Boete vanaf vijf hennepplanten

DEN HAAG, 18 SEPT. Minister Sorgdrager (Justitie) heeft met het college van procureurs-generaal een einde gemaakt aan de onzekerheid over de vraag hoeveel plantjes een huisteler of de meer bedrijfsmatige cannabisproducent in werkelijkheid mag bezitten. Geen enkele.

Dit betekent bij vijf tot tien hennepplanten: vijftig gulden boete per stuk; bij tien tot honderd hennepplanten: 125 gulden per stuk; bij honderd tot duizend hennepplanten: twee tot zes maanden gevangenisstraf.

Een jaar geleden zei de minister dat personen met tien plantjes in hun bezit niets hoefden te vrezen. Maar vastgelegd wordt dat niet. Integendeel. “Het bezit van elk plantje is een wetsovertreding”, verduidelijkt haar woordvoerder. In een nieuwe richtlijn geeft het openbaar ministerie nauwkeurig aan welke straffen huistelers, dealers en bezitters van verdovende middelen vanaf 1 oktober tegemoet kunnen zien.

De straffen gaan fors omhoog, zeker voor recidivisten. De laagste categorieën ('bezit van softdrugs voor eigen gebruik') mogen dan volgens de richtlijn “een lage opsporingsprioriteit” hebben voor het openbaar ministerie, wie desondanks betrapt wordt raakt zijn planten kwijt, en zal ervoor boeten. Wie minder dan vijf hennepplanten in bezit heeft komt weg met een politiesepot. Ook voor de produktie, de verwerking, de bereiding, het vervoer of het verstrekken van softdrugs heeft het OM nieuwe straffen vastgesteld. Vanaf vijf gram softdrugs wordt een boete van vijftig tot honderdvijftig gulden uitgedeeld, oplopend tot tienduizend gulden voor partijen van één tot vijf kilo, en tot twee jaar gevangenisstraf voor meer dan honderd kilo.

Justitie heeft ook de normen vastgelegd voor wat wel en wat niet onder “bedrijfsmatig handelen” wordt verstaan als het gaat om de teelt van cannabis. Zo valt belichting van de planten door 'kunstlicht met tijdklokken' onder de categorie 'hoge professionaliteit'. Wie slechts gebruik maakt van daglicht is een liefhebber en hoeft dus minder te vrezen, stelt het OM. Dat geldt ook voor thuistelers die een gieter gebruiken voor de voeding. Wie een 'centraal geregeld bevloeiingssysteem' gebruikt, krijgt wel met een actieve politie en justitie te maken. Hetzelfde onderscheid in de opsporingsprioriteit geldt voor de balkonkweker en de kassenbezitter.

De straffen voor verkoop of produktie van harddrugs (cocaïne, heroïne) gaan tegelijkertijd omhoog. Producenten en handelaren van 'nieuwe', synthetische middelen als XTC zullen voortaan door het openbaar ministerie op dezelfde manier worden bejegend als die van de traditionele harddrugs.

De strafeisen in de OM-richtlijn beginnen met een gevangenisstraf van enkele weken voor het bezit van minder dan vijf gram of tien pillen of doses, zoals bij XTC en LSD. Het bezit van vijftien tot driehonderd gram wordt vanaf 1 oktober bedreigd met zes tot achttien maanden, oplopend tot zes of acht jaar voor de 'groothandel'. Die term wordt gebruikt voor partijen groter dan vijf kilo. Handelaren die in de nabijheid van schoolgebouwen of psychiatrische instellingen hun spul verkopen, kunnen nog hogere straffen tegemoetzien. In- en uitvoer van meer dan één kilo harddrugs (of 2.000 pillen) wordt bedreigd met een straf van drie tot twaalf jaar, oplopend naarmate de betrokkenheid bij de handel groter is.

Coffeeshops mogen niet meer dan vijf gram softdrugs verkopen aan één meerderjarige klant. Nu is dat nog dertig gram. Hun maximale handelsvoorraad mag niet meer zijn dan vijfhonderd gram, tenzij de lokale autoriteiten besluiten om dat maximum te verlagen. Gemeenten, politie en de plaatselijke officier van justitie kunnen dat zelf beslissen.