'P.W. Botha wist van bloedbad'

PRETORIA, 17 SEPT. P.W. Botha, voormalig president van Zuid-Afrika, was op de hoogte van het bloedbad dat het doodseskader van Vlakplaas in 1985 aanrichtte onder ANC-leden in Lesotho. Dat heeft Eugene de Kock, de leider van het doodseskader, gisteren gezegd in het Hooggerechtshof van Pretoria.

De Kock werd vorige maand schuldig bevonden aan zes moorden en vele andere misdaden, die hij beging tijdens het apartheidsregime. Hij kan levenslange gevangenisstraf krijgen, maar heeft amnestie gevraagd aan de Commissie voor Waarheid en Verzoening in ruil voor een volledige bekentenis.

Bij het bloedbad in Lesotho op 20 december 1985 kwamen negen mensen om het leven. “Ik twijfel niet dat president P.W. Botha ervan af wist”, getuigde De Kock gisteren. Hij zei dat hem gevraagd was een plan op te stellen voor de aanslag. Toen hij de opzet naar een typist bracht, nam een hoge functionaris, die op weg was naar een bijeenkomst van een speciaal presidentieel comité, deze van hem over. “Daarna gaf hij ons het rapport terug en zei hij: ga jullie gang”, herinnerde De Kock zich. “Alle militaire inlichtingendiensten, die van de politie en de binnenlandse veiligheidsdiensten wisten het ook, evenals de commissaris van politie en brigadier Schoon.”

Alle betrokkenen bij de moordpartij werden naderhand beloond met medailles en erecertificaten. De Kock noemde gisteren in dit verband de namen van verscheidene hoge politiefunctionarissen en generaals. Hij zei dat zijn onmiddelijke baas, Willem Schoon, hem opdracht had gegeven de operatie in Lesotho uit te voeren.

Vlak voor hij dit bevel kreeg, zou president Botha de regering van het koninkrijk Lesotho, dat een enclave vormt binnen de Republiek Zuid-Afrika, ervan hebben beschuldigd ANC-rebellen toe te staan het grondgebied te gebruiken als uitvalsbasis voor aanvallen op Zuid-Afrika. (Reuter)