Magistratuur haalt uit naar Sorgdrager

DEN HAAG, 18 SEPT. Minister Sorgdrager moet zich niet bemoeien met beslissingen van individuele officieren van justitie. Dit stelt de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) in een brief aan de Tweede Kamer over de verhouding tussen de minister en het openbaar ministerie.

De NVvR reageert op een brief die de minister eind juni naar de Tweede Kamer stuurde. Hierin stelt zij dat het openbaar ministerie in de eerste plaats een bestuursorgaan van de centrale overheid is en geheel onder haar verantwoordelijkheid en zeggenschap valt. De NVvR bestrijdt dit, zij vindt dat het OM in de eerste plaats tot de rechterlijke macht behoort. Bij de NVvR, de belangenvereniging voor de rechterlijke macht, zijn vrijwel alle rechters en officieren van justitie aangesloten.

In haar brief stelde Sorgdrager voorts dat zij het tot haar taak rekent voor het OM algemene beleidskaders vast te stellen “met name ten aanzien van te stellen prioriteiten”, en dat het college van procureurs-generaal (de leiding van het OM) richtlijnen voor officieren van justitie eerst aan haar moet voorleggen. Ook wil Sorgdrager door middel van “een bijzondere opdracht” kunnen interveniëren in “concrete opsporings- en vervolgingsbeslissingen”.

De NVvR noemt deze interpretatie van de bevoegdheden van de minister “een radicale en onwenselijke breuk met het verleden”. Secretaris Stemker Köster van de NVvR: “De minister kan een algemene richtlijn geven, bijvoorbeeld bepalen dat een overtreding van de maximumsnelheid pas wordt beboet bij meer dan vijf kilometer te hard. Maar de minister zegt nu: in dit geval moet je de wet zó toepassen en in dat geval zó. Dat zet de deur wagenwijd open voor politieke beïnvloeding. Hoe kun je dan als rechter nog vaststellen of dat gebeurt op grond van de wet en niet op grond van een politieke overweging?”

De NVvR schrijft in haar brief dat een wettelijke basis voor de opstelling van Sorgdrager ontbreekt. “Aan het OM - en niet aan de minister van Justitie - is bij uitsluiting de vervolging van strafbare feiten opgedragen.” De NVvR meent wel dat de politieke verantwoordelijkheid van de minister is toegenomen doordat de criminaliteit een steeds grotere claim op het justitie-apparaat heeft gelegd. “Maar op het OM rust als onderdeel van de rechterlijke macht de plicht om vrij van (politieke) beïnvloeding en zonder aanzien des persoons in individuele gevallen recht en wet toe te passen.”

    • Joke Mat