Prinsjesdag wordt door Franse media niet opgemerkt

Prinsjesdag noch de paarse begrotings-successen zijn vandaag nieuws in Frankrijk. Het kan komen doordat in Parijs morgen de begroting 1997 wordt gepresenteerd. Daar is tot het laatste moment met meer dan gemiddelde spanning aan gesleuteld. Er staat dit jaar extra veel op het spel: worden de EMU-criteria gehaald? Eigenlijk niet, maar misschien toch wel.

Economische vergelijkingen met het buitenland beperken zich in Frankrijk meestal tot de grote industrielanden. Daar komt Nederland ook als Benelux-land niet aan te pas. Vooral Duitsland is een referentiepunt en steunpilaar. Zolang Bonn het voor de economische en monetaire unie niet beter doet, heeft Parijs het gevoel dat het wel in de kopgroep de eindstreep haalt.

De meest interessante vraag is niet òf Frankrijk volgend jaar onder de toegestane bovengrens van het begrotingstekort weet te blijven, maar of het op een serieuze manier gebeurt. Het tekort is jaren netjes laag geweest, tot het begin jaren negentig wat uit de hand liep: 4 procent in 1992, 5,9 procent in 1993, 5,8 procent in 1994, 5,0 procent in 1995 en voor 1996 is door het ministerie van Economie en Financiën 4 procent begroot.

Voor 1997 verwacht de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat de regering-Juppé het tekort niet verder omlaag kan krijgen dan 3,7 procent. De regering moet op 3 procent uitkomen en speelde tot voor kort met de gedachte dat door een kunstgreep in één keer te halen. Het te privatiseren telefoonbedrijf France Télécom zou 37,5 miljard francs aan de staat overmaken in ruil voor het overdoen van de pensioenverplichtingen van het bedrijf. Naar verluidt hebben de ministers van Economie en Begrotingszaken zich daartegen verzet. Het resultaat zou volgens de laatste geruchten zijn dat de Télécom-buidel wel meetelt voor de EMU-criteria, maar dat het geld in een apart fonds wordt gestort en niet wordt gebruikt voor de lopende uitgaven.

Een doorbraak is dat de regering-Juppé er in is geslaagd de uitgaven in de begroting 1997 in reële termen gelijk te houden aan die van 1996. Dat betekent een ijzige nullijn, die bij een inflatie van tussen de 1 en 2 procent nog altijd een dito krimp in de uitgaven betekent. Ook al wordt het tekort dan maar met misschien 10 miljard francs verkleind, Juppé hoopt dat de financiële markten zijn inspanningen toch zullen belonen en niet zeggen dat het 3 procents-criterium is gehaald met doorzichtig stuntwerk.

Eén argument pro-Juppé: de staatsschuld is zo lang onder het EMU-criterium van 60 procent van het bruto binnenlands produkt gebleven, dat niemand in officieel Parijs een recent cijfer kan vinden. Misschien maar goed ook. De OESO geeft voor 1995 een overheids-schuld van 57,9 procent van het bbp, voor 1997 een schatting van 62,1 procent.