BIB overweegt openstelling van archieven; Onderzoek naar Nazi-geld

BERN, 18 SEPT. De Bank voor Internationale Betalingen in Basel, overweegt haar archieven te openen voor onderzoek naar vermogen dat in de Nazi-periode van Duitsland naar Zwitserland is overgebracht. Het onderzoek naar verdwenen vermogen dat de Nazi's hebben geroofd kan daardoor een nieuwe impuls krijgen.

Eerder deze week maakte de Zwitserse regering bekend het Zwitsers bankgeheim op te willen schorten ten behoeve van een alomvattend onderzoek naar het vermogen van Nazi's en hun slachtoffers.

Volgens algemeen secretaris G. Baer is de Bank voor Internationale Betalingen, de overkoepelende centrale bank voor de belangrijkste nationale centrale banken, sinds ruim anderhalf jaar bezig de archieven die momenteel “niet in bijzonder goede staat zijn” te ordenen en van een index te voorzien. De ordening van de archieven heeft volgens Baer echter “niets te maken met de actuele discussie” rond het Nazi-vermogen. De bank verleende volgens Baer in 1946 al haar medewerking aan een onderzoek van de geallieerden naar internationale goudtransacties door de Nazi's.

De positie van de Bank voor Internationale Betalingen ten tijde van Nazi-Duitsland is onderwerp van een fors aantal historische publikaties. Daaruit kan worden geconcludeerd dat zij een substantiële rol speelde in de financiële transacties van de Duitsers.

Een enkele publikatie is uiterst kritisch. De Zwitserse onderzoeksjournalist G. Trepp probeert in zijn boek Bankgeschäfte mit dem Feind (bankieren met de vijand) een verklaring te vinden voor het feit dat Britten, Amerikanen, Japanners en Duitse medewerkers in Bazel konden blijven samenwerken terwijl deze landen met elkaar in oorlog waren. Volgens Trepp werd de Bank voor Internationale Betalingen zowel door de Duitsers als door de geallieerden gebruikt om elkaar te bespioneren. Bovendien stelt hij dat de BIB door de Duitsers werd gebruikt als een bank voor het witwassen van geld zodat daarmee internationale transacties konden worden gedaan.

Onze correspondent in Londen voegt hieraan toe: De Britse regering overweegt om wat er nog over is van het Duitse goud dat Zwitserland na de Tweede Wereldoorlog aan de geallieerde mogendheden heeft overgedragen, ter beschikking te stellen aan slachtoffers van de holocaust. De Britse minister van buitenlandse zaken Malcolm Rifkind wil die mogelijkheid voorleggen aan de Europese landen die aanspraak op het goud kunnen maken, waaronder Nederland, België, Italië en Polen.

Een dergelijk gebaar zou ook moeten worden goedgekeurd door de Verenigde Staten en Frankrijk, de twee landen die in 1946 samen met Groot-Brittannië een akkoord met Zwitserland sloten. Volgens die overeenkomst sluisden de Zwitsers 300.000 kilo goud met een toenmalige marktwaarde van 58 miljoen dollar naar de centrale banken van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Daarbij ging het om Duitse oorlogsbuit die was ondergebracht bij Zwitserse banken. Het goud zou onder gedupeerde regeringen van bezette landen worden verdeeld.

Bij overdracht van goud naar de World Jewish Restitution Organisation, een belangengroepering van joodse oorlogsslachtoffers, zou het in totaal gaan om 6.000 kilo, waarvan 4.000 kilo zich bevindt in Groot-Brittannië en 2.000 ligt opgeslagen in de Verenigde Staten. De huidige marktwaarde bedraagt circa 46 miljoen pond.