Londense City is spoor bijster als het over EMU gaat

LONDEN, 18 SEPT. Britse bedrijven en financiële instellingen kunnen opgelucht ademnhalen. De City, Londens financiële centrum, hoeft niet langer voor de ondergang te vrezen.

Groot-Brittannië is klaar voor invoering van de Europese economische en monetaire unie (Emu). En het maakt niet uit of de pond sterling meedoet of dat de regering toch besluit om van de Europese munt verschoond te blijven: de City kan er in beide gevallen alleen maar beter van worden. Dat is de blijde boodschap die de Bank of England deze week verbreid heeft in een lijvig, technisch rapport waarin ze inzicht geeft in de Britse voorbereidingen op een monetaire Unie. Soortgelijke geruststellende woorden sprak Eddie George, gouverneur van de centrale Britse bank, deze week ook in een interview met de Financial Times.

“Ik denk dat de Emu voor de City gegarandeerd een geweldige mogelijkheid biedt”, zei George tegen het financiële dagblad. “Ik denk dat de potentiële voordelen aanzienlijk groter zijn dan de potentiële nadelen.” Voorwaarde is wel dat onderhandelingen over de monetaire unie “constructief en in wederzijds belang” blijven verlopen. De Britse bankdirecteur ziet niet in waarom er tweespalt zou moeten onstaan tussen Europese landen die wel en niet meedoen aan de Emu. Dat banken in landen die de Europese munt direct omarmen een voorkeursbehandeling zouden krijgen bij de de handel in de euro, is voor George volstrekt ondenkbaar. Maar dat concurrentievoordeel is wel wat Britse banken vrezen en waar Duitse en Franse banken hartstochtelijk voor hebben gepleit.

De sussende woorden van de Bank of England en haar voorman maken geen einde aan de ongerustheid en verwarring die het laatste half jaar binnen het Britse bedrijfsleven sneller dan de FT-index zijn gestegen. Is invoering van een Europese munt nu wel of niet in het belang van Groot-Brittannië? En wat als de EMU straks toch van de grond komt, met Duitsland en Frankrijk, terwijl het Verenigd Koninkrijk daar buiten blijft?

In deze onzekere tijden zoeken Britse managers massaal hun toevlucht bij de sterrenwichelaars van de eindjaren negentig, in workshops, seminars en lezingen. Een nieuwe geloofsindustrie floreert.

Een kleine honderd leidinggevenden uit de verzekeringsbranche verzamelen zich deze middag in het post-moderne London Underwriting Centre om zich door twee deskundigen de enig juiste weg te laten wijzen. Boven de uniform-grijze pakken staan hun gezichten van verwachtingsvol tot hunkerend. Maar de twee apostelen verkondigen verschillende religies. Ze spreken niet eens dezelfde taal. Na afloop heerst er een babylonische spraakverwarring en is de vertwijfeling onder de duidelijk aangeslagen aanwezigen zo mogelijk nog groter dan bij het begin.

Laat je niet gek maken, zegt de eerste deskundige met een glimlach die maar niet van zijn gezicht wil wijken. Hij is één van de onafhankelijke adviseurs van minister van financiën Kenneth Clarke, de hoogleraar Tim Congdon. “De Emu komt er toch niet. Niet in 1999, niet in 2002 en niet in 2020”, zegt Congdon. “De Emu is bedrog.”

