Dirigent Gergjev pleit voor Sergej Prokofjev

De Russische dirigent Valery Gergjev zal tijdens het naar hemzelf vernoemde festival in Rotterdam werken van onder anderen Prokofjev laten horen. Volgens Gergjev is Prokofjev een van de meest onderschatte componisten van deze eeuw. “Elke paar maten is er een cadeautje”, zegt hij.

Gergjev Festival: De Doelen, Rotterdamse Schouwburg en De Unie, Rotterdam. 18-27/9.

Valery Gergjev, de chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, begint vanavond in De Doelen in Rotterdam aan zijn eerste Gergjev Festival. Na het 'Witte nachten festival' in St. Petersburg en het zomerfestival in de Finse stad Mikkeli, is het Rotterdamse festival het derde dat hij heeft geïnitieerd. Tijdens het tiendaagse festival voert Gergjev met het Rotterdams Philharmonisch Orkest en zijn Kirov Opera uit St. Petersburg muziek uit van Debussy, Strawinsky en Prokofjev.

Vlak voor het festival is Gergjev, na een repetitie enigszins uitgeput in de dirigentenkamer van De Doelen, vooral vervuld van Prokofjev, die volgens hem in het westen niet op zijn juiste waarde wordt geschat. De dirigent bestrijdt met kracht het idee dat er twee geheel verschillende Prokofjevs bestaan. De eerste is de muzikaal interessante Prokofjev die in 1918 Rusland verliet en in het vrije westen woonde. De tweede is de gedweeë Prokofjev die in 1932 voorgoed terugging naar Rusland, waar hij zich in dienst stelde van het Stalin-regime, dat hem afwisselend eerde en verguisde. Prokofjev werd uitgeroepen tot 'Volkskunstenaar van de Sovjet-Unie' en ook gekritiseerd wegens 'formalisme', wat hem dwong tot openbare zelfkritiek. Later werd Prokofjev nogmaals berispt maar ook gelauwerd met de Stalinprijs.

Gergjev: “Ik zou de symfonieën van Prokofjev voor en na zijn terugkeer niet van elkaar willen onderscheiden als meer en minder succesvol, belangrijk en onbelangrijk. Er is alleen het verschil tussen de jonge explosief sensationele en briljante componist en pianist Prokofjev en de volwassener Prokofjev. In Amerika werd hij niet echt gewaardeerd als componist en daarom ging hij terug naar het vertrouwde Rusland, waar hij door velen werd begrepen.

“De eerste terugkomst in Rusland in 1927 was een totale triomf, de hele muzikale wereld, de intelligentsia en het publiek bewonderde hem. Daarom kwam hij in 1932 definitief terug. In de jaren '20 was er een heel andere sfeer dan in de jaren '30 en '40. Stalin was nog niet in zijn grimmige periode waarin hij een zwarte schaduw wierp over het land.

“Natuurlijk verschilde Prokofjevs latere muziek van zijn vroege werken, hij ontwikkelde zich. De muziek van de opera De verloving in het klooster (1940), die we hier uitvoeren, is prachtig en herinnert soms aan Mozart, elke paar maten is er een cadeautje. Tal van componisten, ook Strawinsky, werkten in die stijl van het neo-classicisme.”

Twee maanden geleden veroorzaakte Gergjev in New York voor enorme beroering door tijdens een optreden in het Lincoln Center met zijn Kirov Opera een uitvoering te geven van Prokofjevs Cantate voor de twintigste verjaardag van de Oktoberrevolutie (1936-'37). Het werk kreeg enorme bijval van het Amerikaanse publiek en een aantal recensenten. Maar de Cantate werd in de New York Times door de musicoloog Richard Taraskin ook heftig aangevallen als een misplaatste ode aan het communisme, die nooit had mogen worden uitgevoerd.

Gergjev: “Ik treed veel op in New York. Voor mij was het erg belangrijk om juist daar deze Cantate van Prokofjev uit te voeren, ik wil die ook in Nederland laten horen. Afgezien van die ene negatieve reactie was het gevoel dat er iets belangrijks was gebeurd: de presentatie van een onbekend werk van een zeer belangrijk componist.

“Er worden teksten gebruikt van de filosoof Feuerbach, van Marx, Lenin en Stalin. Met muzikale middelen levert Prokofjev daarop een cynisch commentaar. Bij de regel 'Wij komen de wereld veranderen' is de muziek erg sarcastisch, je hoort een soort gelach dat uitloopt op een catastrofe. Dan is er een hysterische toespraak van Lenin met enorm oproer in het orkest, gierende sirenes, het koper speelt als gekken, alles klinkt ongecontroleerd. Lenin spreekt de soldaten toe: 'Jullie sterven, allemaal, maar jullie moeten eerst de vijand doden'. Die vijand is het Russische volk, Lenin bedoelt dat de ene helft van het volk de andere moet ombrengen.

“De Cantate werkt als de tekeningen van Goya over de misère van de oorlog. Het is geen eerbetoon aan de machthebbers, zoals Taraskin denkt, anders zou ik het stuk niet uitvoeren - mijn grootvader zat in een kamp van Stalin. De communisten begrepen dat het geen propaganda voor hen was, want ze voerden de Cantate niet uit. Muzikaal en inhoudelijk is het een van de moedigste en meest misverstane stukken uit de twintigste eeuw.”

Prokofjev stierf op 5 maart 1953, de dag waarop ook Stalin overleed. Gergjev: “De dood van Stalin overschaduwde die van Prokofjev volkomen. Ik weet dat van mijn ouders, het was als een slecht toneelstuk: iedereen, ook al was men blij dat de tirannie teneinde was, treurde en huilde om Stalin. Niemand, behalve een paar vrienden, besteedde enige aandacht aan Prokofjev. Het was voor Prokofjev het betalen van een schuld aan Stalin, omdat hij hem in zijn Cantate zo te kijk had gezet.” Dan komt Oleg Prokofjev binnen, de zoon van de componist, hij is beeldhouwer en hij woont in Engeland. Gergjev vertelt over de heftige reacties pro en contra op de cantate. “Taraskin zei: 'Het is Stalin', ik zeg: 'Het is Prokofjev.' Oleg Prokofjev stemt in: “Men wilde de Cantate destijds niet uitvoeren, omdat men vreesde na afloop te worden geëxecuteerd door Stalin.”