VOLKSHUISVESTING; Hogere inkomens mogen in goedkope huizen blijven

Een huurstijging volgend jaar van 3,7 procent - voor de minima 1,7 procent - , intensivering van de verkoop van huurwoningen en toestaan dat mensen met een hoog inkomen een goedkope woning kunnen huren. Dit zijn enkele punten uit de begroting van staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting).

De maatregelen vloeien voort uit de twee kernopgaven die Tommel zichzelf voor de langere termijn heeft gesteld. Bewoners moeten zich thuis voelen in de stad en het volkshuisvestingsbeleid dient daarom een belangrijke bijdrage te leveren aan de stedelijke vernieuwing. Tweede doelstelling is het betaalbaar houden van wonen.

Bijna iedereen met huursubsidie gaat erop vooruit, zei de staatssecretaris bij de presentatie van zijn begroting. De volgens Tommel “verantwoord gematigde” huurstijging maakt deel uit van de laatste kernopgave. Het is zijn streven dat de huren dichter bij de inflatie komen te liggen. De huurstijgingen moeten enigszins in de pas lopen met de stijging van prijzen die het Centraal Planbureau voor volgend jaar schat op 2,75 procent.

Huur- en prijsstijging moeten weliswaar naar elkaar toegroeien, maar het is niet de bedoeling dat beide op exact hetzelfde niveau komen te liggen. Zou dat het geval zijn, dan zijn de corporaties in 2010 failliet, omdat ze een negatief eigen vermogen hebben van vijftien miljard gulden. Is de huurstijging daarentegen één procent hoger dan de inflatie, dan is er sprake van een eigen vermogen van twaalf miljard.

Dit blijkt uit het zogenoemde 'prognosemodel'. Het model geeft zicht op de financiële positie van de sociale huursector tot 2010 aan de hand van variabelen als rente, inflatie, huurontwikkeling en investeringen. Het model gaat er onder meer van uit dat in de komende vijftien jaar tweehonderdduizend sociale huurwoningen aan de huurders worden verkocht. Voor Tommel is dit aantal overigens een minimum.

Tommel geeft in zijn begroting aan dat de rol van zijn ministerie in de ordening van de woonomgeving veel minder direct is dan voorheen. Van 'sturen met beleid' naar 'sturen van beleid', noemt Tommel deze kentering.

Volkshuisvesting kan niet langer los worden gezien van Ruimtelijke Ordening en Milieu, vindt de staatssecretaris van VROM. Wat nodig is, is een geïntegreerde aanpak op het gebied van milieu, ruimte en wonen, schrijft Tommel in zijn begroting. “Voor de individuele burger wordt de kwaliteit van de leefomgeving in belangrijke mate bepaald door zijn of haar woonsituatie”, staat in de Memorie van Toelichting op Tommels begroting. “Een goede woonsituatie betekent niet alleen een kwalitatief goede woning, maar ook (...) een woonomgeving waarin mensen zich vrij en veilig kunnen voelen.”