Angst

Zou een fietshelm helpen? 20.000 ongelukken per jaar waarbij fietsende kinderen betrokken zijn en je bent geneigd om te roepen: vooruit maar, stel het maar verplicht. Zijn we ook niet blij met de rubber tegels onder de gevaarlijke klimrekken, de afsluitbare hekjes voor het trapgat, de fluorescerende jasjes?

Het ergste van opvoeden is de angst. Elke ouder loopt wel een paar keer aan tegen de angst voor het bodemloze, zwarte gat (de Dutroux-angst, zal ik maar zeggen - de man heeft op het gehoor nog een toepasselijke naam ook), wanneer het kind ineens verdwenen is in de menigte van een volle winkel, of weggelopen op het strand of niet op komt dagen, als je hem terugroept van het buitenspelen. De paniek die je dan overvalt is zo overweldigend dat je die graag zou willen inruilen tegen welke fysieke marteling dan ook. Maar het verkeer is een goede tweede in de hiërarchie van angsten. Minder vlijmend, minder de adem afsnijdend, meer een continu geknaag aan de rand van het bewustzijn.

Supervisie is het antwoord op de Dutroux- en op de verkeersangst, maar ook aan supervisie zitten grenzen. Je kunt niet de ene gevangenis met de andere bestrijden. Bovendien moeten kinderen leren om verkeersdeelnemer te worden. Lijkt dat nou alleen maar een veel zwaardere taak dan vroeger of is het werkelijk zo? Uit mijn jeugd herinner ik me dat er absoluut niet op de stoep gefietst mocht worden. De stoep was voor voetgangers, steppen en driewielers; een fiets was een serieus vervoermiddel en daar moest je mee op straat. Waagde je het toch als kind een stukje stoep mee te nemen, dan liep je kans op een snauw van een voorbijganger of een berisping van een passerende agent.

Intussen heeft de fiets voor jonge kinderen veel meer het karakter van speelgoed gekregen ten koste van zijn functie van vervoermiddel. Toen ik mijn eerste fiets kreeg, was ik een jaar of negen en het was wel degelijk de bedoeling om er (om te beginnen onder begeleiding) ergens mee naar toe te gaan en niet om er, wat hier in de straat gebeurt, in vliegende vaart op de stoep mee heen en weer te crossen. Kinderen tussen de zes en tien jaar mogen van hun ouders niet op straat fietsen en dus racen ze op de stoep om het blok heen, laverend tussen de kleintjes op fietsen met zijwieltjes.

Wanneer kan een kind van recreatief stoepfietser promoveren tot zelfstandig verkeersdeelnemer? Mijn eerste ritje alleen ergens heen kan ik me niet meer herinneren; wel weet ik dat ik op mijn tiende in staat geacht werd zonder begeleiding naar het schooltuintje, de blokfluitles of een vriendinnetje in de buurt te fietsen. En dat, terwijl ik gezakt was voor het verkeersexamen van de vijfde klas lagere school! Ongetwijfeld werd ik zwaar geïnstrueerd over de te volgen routes, maar toch, ik groeide op in een grote stad. Het verkeer zal destijds best minder druk geweest zijn dan nu, maar daardoor konden auto's ook harder rijden, zodat je je kunt afvragen of het toen wel zoveel veiliger was. Ik vermoed eigenlijk van niet.

Wat me bij mijn huidige educatieve fietstochtjes-met-kinderen door de stad telkens weer verrast is hun blindheid voor verkeerssituaties en een volstrekt gebrek aan anticipatie. Lange tijd liet ik ze achter me rijden, maar veel ervan opsteken deden ze niet, zoals ik merkte toen ik ze voor me liet rijden. Al die tijd dat ze achter me aan reden, vervulde ik de rol van blindegeleidehond. Ze kijken niet automatisch achterom als ze linksaf slaan. Ze houden wel rechts, maar soms net een decimeter buiten de voor fietsers gedemarqueerde stippellijn, en als ik ze hierop attendeer, blijkt de hele stippellijn hun niet opgevallen te zijn. Ze houden onderling geen afstand, zodat een kleine koerswijziging of rem-manoeuvre al tot valpartijen leidt. Soms moet ik zo hard als ik kan 'stop!' krijsen, omdat er eentje al te nonchalant een kruising oprijdt.

Ze hebben geen benul, al zit er wel vooruitgang in. Voorlopig is de angst nog gericht op de onervarenheid van het fietsende kind. Als die na intensieve coaching is overwonnen, verplaatst de angst zich naar de idioten onder de medeweggebruikers die zich niet aan de regels houden. Moeten er fietshelmen komen? Mijn visioen van een kind in een plas met bloed wordt vervangen door dat van een gehelmd kind in een plas met bloed. De angst blijft altijd bestaan.