Overheid loopt de house-generatie mis

De werkgelegenheid bij de rijksoverheid stijgt volgend jaar met bijna twee procent tot 111.000 banen. Een trendbreuk in vergelijking met voorafgaande jaren. In de periode 1993 tot 1996 nam de werkgelegenheid bij de rijksoverheid af met vijf procent. Dit meldt minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) in de nota 'Mensen en management in de rijksdienst'.

De voor volgend jaar voorziene groei van het aantal banen is een gevolg van nieuw beleid. Er komen bijvoorbeeld duizend politiemensen bij en de celcapaciteit wordt met twaalfhonderd vergroot. De werkgelegenheid bij de rijksoverheid zal de komende jaren verder groeien dankzij de invoering van de 36-urige werkweek vanaf 1 januari 1997.

Het aandeel van de overheid op de arbeidsmarkt bedraagt ongeveer veertien procent. Eén op de zeven werknemers in Nederland is ambtenaar. Het aandeel is de afgelopen tien jaar sterk afgenomen onder meer door bezuinigingen. Ook privatisering en verzelfstandiging leiden tot een 'kleinere' overheid.

“Het Nederlandse overheidspersoneel vergrijst in hoog tempo”, meldt minister Dijkstal in de 'Trendnota arbeidszaken overheid'. De bezuinigingen op het personeelsvolume hebben de instroom van nieuwe - jonge - werknemers sterk beperkt. “De overheid mist de house-generatie”, zo wordt het op Binnenlandse Zaken genoemd. Daarnaast is het zittend personeel over het algemeen weinig mobiel, zodat er ook niet veel vervangende instroom is. De regeling voor vervroegd uittreden (VUT) voor ambtenaren wordt op 1 april 1997 vervangen door een systeem van flexibele pensionering. Ambtenaren kunnen op 62-jarige leeftijd, mits ze 40 jaar lang premie hebben betaald, stoppen met werken en krijgen dan 70 procent van het laatst verdiende loon. De huidige VUT gaat op 61 jaar in en kent een uitkering van 75 procent.