Staat in Lübeck de echte dader terecht?

BONN, 17 SEPT. Hij was met zijn familie de burgeroorlog in Libanon ontvlucht. Hun dorp lag net middenin het schootsveld van de strijdende partijen. Zeker 14.000 dollar hadden ze aan ronselaars betaald voor een 'beter leven' in Duitsland. Sinds gisteren is Safwan Eid, 21 jaar oud, in het middelpunt van een van de spectaculairste strafprocessen in de Bondsrepubliek.

Eid wordt ervan verdacht begin dit jaar brand te hebben gesticht in een huis vol asielzoekers in Lübeck. Tien asielzoekers kwamen in de Hafenstrasse om het leven in de rook, 38 mensen raakten gewond.

De rechtbank in Lübeck leek gisteren een vesting. Tientallen politie-agenten in olijfgroene pakken het gebouw en de omgeving in de gaten. Achter dranghekken protesteerden zo'n honderd demonstranten met spandoeken tegen 'racistisch onderzoek'.

De zaak tegen Eid heeft in Lübeck de gemoederen danig verhit. De verhoudingen tussen inwoners, politieke partijen en kerkelijke groeperingen zijn gepolariseerd. Iedereen heeft zich de laatste maanden in zijn stellingen ingegraven.

Het drama in de Lübecker Hafenstrasse had van meet af aan een zwaar politiek karakter. De brandstichting trof immers opnieuw buitenlanders, nadat de laatste jaren al tal van vijandelijkheden tegen vreemdelingen plaatshadden. Namen als Solingen, Hoyerswerda, Mölln, en ook Lübeck waar eerder al een synagoge afbrandde, lagen vers in het geheugen. Telkens waren 'buitenlanders' het slachtoffer en 'rechtsradicalen' de daders.

De brand in Lübeck leek eenzelfde verschijnsel, zeker toen de politie een dag later vier rechtsradicale Oostduitsers arresteerde afkomstig uit het aangrenzende plaatsje Grevesmühlen in Mecklenburg-Voorpommeren. In Duitsland, maar ook in de omringende buurlanden werd vol afschuw gereageerd. Angstig vroeg menigeen zich af hoe zulke ontsporingen mogelijk waren.

Groot was de verbazing toen de officier van justitie in Lübeck de Oostduitse jongens na een dag weer op vrije voeten stelde en kort daarna de Libanese Safwan Eid liet arresteren. De Libanese jongen woonde met zijn ouders broers en zusjes in het asielzoekershuis.

Al gauw barstte tijdens het vooronderzoek een heftig debat los. Experts kwamen met tegenstrijdige verklaringen. De verwarring werd nog groter toen justitie na maanden besloot om Eid in juli vrij te laten, maar gelijktijdig een proces inleidde. Het eerste, de vrijlating, duidt op aanzienlijke twijfel; het laatste gebeurt alleen als de rechter een veroordeling waarschijnlijk acht.

In de weken die aan het proces voorafgingen is bij onafhankelijke experts de twijfel over de bewijslast toegenomen. De officier van justitie, Michael Böckenhauer, krijgt het verwijt dat hij met dit proces te snel een de dader wil aanwijzen. Aanwijzingen dat de rechtsradicalen iets met de brandstichting te maken hebben, zouden zijn verwaarloosd. Sporen naar zowel Eid als de groep Oostduisers zouden nader onderzoek verdienen.

Justitie zelf wakkerde de onrust aan toen, kort voor het proces, een onderzoek werd gelast naar nieuwe 'bewijslast' tegen de jongens uit Mecklenburg. De patholoog-anatoom uit Lübeck had bij hen brandsporen op de huid en het haar gevonden. Verder onderzoek wees echter uit, dat de sporen niet ouder waren geweest dan 24 uur, zo liet de directeur van het pathologisch-anatomisch instituut, professor Manfred Oehmichen, weten. De officier van justitie in Lübeck heeft het Beierse Landeskriminalamt (de deelstaatrecherche) gevraagd uitsluitsel te geven.

Er zijn meer onduidelijkheden. Zo is er de kroongetuige tegen de Libanees, Jens L. De reddingswerker zou tijdens de bluswerkzaamheden in de bewuste nacht van 18 januari uit de mond van Eid 'wij waren het' hebben gehoord. Eid heeft dit heftig ontkend. Vervolgens is Jens L. in zijn eigen tegenspraken verwikkeld geraakt. Verder zou Jens L. in contact staan met hospik Matthias H. die in rechtse kringen opereert. Een obscure lijst met namen zou erop duiden dat hij contact had met een of twee figuren uit Grevesmühlen, waar de vier aanvankelijk verdachte rechtsradicalen vandaan komen.

Dan zijn er de tegenstrijdigheden over de vraag waar het vuur precies is uitgebroken: op de eerste verdieping of op de begane grond. De brandexpert uit Frankfurt, Ernst Achilles, die speciaal werd aangezocht om aan de verwarring een einde te maken, is ervan overtuigd dat de brand bij de voordeur is uitgebroken. Dat zou volgens hem duiden op een aanslag van buiten. Zo kan er gemakkelijk een benzinebom door het raam in de voordeur naar binnen zijn gegooid. Ook via een ander raam zou toegang tot het pand mogelijk zijn geweest.

Justitie gaat ervan uit dat Eid ruzie had met een huisgenoot, een Afrikaanse vluchteling, en hem bang wilde maken door bij zijn kamerdeur benzine aan te steken. Onafhankelijke experts blijven bij deze lezing vraagtekens plaatsen.

De verdediging van Safwan Eid kreeg onlangs brisant nieuw bewijsmateriaal in handen. Een vroegere collega van een van de rechtsradicale jongens uit Mecklenburg beweert dat een van hen, Heiko P., hem in februari in een café van de brandstichting verslag deed. Heiko zou zelf hebben gereden, terwijl de andere jongens het vuur aanstaken. Pas nadat de getuige bij een vechtpartij in elkaar is geslagen, vertelde hij een verpleger zijn verhaal. Toen hij een dag later werd verhoord, kon de volgens onderzoek 'bovengemiddeld intelligente', maar aan alcohol verslaafde getuige zich niets meer herinneren.

Zestig getuigen zijn opgeroepen in het proces. Tijdens de eerste zittingsdag hield Eid nadrukkelijk zijn mond. Zijn vader verklaarde dat hij 's nachts om half drie was wakker geschrokken van een knal, die door een bom veroorzaakt moest zijn. Vanuit zijn raam had hij gezien hoe de vlammen bij de voordeur om zich heen sloegen.