Groenland hoopt op bodemschatten

Zelfs in zijn mooiste dromen laat Groenlands regeringschef Lars Emil Johansen de band met het Deense moederland niet helemaal los: “Ook als we met olie, zink, koper of andere grondstoffen rijk worden, zullen we het koninkrijk Denemarken niet geheel verlaten.”

Niettemin is niet alleen voor Johansen zelf, maar ook voor de meesten van zijn 55.000 landgenoten op het grootste eiland van de wereld aan de in de late zomer begonnen eerste olieboring op het schiereiland Nuussaq de hoop verbonden eindelijk los te komen van de economische en daarmee ook politieke afhankelijkheid van Kopenhagen.

Met de eerste grote boring op land door het Canadees-Groenlandse consortium GrönArctic is het startschot gegeven voor een grootscheepse jacht naar grondstoffen onder de meestal hard bevroren arctische bodem. Het aantal uitgegeven boorconcessies is “als gevolg van de agressievere regeringspolitiek inzake bodemschatten” van twintig per jaar gedurende de laatste jaren gestegen tot 70 in de eerste helft van dit jaar, aldus Johansen.

Behalve olie en gas op het land alsook voor de kust hopen de deelnemende onderneminghen uit Canada, Australië, Groot-Brittannië en Groenland alsook Denemarken vooral zink, nikkel en koper te vinden.

Maar de weg van hoop op vondsten naar daadwerkelijke inkomsten is nog heel lang. “We hebben hier enkele concrete successen nodig”, zegt Eric Andersen, een Canadese boorexpert die zijn Groenlandse partners voor overdreven optimisme waarschuwt: “De wereldwijde concurrentie bij het zoeken naar grondstoffen is ongelooflijk hard geworden.”

In vergelijking met concurrenten in Afrika, Zuid-Amerika en landen van de voormalige Sovjet-Unie heeft Groenland langdurige politieke stabiliteit als belangrijkste voordeel, maar anderzijds heeft het te lijden onder de geografische omstandigheden. Andersen: “Het extreem harde klimaat en de geweldige afstanden maken elke investering op dit arctische eiland tot een zeer grote krachtsinspanning.”

Om deze reden is uit de steeds verdergaande politieke autonomie van Groenland sinds het einde van de jaren zeventig geen economische zelfstandigheid voortgekomen. In de hoofdstad Nuuk wordt over alle nationale zaken behalve buitenlandse en veiligheidspolitiek alsmede de rechtspraak autonoom beslist. En Groenland heeft zich op eigen houtje losgemaakt van de Europese Unie.

Maar dat alles heeft er niet toe geleid dat de welvaart, die gemiddeld overeenkomt met die van Middeneuropese landen, alleen door de jaarlijkse subsidies uit Kopenhagen ter grootte van ongeveer drie miljard kronen (bijna 1 miljard gulden) gehandhaafd kan worden. Dat komt overeen met de helft van het bruto nationaal produkt, de andere helft komt vrijwel uitsluitend voort uit de export van krabben, Groenlands belangrijkste visserijprodukt. Toenemende inspanningen om met toerisme een tweede economische pijler te krijgen, hebben de laatste jaren wel geleid tot een stijgend aantal bezoekers, maar stuiten wegens het ontbreken van hotelcapaciteit en gebrek aan kapitaal op nauwe grenzen.

Met het oog op de gehoopte exploitatie van bodemschatten heeft de Groenlandse regering dit jaar het groene licht gegeven voor de bouw van zeven kleine vliegvelden langs de 2000 kilometer lange westkust. Johansens regering wil daar iets meer dan een miljard kronen aan uitgeven, een enorm bedrag voor een land met een begroting van drie miljard kronen.

Sceptische bezwaren als zou het land zich deze grote investering niet kunnen permitteren, wijst premier Johansen af: “Wij kunnen de ligging en het klimaat niet veranderen. Het investeringsklimaat willen we echter beter maken waar dat maar mogelijk is.” (DPA)