Bolkestein moet het hebben van het CDA

Met het debat in de Tweede Kamer, vandaag en morgen, over de begroting voor volgend jaar begint volgens Kees van der Malen in feite de verkiezingscampagne voor 1998. Daarbij heeft premier Kok de beste papieren. Alleen een steviger oppositie van het CDA kan Koks voornaamste concurrent Bolkestein (VVD) op kop brengen.

CDA-leider Heerma heeft pech. Hij is bij de Algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer gedoemd tot het spelen van een bijrol. Het echte duel gaat tussen minister-president Kok en VVD-fractieleider Bolkestein.

Formeel spreekt de Tweede Kamer vandaag en morgen over de Miljoenennota voor 1997, maar feitelijk is de inzet wie over twee jaar de macht verwerft. Wie wordt de grootste partij en levert de premier: wordt het weer Kok (PvdA) of toch Bolkestein? De verkiezingen zijn nog twintig maanden weg, maar beiden kiezen nu al positie.

Normaal is het derde jaar van een kabinet het oogstjaar: de coalitie haalt dan binnen wat bij de formatie moeizaam is overeengekomen, en daarna op het parlement is veroverd. Zo niet het kabinet-Kok. Economische rugwind en een strakke begrotingsdiscipline brachten de doelstellingen sneller dichterbij dan voorzien. Zó snel, dat VVD-fractieleider Bolkestein begin dit jaar voorzag dat het kabinet was uitgeregeerd en hij aandrong op een actualisering van het regeerakkoord.

Geruime tijd was Bolkestein de kwelgeest binnen de coalitie. Hij stelde de agenda, daagde de coalitiepartners uit en zette zo nodig het kabinet onder druk. Kok regeerde, maar de VVD-leider bepaalde de lijn, zo leek het.

En Bolkestein voer er wel bij: de VVD werd bij de Statenverkiezingen in mei 1995 de grootste partij en bleef dat daarna in de peilingen. “De VVD is de beste vrind van dit kabinet”, kon Bolkestein dan ook met gemak beweren.

Maar soms kan de schijn bedriegen. Zeker als de wederpartij een lange-afstandsloper is. Zo één die stug doorgaat, maar precies weet waar hij wil uitkomen. Bolkestein heeft dan wel de kiezer achter zich, maar Kok nog steeds zijn ministers, inclusief die van de VVD. En wie regeert incasseert, is een nog altijd geldige politieke wijsheid. De successen van het kabinet stralen straks niet af op de fractieleider van één der coalitiepartijen, maar op de eerste man van het kabinet, zo weet Kok en zo weet ook Bolkestein.

Daarmee staan de leiders van VVD en PvdA in een boeiende positie tegenover elkaar: de één heeft de kiezersgunst, de ander een succesvol kabinet. Hoe buiten zij de eigen kracht uit en hoe verkleinen zij de kracht van de ander? Allebei springen ze daarvoor over deze kabinetsperiode heen. Bolkestein roept dat de vermogensbelasting moet worden afgeschaft; Kok presenteert een investeringsprogramma voor de toekomst. Bill Clinton zou zeggen: ze bouwen een brug naar de toekomst. Iets platvloerser kan ook worden gesteld: ze paaien de kiezers voor straks met zaken die ze nu niet waarmaken.

Kok lijkt met zijn sprong voorwaarts sterk in het voordeel. Hij pareert de kritiek van Bolkestein dat het kabinet is uitgeregeerd, kiest als PvdA-man voor een offensief programma dat concurrerend is voor de 'vooruitgangspartijen' VVD en D66 en geeft bovendien zichzelf profiel. Waar zijn partij nog regelmatig terugvalt in een defensieve kramppositie, kiest Kok bewust voor vernieuwing.

Officeel zegt Kok dat het kabinet met het oog op de nationale problemen de laatste twee jaar van zijn periode niet mag uitdrijven, geen sur place mag bedrijven en niet achterover mag leunen, maar feitelijk heeft hij ook andere belangen. Een toekomstprogramma biedt vooral hem en zijn partij en pas daarna het kabinet perspectief. Kok heeft straks bij de verkiezingen een heldere boodschap; waaraan een volgend kabinet zich committeert is altijd nog maar de vraag en dus ook van later zorg.

En Bolkestein, wat doet die? Het lijkt erop dat hij vooralsnog weinig tegenover de boodschap van Kok kan stellen. De VVD-leider kan het kabinet gezien zijn daden niet afvallen, in tegendeel hij moet het kabinet steeds meer bijvallen. Hij kan misschien roepen dat het beleid heel liberaal is, maar bijval voor het kabinet is tegelijk altijd bijval voor Kok.

De PvdA kan het verkiezingsaffiche voor 1998 eigenlijk al laten drukken: 'Laat Kok zijn karwei afmaken'. De tekst voor het VVD-affiche is vooralsnog iets ingewikkelder. 'Bolkestein premier' zou als krachtige boodschap nog het dichtst in de buurt komen. Maar werkt dat, het aanprijzen van een fractieleider? Hij mist in ieder geval de 'premierbonus'.

Het was dan ook niet helemaal toevallig dat premier Kok zich voorafgaande aan prinsjesdag uitsprak voor voortzetting van de coalitie. Natuurlijk is het, zoals hij zei, 'boerenwijsheid' dat je verder gaat als de samenwerking goed is en de kiezer je beloont. Maar voor een politicus die eerst niet in paars geloofde, dicht bij het CDA stond en ver van de VVD af, is deze uitspraak er ook één uit berekening.

En zo lijkt Bolkestein een beetje in de fuik van de premier te zwemmen. Niet in een val die heel behendig is opgezet, maar in één die door de omstandigheden is ontstaan. De naamgever van het kabinet ziet de winst van het regeren naar zich toe komen en de fractieleider van de VVD moet maar zien dat hij de kiezers aan zich blijft binden. Beloftes als het afschaffen van de vermogensbelasting zijn dan vluchtig: de kiezer is niet gek, die kan ook rekenen.

Waar moet Bolkestein het dan van hebben? Gek genoeg van een wederopstanding van het CDA, in ieder geval van een krachtiger christen-democratisch geluid. 'Meneer Heerma, zou u alstublieft een beetje stevige oppositie willen voeren. En lonkt u alvast ook een beetje naar de PvdA', hoor je de VVD-leider denken. Want, vrijages tussen PvdA'ers en CDA'ers, zoals de onlangs heimelijk gevoerde gesprekken over herstel van de verzorgingsstaat, zijn voor de VVD een godsgeschenk. Dat soort coalities zijn altijd defensieve ondernemingen die de VVD voluit ruimte geeft zich naar de kiezer als een moderne en vernieuwende partij te presenteren. Dus, kijkt u niet vreemd op als dezer dagen opeens vanuit de VVD-bankjes de aanmoediging klinkt: 'Hup Heerma'.

    • Kees van der Malen