberalen. De nachtwaker komt alleen dan in actie als er op straat een gaslamp is uitgegaan. VVD-leider Bolkestein laat zich vaak in deze richting uit. Hij wil de taken van de overheid sterk reduceren.

De Hoop Scheffer voelt niets voor een nachtwakerstaat, zegt hij. Hij is meer verwant met de oude VVD van Hans Wiegel (nu Eerste-Kamerlid), die net als de KVP vroeger, de nadruk legde op bezitsvorming. Wiegel was de kampioen van de middenstanders, de Telegraaflezers en de hoofdarbeiders. Hij pleitte voor bezitsvorming en vond dat de staat dit bezit diende te beschermen (nadruk op criminaliteitsbestrijding).

Geen partij heeft echter zo de noodzaak van een uitbreiding van het private bezit over de massa van het volk onderstreept - met name door deelneming in de eigendom van de produktiemiddelen - als de KVP. De KVP onderscheidde zich met haar pleidooien voor bezitsvorming en een geleide economie van de ARP en de CHU, de gereformeerde en Nederlands-Hervormde vleugels van het huidige CDA.

De sociaal-economische visie van de vroegere ARP werd goed verwoord door Colijn in de jaren dertig (en in een mildere variant door Jelle Zijlstra in de jaren zestig). Colijn was voor het principe van staatsonthouding. Hij wilde bij de overheidsuitgaven de tering naar de nering zetten. De huidige CDA-leider, Enneus Heerma, komt voort uit deze neo-calvinistische traditie. De Hoop Scheffer grijpt daarentegen zoals gezegd terug op andere filosofieën en KVP-thema's zoals de bezitsvorming, die nog in het vierde kabinet-Drees (1956-1958) een belangrijke rol speelde. Het ministerie van Binnenlandse Zaken werd destijds zelfs omgedoopt in ministerie van Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie.

De sociaal-democraten onder leiding van Drees waren in de jaren vijftig tegen bezitsvorming en loondifferentiatie omdat dit ertoe kon leiden dat de één meer krijgt dan de ander. De PvdA wilde de beloning voor arbeid niet afhankelijk maken van de resultaten van de onderneming of de bedrijfstak waar de betreffende arbeiders werkten. De geestelijke nazaten van Drees (Kok, Melkert, Wallage, Adelmund, Vreeman) maken zich elke dag nog steeds druk om een zo rechtvaardig mogelijke inkomensverdeling en vinden dat de overheid daarbij een hoofdrol heeft te vervullen.

De Hoop Scheffer wil een andere richting inslaan. Hij wil het wettelijk minimumloon afschaffen en pleit voor werknemersaandelen in het eigen bedrijf (volkskapitalisme). Afschaffing van het minimumloon leidt aan de onderkant van de arbeidsmarkt tot een geweldige differentiatie. Nu liggen de inkomens van de mensen onder modaal (vijftigduizend gulden bruto per jaar) nog dicht op elkaar, zeker als allerlei inkomenssubsidies en de heffing van belastingen en sociale premies in de beschouwing worden betrokken. Als de bodem uit het inkomensgebouw valt zal dat met name aan de onderkant grotere inkomensverschillen tot gevolg hebben. Het voorstel van de CDA-politicus is dus volledig consistent met de ideeën van zijn peetvaders uit de jaren vijftig en zestig, Romme en Schmelzer.

De tweede pijler van de sociaal-economische democratie, naast bezitsvorming, was voor de KVP de uitbouw van de medezeggenschap. De partij onderstreepte het belang van een zo groot mogelijke zelfwerkzaamheid en een zo groot mogelijke eigen verantwoordelijkheid. Binnen veel ondernemingen wordt de roep daarom thans ook groter. Niet zozeer uit ideologische overtuiging, alswel ingegeven door noodzaak. Bedrijven moeten steeds harder concurreren om het hoofd boven water te kunnen houden. Daarbij wordt het belang van de frontliners, de werknemers die het dichtst bij de klant staan, steeds groter. Zij moeten snel zelf beslissingen kunnen nemen en dienen dus veel eigen verantwoordelijkheid te hebben. Als programmapunt sluit meer ondernemingsdemocratie dus uitstekend aan bij wat er in het bedrijfsleven aan de hand is.

Tussen de visie van De Hoop Scheffer en die van de Democraat Wijers zijn raakpunten. Wijers heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij ook graag van het huidige wettelijk minimumloon af wil. Bovendien is Wijers overtuigd van het nut van een gedifferentieerde loonontwikkeling. De zekerheid van baan en inkomen zal ook voor de huidige vaste werknemers sterk gaan afnemen. In de nabije toekomst zullen inkomsten fluctueren in de tijd, afhankelijk van hoe goed het de bedrijven vergaat waar de werknemers werken. Inkomens zullen niet meer gelijkmatig omhoog gaan. Automatische periodieke loonsverhogingen zullen worden afgeschaft en zelfs loonsverlaging zal tot de mogelijkheden gaan behoren, zeker voor de oudere werknemers, wier arbeidsproduktiviteit afneemt.

Het toekomstbeeld van pieken en dalen in de inkomens van werknemers heeft Wijers gebracht tot het idee van de middelloon-WW. De WW moet volgens Wijers niet meer worden afgeleid van het laatstgenoten loon, maar van het loon dat gemiddeld over een bepaalde periode is verdiend. Op die manier worden de pieken en dalen in het inkomen weggewerkt. Wijers kwam over deze materie in conflict met PvdA-minister Melkert. Die wil van geen enkele aantasting van de WW-rechten van werknemers weten. Hij wil werknemers niet in een roller coaster stoppen, waarbij hun inkomens snel omhoog en weer omlaag kunnen gaan. Verkregen rechten mogen niet worden aangetast, meent hij. Er is volgens Melkert voor looninkomens maar één richting mogelijk: omhoog. Het economische beeld van Wijers en De Hoop Scheffer en ook van de VVD wijkt daarvan af.

