Momcilo Krajisnik; Servische 'Mr. No'

“Meneer de president, u weet dat ik u zeer respecteer. Maar ik moet eerlijk zijn: ik spring liever van dit balkon dan het [Vance-Owen-]vredesplan te accepteren.”

Dat zei op een avond in mei 1993 Momcilo Krasjisnik op de vijfde verdieping van een Atheens hotel tegen Dobrica Cosic, toen president van Joegoslavië, die met de Servische leider Milosevic naar Athene was gekomen om de Bosnische Serviërs te dwingen het vredesplan van de bemiddelaars Vance en Owen te accepteren. De leider van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic, was al gezwicht: Krajisnik was de laatste die dwars lag.

Een dag later zette Karadzic zijn handtekening onder het plan. Maar kort daarop was het vooral Momcilo Krajisnik die het parlement van de Bosnische Serviërs - waarvan hij voorzitter was - ertoe bracht het vredesplan alsnog af te wijzen. Het Vance-Owen-plan verdween van tafel en de oorlog ging door.

Krajisnik wordt algemeen gezien als de meest hardnekkige, als de meest uitgesproken havik onder de leiders van de Bosnische Serviërs. Hij is - anders dan de gretige, ambitieuze en ijdele Karadzic - koelbloedig en rationeel. Hij is ook pragmatisch, en dat zou kunnen betekenen dat Krajisnik, na vier jaar oorlog tegen de moslims en Kroaten, in het staatspresidium wellicht toch zou kunnen samenwerken met de moslim Izetbegovic en de Kroaat Zubak.

Maar makkelijk zal het niet gaan. “Ik haat de moslims”, zei hij onlangs, al voegde hij daaraan toe: “Maar ik haat hen niet méér dan zij mij haten.”

Haat is er niet altijd geweest. Krajisnik was in 1990 en 1991 de enige Bosnisch-Servische leider die goed overweg kon met de moslims. Hij leidde de onderhandelingen met Izetbegovic: De twee konden goed met elkaar opschieten. Pas na het uitbreken van de strijd gingen ze uiteen, als vijanden.

Krajisnik - 'Momo' voor zijn vrienden - werd 52 jaar geleden als boerenzoon geboren in Zabrdje, ten oosten van Sarajevo. Hij was in zijn jeugd activist voor de communistische jeugdbeweging en studeerde economie in Sarajevo. Daarna werkte hij 22 jaar bij het bedrijf Energoinvest, uiteindelijk als financieel directeur van de afdeling die onderdelen voor kernreactoren fabriceerde. In 1983 zat hij acht maanden gevangen wegens verduistering - een aanklacht waarvan hij in hoger beroep werd gezuiverd.

Dat proces garandeerde hem later een hoge plaats op de politieke ladder, want toen de etnische relaties begonnen te verslechteren, interpreteerden de Serviërs het proces alsnog als een politiek proces tegen een onschuldige Serviër. Krajisnik sloot zich aan bij de radicaal-nationalistische Servische Democratische Partij van zijn vriend Karadzic en werd na de eerste vrije verkiezingen voorzitter van het Bosnische parlement. Na de uittocht van de Servische leden in 1991, en de vorming van een eigen parlement van de Bosnische Serviërs werd Krajisnik daar voorzitter van: de tweede man van de Serviërs na Karadzic.