De internationale gemeenschap

Farce of niet, het grootste succes van de verkiezingen in Bosnië is dat ze gehouden zijn. Daardoor is bewezen dat de veronderstelde 'eeuwenoude Balkantradities' het niet per se noodzakelijk maken dat men politiek bedrijft door elkaar dood te schieten. Niet onverdeeld veelbelovend is het dat hiermee alle winnaars op de door het Westen voorgeschreven manier in hun macht zijn bevestigd.

Daarmee zullen ze zich dan, ongeacht hun gedrag in de oorlog, in hun politieke positie gelegitimeerd voelen; voor sommigen een soort amnestie via de stembus. Na 14 september is het nog veel moeilijker geworden, Karadzic, Mladic en hun minder bekende medeplichtigen te pakken. De laatste tijd zat er al weinig vaart in het zoeken naar massagraven. Grote ontdekkingen zouden de voortgang van het democratisch proces in die buurten zeker hebben belemmerd. Het zal interessant zijn, na deze historische datum te volgen hoe het verder gaat met de vergaring van het bewijsmateriaal.

Het betrekkelijk goede resultaat - stemmen zonder moorden - is dus tegelijkertijd een voldongen feit waarover we wel weer met verontwaardiging zouden kunnen spreken, ware het niet dat de voorbereiding al kort na Dayton is begonnen. Na tot wapenstilstand te zijn gebombardeerd hebben de machthebbers van de drie partijen alles in het werk gesteld om dit te blijven. Talrijk zijn in alle media de verslagen dat er van een vrije pers en televisie in de voormalige oorlogsgebieden nauwelijks sprake was. Intimidatie, sabotage, alles heeft er al maanden op gewezen dat de politiek daar in brede kring als voortzetting van de oorlog met middelen van de onderwereld werd beschouwd. Laten we niet onderschatten wat er door de zwaargewapende verpleegmacht van het Bosnische gesticht is bereikt, wat er nu wordt gedaan en waartoe een aantal landen van de NAVO zich verder heeft verplicht. Maar met de opdracht van Dayton, de vestiging van een democratische multi-etnische staat heeft dat steeds minder te maken dan we vorig jaar misschien hadden gehoopt.

Over de vraag of er meer mogelijk was geweest, zijn weer, net als toen de oorlog nog aan de gang was, twee scholen. De eerste zegt dat we met wat er nu is bereikt al tevreden moeten zijn, ook omdat daarmee een goede grondslag is gegeven voor een politiek van geleidelijkheid die ergens in de volgende eeuw zal bereiken wat men toen in Dayton van plan was. Als op zo'n klein oppervlak volksgroepen vier jaar met zoveel toewijding hebben geprobeerd elkaar uit te moorden, duurt het wel een generatie voor 'de wonden zijn geheeld'. Een realistische visie.

De tweede school is van mening dat het beter had gekund. Maar kort na Dayton heeft 'de internationale gemeenschap' haar vastberadenheid weer op een laag pitje had gezet. De soldaten van IFOR hebben de van oorlogsmisdaden verdachten niet meteen gearresteerd - wat gemakkelijk had gekund - maar hun best gedaan de heren zoveel mogelijk te vermijden. Met het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting is slordig omgesprongen. En dan het ernstigste van alles, waarvoor paradoxalerwijs met al deze inspanning de grondslag is gelegd: een staatkundige verdeling naar etnische criteria vergroot de kans op nieuwe oorlog. Wie weet; maar het 'vredesproces' kan niet opnieuw worden begonnen.

De veertiende september is de datum van een groot voldongen feit. De vraag of er meer mogelijk was geweest is voor de historici. Het werkelijke probleem is, wat de 'internationale gemeenschap' nu verder op langere termijn zal gaan doen. Daaruit volgt een praktische vraag. Bestaat de 'internationale gemeenschap' eigenlijk wel? Men leest: de internationale gemeenschap reageerde geschokt, kan dit of dat niet langer toestaan, zint op maatregelen. De IG is over het algemeen een niet nader omschreven eenheid of verschijnsel waarvan in crisistijd sprake is zonder dat kan worden nagegaan wie er namens de IG heeft gesproken en met welke consequenties. De IG lijkt voornamelijk een niet zo lang geleden geboren uitdrukking in het spraakgebruik van de internationale journalistiek.

In werkelijkheid is er, net als toen de term nog niet bestond, een verzameling landen van wisselende samenstelling, al naar gelang hun belangen elkaar meer of minder dekken. In de praktische politiek heeft de internationale gemeenschap, even nobel als nevelig, geen enkele rol van betekenis. Als er een internationale macht in actie komt is dat bij de gratie van de Verenigde Staten, meer in het bijzonder de Amerikaanse president. Hij heeft vaak andere beweegredenen dan de nobele die over het algemeen aan de internationale gemeenschap worden toegeschreven.

Als het aan Clinton ligt, is het vraagstuk Bosnië met deze verkiezingen praktisch opgelost. Voor de Amerikaanse kiezer is de democratie daar hersteld, en de troepenmacht kan heelhuids voor Kerstmis thuis zijn. Dat is een eerste klas politiek succes waarvan Bob Dole dus meer last zal hebben dan Radovan Karadzic. Wat er van het probleem Bosnië is overgebleven wordt in hoog tempo weer de Europese zaak die het voor augustus 1995 was. Bosnië zonder doden en verwoestingen verdwijnt uit het nieuws en dus uit de politiek. We zijn een jaar verder, 1997. Zal er dan nog animo zijn om daar een grote troepenmacht te handhaven? Als alles niet goed maar ook niet werkelijk slecht blijft gaan zoals nu, is Bosnië tegen die tijd als internationaal probleem voor het Westen achter de rug. Misschien is het dan een probleem van de vrije markt, de zelfkant daarvan. IFOR wordt vervangen door Interpol. Wat met een verzamelnaam 'Bosnië' heet wordt bijgezet, naast de 200.000 doden en de verwoestingen.

Het wordt tijd een begin te maken met het schrijven van de Bosnische geschiedenis, niet die van de haat, de moordlust, de algemene achterlijkheid, de strijd op het slagveld, maar van de partijen die dat met wisselende verklaringen en verontschuldigingen vier jaar hebben toegestaan. Dat is dan de geschiedenis van het Westelijk realisme, de quarantaine-politiek, van de hoop dat het vanzelf zou overgaan: het verhaal van de internationale gemeenschap, van Sarajevo tot Srebrenica.