Bank-medewerkers helpen justitie bij misdaadbestrijding

AMSTERDAM, 18 SEPT. De Nederlandse banken gaan de opsporingsautoriteiten assistentie verlenen bij de bestrijding van het witwassen van illegaal verworven gelden. Het ministerie van Justitie en de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) zijn van plan ongeveer 30 bancaire deskundigen de leemten in de financiële kennis van de justitiële autoriteiten te laten opvullen.

Niet bekend

De banken vormen een 'specialistenbank' van 20 deskundigen, die opsporingsambtenaren na toestemming van de officier van justitie kunnen raadplegen. Het Landelijke Recherche Team (LRT) wordt versterkt met een zeer ervaren bankier. Het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) wordt uitgebreid met twee bankiers, naast de twee voormalige bankiers die er nu al werken. Stages bij banken en korte opleidingen bij het Nederlands Instituut voor Banken en Effecten (NVBE) moeten de financiële kennis van opsporingsambtenaren vergroten. Bankdeskundigen kunnen ook tijdelijk worden gedetacheerd bij opsporingsteams. Het project wordt begeleid door een gezamenlijk team van 6 mensen, onder leiding van een bankier en een officier van justitie.

Uit een in juni gepubliceerd onderzoek van de Erasmusuniversiteit en het Wetenschappelijk Onderzoeksinstituut voor het ministerie van Justitie (WODC) naar de werking van de MOT bleek dat te weinig meldingen door banken van verdachte transacties terechtkomen bij de opsporingsautoriteiten en onvoldoende vervolg krijgen. Banken moeten sinds 1994 alle contante stortingen boven de 25.000 gulden en de girale overboekingen boven de 10 miljoen gulden aangeven bij het MOT, die uit de meldingen een selectie van verdachte transacties moet maken. “Dat de wet niet de verwachte resultaten heeft opgeleverd komt door het gebrek aan financiële kennis bij politie en Justitie”, zegt Sorgdrager. Sorgdrager en haar collega Zalm, van Financiën, stuurden in juli een brief naar de Tweede Kamer, waarin werd aangekondigd daaraan iets te zullen doen.

Het gepresenteerde plan is volgens directeur L. Overmars van de NVB een soort “inhaalslag” in vergelijking ander Europese landen: “In andere landen maken banken op grond van hun ervaring en deskundigheid een selectie van in hun ogen verdachte transacties. In Nederland wordt gewerkt met grotendeels objectieve criteria, met als gevolg dat uit alle meldingen in een latere fase moet worden geselecteerd. In die fase gaat het nu nog niet goed en moeten wij de financiële deskundigheid vergroten.”