Nadrukkelijk noemt Congdon zich een internationalist die vóór een Europese monetaire unie zou zijn als dat plan ook reëel was. “Maar nooit in de geschiedenis is het vertoond dat souvereine staten een munteenheid delen. Een monetaire unie zonder politieke unie is ondenkbaar en de huidige plannen voorzien niet in een politieke unie. Wie moeten in zo'n constructie de besluiten nemen? Politici of ambtenaren van een centrale Europese bank in Frankfurt? Er zullen altijd belangentegenstellingen bestaan tussen de centrale bank en regeringen van deelnemende landen. Dergelijke conflicten blijven onoplosbaar zonder federale Europese staat.” Congdon sluit niet uit dat er in 1999 toch een euro ingevoerd gaat worden. Zoals ook de ecu ooit als rekeneenheid is geïntroduceerd. Maar een echte munteenheid zoals de dollar kan dat volgens Congdon nooit zijn. Hij geeft de verzekeraars het advies om in contracten vooral rekening te houden met de mogelijkheid dat die Europese munt er nooit komt.

Na die overmaat aan scepsis is de overgang naar het enthousiasme van de tweede spreker wel erg groot. John Stevens, voormalig valutahandelaar in de City, tegenwoordig Europees parlementslid voor de Britse Conservatieven, gelooft met heel zijn wezen in het heil dat een monetaire unie Europa kan brengen, in de eerste plaats aan Groot-Brittannië. Als de Britse regering die kans maar aangrijpt en niet passief, laat staan afzijdig, blijft.

Voorbereidingen voor invoering van de monetaire unie hebben landen als Duitsland en Frankrijk al gedwongen om de rol van de staat terug te dringen en hun markten te liberaliseren, in het spoor van Groot-Brittannië, zegt Stevens. Introductie van een Europese munt zal voorgoed een eind maken aan de worsteling van politici met het vrije marktmechanisme die ze door toenemende globalisering toch al aan het verliezen waren. Eindelijk zal de vrije markt het voor het zeggen krijgen. Ondenkbaar dat politiek en economie losgekoppeld worden? “Dat dachten ze honderd jaar geleden ook over het bondgenootschap van politiek en geloof”, verklaart Stevens triomfantelijk.

Bij een gedepolitiseerde economie kan de City volgens Stevens alleen maar gedijen. Binnen Europa zal de dominantie van Londens financiële centrum alleen maar groter worden door realisering van een monetaire unie. Als Groot-Brittannië in de euro weer een mondiale munteenheid krijgt, steekt Londen zelfs Tokio en New York naar de kroon.

Kans of bedreiging? Van experts hoeven de Britse instellingen en bedrijven geen eenduidig antwoord te verwachten, net zomin als van belangengroepen. Er gaat geen week voorbij of ze komen met rapporten, opiniepeilingen en essays die elkaar voortdurend tegenspreken. Zij die duidelijkheid en zekerheid zouden moeten verschaffen maken de chaos pas compleet.

'Britse directeuren in grote meerderheid tegen een monetaire unie', bazuinde vorige week een peiling van beursgenoteerde bedrijven door de firma Price Waterhouse. Volgens het onderzoek is bijna zestig procent van de ondernemers tegen Britse toetreding tot de EMU. Een pond sterling dat plaats maakt voor de euro zal leiden tot hogere belastingen en rente, luidt hun doemscenario.

Maar Price Waterhouse heeft zich kennelijk tot andere bedrijven gewend dan de Confederation of British Industry en de British Chambers of Commerce, het Verbond van Britse bedrijven en de Britse kamers van koophandel. Een enquête van die twee belangenorganisaties wees juist uit dat een meerderheid van de ondernemers welwillend staat tegenover Britse deelneming in een monetaire unie. Een meerderheid van de ondervraagden in de City verklaarde dat de concurrentiepositie van Europa's grootste financiële centrum door de EMU zou worden versterkt.

Bedrijven en vakorganisaties in landen als Nederland, Ierland en Duitsland hebben nog het houvast van een vastomlijnd regeringsstandpunt. Hun overheden hebben zich al in een vroegtijdig stadium achter invoering van een monetaire unie geschaard. Maar Groot-Brittannië houdt zorgvuldig alle opties open: meedoen, niet meedoen. Daarom is het debat over de EMU nergens zo hevig als op het Britse eiland. Daarom is de ongewisheid ook nergens anders zo groot.