'Britse liberalen spinnen garen bij chaos'

LONDEN, 18 SEPT. Het Britse politieke stelsel staat op springen. Paddy Ashdown, leider van de Britse Liberaal Democraten, weet best dat zijn voorgangers Jo Grimond en David Steel dat armageddon al eerder voorspelden. “Het is een inschatting, geen garantie”, verklaart hij eenvoudig. “Maar elke vezel van mijn lichaam zegt me dat de kansen groter zijn dan ooit.”

Met zijn 55 jaar is hij ouder dan Labourleider Tony Blair en de Conservatieve premier John Major. Maar zijn onbekommerde oogopslag en zijn bruingebrande lichaam dat hij dagelijks afbeult in de fitnessruimte van het Lagerhuis, geven hem een aureool van eeuwige jeugd. Hij mist de loden last van het plichtsbesef dat de schouders van Blair steeds verder naar beneden drukt. Hij gaat niet gebukt onder de brave burgermanszin en de compromissendwang die Major kleurloos maken. Hij heeft ook makkelijker praten omdat hij als leider van Groot-Brittannië's derde partij geen regeringsmacht te winnen of verliezen heeft.

Sinds begin deze eeuw zijn de Liberalen door Conservatieven en Labour steeds verder van de politieke macht verdreven. Omdat de grootste groeperingen zwaar worden bevoordeeld, leidt het Britse kiessysteem in de praktijk tot een twee partijen-stelsel. De grootste partij vormt in haar eentje de regering. De tweede partij speelt oppositie in de hoop het volgende keer helemaal alleen voor het zeggen te krijgen. De rest van de partijen hangt er maar wat bij.

Maar het bipolaire Britse politieke tijdperk loopt ten einde, is Ashdowns vaste overtuiging. Dat werd hem deze zomer pas goed duidelijk in zijn tweede huis in Frankrijk waar hij al zijn denkwerk pleegt te verrichten. Zijn overpeinzingen leidden hem anderhalve eeuw terug in de historie. Dat was de tijd dat verdeeldheid over buitenlandse politiek en handel tot splijting van conservatieve regeringspartij leidde. Het was ook de periode dat de zegetocht van de Liberalen begon.

Volgens Ashdown zijn de tegenstellingen binnen de twee grote Britse partijen zo hoog opgelopen dat een verbrokkeling niet meer valt te vermijden. “In feite is er allang geen sprake meer van twee maar van ten minste vier partijen”, zei hij gisteren in Londen op een bijeenkomst met buitenlandse journalisten. De Conservatieve partij die minister van financiën Kenneth Clarke voorstaat, heeft niks te maken met de Conservatieve partij van Michael Portillo, minister van defensie. Een Conservatieve nederlaag bij de volgende verkiezingen zal onvermijdelijk leiden tot een breuk in de partij.

En de positie van Labour is alleen maar schijnbaar gunstiger, denkt Ashdown. Op het moment ziet het ernaar uit dat Labour na zeventien jaar oppositie eindelijk weer eens aan de macht kan komen. Daarom zwijgen de linkse tegenstanders van Blairs 'New Labour'-middenkoers-beleid, al is hun gekreun en tandengeknars in het hele land te horen. Maar als Labour eenmaal aan het bewind is, zullen de oude socialisten opstaan tegen die zogenaamde vernieuwers die zij als verkwanselaars van het proletarisch erfgoed beschouwen. “Labour is net zo verdeeld en ambivalent als de Tories”, vindt de liberale leider. “Van geen van beiden weet je waar ze werkelijk voor staan.”

Uit de as van de traditionele, politieke structuur zal een pluralistisch systeem verrijzen, voorspelt Ashdown. “Een systeem waarin de rol van de Liberalen in toenemende mate belangrijk zal zijn.” De Liberalen hebben volgens hun voorman het voordeel dat ze de enige partij zijn die interne samenhang vertoont en dat ze zich de luxe kan permitteren in haar beleid eenduidig te zijn.

Als enige van de drie grote partijen hebben de Liberaal Democraten in de aanloop naar de verkiezingen een Britse toetreding tot de Europese monetaire unie van harte verwelkomd. Conservatieven en Labour schorten hun standpunt op tot de kiezers hebben gesproken. Ashdown vindt dat kiezersbedrog.

Zoals hij de twee grote partijen ook verwijt dat ze de bevolking belazeren door te beloven dat de belastingen in geen geval omhoog gaan. Volgens Ashdown is de staatsschuld zo omvangrijk dat ze die toezegging vrijwel zeker niet kunnen waarmaken. De Liberaal Democraten stellen de kiezers juist een stijging van de belasting in het vooruitzicht waarvan de opbrengst grotendeels terecht moet komen bij het kwakkelend onderwijs.

Zo standvastig als de Conservatieven zich tegen elke constitutionele hervorming keren, zo hartstochtelijk bepleiten de Liberalen een drastische herziening van de grondwet. Daarbij hebben ze het niet alleen over de invoering van evenredige vertegenwoording bij verkiezingen die sterk in hun voordeel zou werken, maar ook over een grotere zelfstandigheid voor Wales en Schotland, ook over grotere openbaarheid van bestuur en versterking van de burgerrechten. Uitgangspunten, zegt Ashdown, waarvan de Liberaal Democraten niet onmiddellijk afstand nemen als ze daarop door de Conservatieven worden aangevallen, zoals Labour nog recent heeft gedaan.

In de aanloop naar het traditionele Britse partijcongresseizoen dat deze maand met een bijeenkomst van de Liberaal Democraten begint, toont de partij aanzienlijk meer vitaliteit en zelfvertrouwen dan bij Ashdowns debuut als leider alweer acht jaar geleden. De steun voor een alliantie van Liberalen en de Social Democratic Party was na een fel omstreden fusie in de jaren tachtig van 26 procent naar vijf procent gekelderd. Ashdown erfde het vaandel van een zwaar gedesillusioneerde groep die kort daarvoor nog op een politieke doorbraak gehoopt had. De verkiezingscampagne van 1992, erkent Ashdown, was er in de eerste plaats op gericht om als partij “te overleven”. Die opzet slaagde wonderbaarlijk want de liberalen haalden 18,4 procent van de stemmen. Maar in het Britse kiessysteem leverde dat niet meer op dan twintig zetels, iets meer dan drie procent van het totaalaantal.

Vier jaar later zijn met de successen ook de ambities toegenomen. Door tussentijdse verkiezingen en het overlopen van het Conservatieve parlementslid Emma Nicholson is het aantal zetels gestegen tot 25. Veel groter nog was de winst die de partij bij lokale verkiezingen boekte. De Liberaal Democraten hebben de Tories in de regio's verdrongen als tweede partij.

Doordat de aanhang van de partij gelijkmatiger dan vier jaar geleden over het land verspreid is, zouden de Liberalen bij de komende verkiezingen met hetzelfde percentage stemmen tien tot twintig zetels meer halen. Niet dat Ashdown zich negen maanden voordat de Britten naar de stembus gaan, aan een prognose durft te wagen. Hij zegt alleen maar dat zijn partij in een uiteenspattend stelsel “niet langer genegeerd kan worden als een politieke factor van gewicht”.