Ongeluksdag

Vrijdag de dertiende is blijkbaar niet alleen een ongelukkige dag om raketten te lanceren maar ook om stukjes te schrijven voor de achterpagina van een krant. Of is het misschien de bedoeling geweest om dertien fouten in 'Dit is een ongeluksdag' te verwerken?

Om maar eens wat te noemen:

De Apollo 13 is inderdaad gelanceerd om 13.13 uur plaatselijke tijd, maar dat was op zaterdag 11 april 1970. Dat amper een uur voor vertrek een astronaut zou zijn geveld door de mazelen, is onzin. Geruime tijd vóór de lancering kreeg een van de reserve-bemanningsleden - ene Charlie Duke - rodehond (german measles... een woordenboek is ook nooit weg). Omdat beoogd bemanningslid Ken Mattingly deze ziekte als kind niet had gehad, werd uit voorzorg besloten hem te vervangen. Deze beslissing werd enkele dagen voor de lancering bekend gemaakt, maar in feite stond de vervanging van Mattingly al vast op het moment dat bij Duke rodehond werd geconstateerd. Niks mazelen, niks ziek en niks 'uur voor de lancering vervangen'. Het moge duidelijk zijn dat de bovenop een Saturnus V-raket geplaatste Apollo-capsule nauwelijks als 'ruimteveer' kan worden bestempeld. Maar mogelijk haalt Deurvorst hier de gebeurtenissen rond de Apollo 13 en het ruimteveer Challenger (in 1986 - niet op 13 maar op 28 januari) door elkaar. Want dat er aan boord van de Apollo 13 een paar seconden na de lancering een zuurstoftank zou zijn ontploft, is niet waar. De ontploffing gebeurde pas twee dagen na de lancering...op maandag de dertiende (dus toch!)

De rest van het stukje kan ik niet op juistheid beoordelen, op de passage over de finale van het wereldkampioenschap voetbal 1974 na. De rugnummers van de betrokkenen kan ik me niet herinneren, al lijkt het me sterk dat Müller, net als Neeskens, rugnummer 13 heeft gehad. Maar één ding weet ik zeker: alle doelpunten vielen in de eerste helft, namelijk in de 1ste, 25ste en 43ste minuut.

Het is jammer dat bij een onderwerp waarbij mystificatie zo'n belangrijke rol speelt, zo onzorgvuldig met de feiten wordt omgesprongen. Dat speelt het verschijnsel bijgeloof alleen maar in de kaart.

    • E. Echternach