De vorige week verschenen nota van Adelmund sluit aan bij het beeld dat Melkert schetst: mensen moeten zoveel mogelijk wettelijke rechten krijgen, waar vervolgens op geen enkele wijze aan mag worden getornd. “Te grote onzekereheid leidt niet tot een veranderingsgezinde opstelling van werknemers, maar tot angstig en terughoudend gedrag”, schrijft Adelmund in haar nota.

Over de kosten van het stelsel is de afgelopen jaren wel genoeg gesproken, vindt zij. Het moet nu gaan over de baten van het stelsel en hoe die te vergroten. Sociale zekerheid moet volgens Adelmund “om zichzelfs wille, om redenen van sociale rechtvaardigheid, verdedigd worden” en niet op basis van economische overwegingen worden uitgekleed. Adelmund duikt daarmee net als Jaap de Hoop Scheffer terug in de tijd. Zij grijpt aan bij Willem Drees, Marga Klompé - de moeder van de Bijstand - en andere godfathers van de verzorgingsstaat uit de jaren vijftig en zestig. Bij het opnieuw uitbouwen van de verzorgingsstaat is een duidelijke rol voor de overheid als wetgever weggelegd.

De Hoop Scheffer pleit met Wijers (D66), Bolkestein en Zalm (beide VVD) voor meer individuele keuzevrijheid voor burgers. Deze politici zijn voorstander van een sociaal-zekerheidsstelsel waarbij bovenop een van overheidswege gegarandeerd minimum, een eigen, naar aard en omvang variërend sociaal-zekerheidspakket wordt samengesteld. Dit heet wel het 'cappuccinomodel', waarbij het door de overheid gegarandeerde minimum staat voor de koffie, de aanvullingen op bedrijfstak- en ondernemingsniveau voor de melk en de individuele regelingen voor de cacao.

Adelmund wijst dit model af. “Sociaal-democraten”, zo schrijft ze, “zouden er rond voor moeten uitkomen dat een dergelijke keuzevrijheid niet hun eerste zorg is. Wie de sociale zekerheid toegankelijk en betaalbaar wil houden en daartoe een verevening van goede en slechte risico's nastreeft, stelt onvermijdelijk nauwe grenzen aan de vrijheid van burgers om hun zaken in dit opzicht zelf te regelen”. Dit is dus terug naar Vadertje Drees en weg van De Hoop Scheffer en zijn politieke voorvader Romme.

Volgens Adelmund zullen de middengroepen zich aangesproken voelen door de brede verzorgingsstaat die zij schetst, door de solidariteit met anderen. “De sociale zekerheid die de sociaal-democratie nastreeft, is er voor iedereen”, schrijft Adelmund. “Het bindt de middengroepen, uit een mengeling van eigenbelang en altruïsme, aan een brede verzorgingsstaat; aan voorzieningen voor iedereen, doelmatig ingericht en op basis van een eerlijke verdeling van de lasten. Aantasting van dit middle class-karakter van de verzorgingsstaat (bijvoorbeeld door bezuinigingen op de boven-minimale uitkeringen) kan een vicieuze cirkel op gang brengen, waarbij hogere inkomensgroepen hun eigen sociale zekerheid organiseren, en zij de verzorgingsstaat steeds minder als de hunne ervaren.”

De Hoop Scheffer, Bolkestein en Wijers zijn die door Adelmund verfoeide richting al lang ingeslagen. Het nieuwe pensioensysteem dat de liberalen, inclusief Wijers, bepleiten, gaat in deze richting. Het collectief verplichte pensioen wordt op een lager niveau vastgesteld. En er komt meer vrijheid voor bedrijven en burgers om daar bovenop zelf iets te regelen. Minister Melkert heeft namens de PvdA lang vastgehouden aan zoveel mogelijk collectieve plichten, maar hij heeft het uiteindelijk afgelegd tegen Zalm (VVD) en Wijers. Op een ander punt - de versobering van de WW - heeft hij de liberale golf getrotseerd. Toch maakt met name D66-minister Wijers er geen geheim van dat hij ook zal blijven beuken op dit bastion van de PvdA.

Waar met name de VVD en het CDA van Jaap de Hoop Scheffer ook veel overeenkomsten vertonen is op het punt van huizenbezit. De Hoop Scheffer wil het Duitse systeem van bouwrente (een spaarsysteem met gunstige rente en een premie van de overheid) introduceren en op langere termijn het huurwaardeforfait afschaffen. Anders dan fiscalisten ziet hij het eigen huis niet als inkomensbron, maar als bezit. Ook wil hij het eigen huis uit de vermogensbelasting halen.

Het speelveld overziende kan geconcludeerd worden dat de PvdA zich van het paarse kabinet verwijdert en dat er een potentiële nieuwe coalitiepartner voor de VVD en D66 aan de horizon is verschenen: het CDA van Jaap de Hoop Scheffer. De nieuwe thema's die hij en ook Wijers en Bolkestein aandragen bepalen mede de contouren van de verkiezingsstrijd die zich al aandient, met als inzet de modernisering van de verzorgingssstaat.