ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN; Meer aandacht voor het leren leren

De begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor 1997 van 37,2 miljard gulden is ongeveer één miljard hoger dan die voor dit jaar. Dat miljard bestaat voor het grootste deel (538 miljoen gulden) uit een compensatie voor de hogere lonen en prijzen. Voor 'beleidsimpulsen' is 458 miljoen gulden beschikbaar. Ook is er op enkele kleinere posten bezuinigd.

Minister Ritzen toonde zich in een toelichting op zijn begroting tevreden over de manier waarop hij met minister Zalm (Financiën) heeft onderhandeld.

Het onderwijs zal in alle geledingen de aansluiting moeten vinden bij de stormachtige ontwikkelingen in de communicatie- en informatietechnologie. Kennis veroudert steeds sneller en de groei van het informatie-aanbod dwingt tot het maken van keuzen. Daarop moeten de basisscholieren, middelbare scholieren en studenten worden voorbereid. In een toelichting op zijn begroting noemde Ritzen dit de rode draad voor het komende jaar.

Voor de scholen betekent dit dat de leraar moet leren werken met informatienetwerken, niet alleen binnen de school, maar ook daarbuiten. Ritzen: “De school moet verbonden zijn aan andere instellingen.” Omdat kennis steeds sneller veroudert, zal het accent meer gelegd moeten worden op 'leren leren'. “Dat zal nog grote inspanningen vergen van leerkrachten en schoolorganisatie”, aldus Ritzen.

Van de mensen die werken heeft 80 procent te maken met computertechnologie op zijn werkplek. Dit staat in schril contrast met de praktijk op de basisschool, waar één op de dertig kinderen kennismaakt met de computer. Voor verbetering van deze situatie wordt volgend jaar tien miljoen gulden ter beschikking gesteld. Het bedrag loopt op tot dertig miljoen vanaf 1999. Het ministerie van Onderwijs wil hierbij samenwerken met het ministerie van Economische Zaken. Ook zullen leraren worden geschoold in het gebruik van nieuwe media. Die nieuwe, multimediale school zal niet de taak zijn van één vakleerkracht, aldus Ritzen.

De positie van oudere leraren krijgt bijzondere aandacht. Zij kunnen de arbeidsduurverkorting desgewenst benutten voor opfrisverlof of voor een lichtere taak op oudere leeftijd. Ritzen trekt hiervoor 75 miljoen gulden extra uit in 1997, oplopend tot 150 miljoen gulden vanaf het jaar 2000.

De bestaande problemen met het wachtgeld maken het onvermijdelijk, aldus Ritzen, dat daarvoor honderd miljoen gulden extra wordt uitgetrokken. Er loopt een grootscheeps onderzoek naar deze problematiek, waarvan de resultaten binnenkort aan de Tweede Kamer zullen worden aangeboden.

Ritzen trekt ook extra geld uit voor de verbetering van de studieprogramma's in het hoger onderwijs. Voor 1997, 1998 en 1999 is jaarlijks 140 miljoen gulden beschikbaar.

Om het 'werkend leren' in het hoger beroepsonderwijs te bevorderen, kunnen werkgevers via fiscale maatregelen gemakkelijker leerlingen aannemen. Per leerling/werknemer kan dit voordeel zesduizend gulden bedragen. Op die manier wordt de koppeling gelegd tussen onderwijs en beroepspraktijk, zo is de bedoeling.

Ritzen wil het kunstvakonderwijs aanpakken. Kwaliteit en doelmatigheid van dit onderwijs nopen volgens hem tot het saneren van “pseudo-kunstvakopleidingen en para-opleidingen”. In 1998 levert dat vier miljoen gulden op. In het jaar 2001 zal deze bezuiniging zijn opgelopen tot 25 miljoen gulden.

De regeling voor het betalen van lesgeld in het voortgezet en het middelbaar beroepsonderwijs wordt aangepast. Degenen die na 1 augustus 16 jaar worden, betalen nu helemaal geen lesgeld. Dat gaat veranderen. Met ingang van 1 augustus 1997 moeten ook deze scholieren gedeeltelijk lesgeld betalen: vanaf het kwartaal waarin de leerling 16 jaar wordt. De opbrengst van deze maatregel wordt geraamd op vijftig miljoen gulden.

In een toelichting op deze maatregel zei Ritzen dat naar zijn mening de Leerplichtwet kan worden gecombineerd met het innen van lesgeld. Het lesgeld bedraagt thans 1.497 gulden per jaar. Ouders van scholieren uit de lagere inkomensgroepen kunnen hiervoor financiële compensatie krijgen.

De studiefinanciering in het middelbaar beroepsonderwijs zal na het uitkomen van het tweede advies van de commissie Kruse (oktober 1996) worden gekort, zo wordt aangekondigd.

Er wordt rekening gehouden met een besparing van twaalf miljoen gulden in 1997, oplopend tot 124 miljoen in het jaar 2000. Het kabinet moet nog beslissen of die bezuiniging wordt gerealiseerd via een andere, goedkopere regeling van de reiskostenvergoeding voor deze studenten.