Nederland vergeleken met Europa

Nederland presteert onder de maat.

In Europees verband doet Nederland het weliswaar gemiddeld beter dan een aantal jaren geleden, maar uit een wereldwijde vergelijking van het concurrentievermogen van landen blijkt dat Nederland zijn sterke kanten onvoldoende weet om te zetten in duurzame welvaartsgroei. De oorzaak is gelegen in de dempende werking van de collectieve verzorgingsstaat op de economische slagkracht.

Het jaarlijkse Global Competitiveness Report van het World Economic Forum heeft 49 geïndustrialiseerde landen, opkomende ontwikkelingslanden en voormalige communistische landen op een groot aantal (150) punten van concurrentievermogen (onderverdeeld in Openheid, Overheid, Financiën, Infrastructuur, Technologie, Management, Arbeidsmarkt en Rechtsstaat) met elkaar vergeleken. Nederland staat op de 17de plaats en scoort daarmee van de Europese landen beter dan Oostenrijk, Zweden, Duitsland, Frankrijk, België, Ierland, Spanje, Portugal, Griekenland en Italië, maar slechter dan Luxemburg, Zwitserland, Noorwegen, Denemarken, Groot-Brittannië en Finland.

Het is een algemeen gedeelde Europese kwaal om onvoldoende welvaartsgroei te destilleren uit het economische potentieel. Nederland neemt hierbij een uitgesproken positie in. Want volgens deze studie is de Nederlandse economie op een aantal punten buitengewoon sterk en op andere punten uitzonderlijk zwak.

In vergelijking met de overige Europese landen neemt Nederland een beter dan gemiddelde positie in ten aanzien van Openheid, Financiële sector, Technologie, Management en Rechtsstaat. Nederland scoort op of onder het Europese gemiddelde wat betreft Overheid, Infrastructuur en Arbeidsmarkt.

Een verfijning van de gegevens per onderzochte categorie versterkt dit beeld. Nederland behoort wat concurrentievermogen betreft op onderdelen tot de beste (bovenaan de wereldranglijst staat Singapore) en op andere onderdelen tot de slechtste (onderaan staat Rusland) van de 49 onderzochte landen. Nederland heeft een concurrerende, open markteconomie en een sterke financiële sector, maar een starre arbeidsmarkt en een uitzonderlijk hoog aandeel van de collectieve uitgaven.

Op zes onderzochte criteria bevindt Nederland zich in de onderste regionen van de concurrentielijst. Nederland scoort zeer laag wat betreft de omvang van de overheidsuitgaven, de bruto lastendruk, de wig (het verschil tussen bruto en netto inkomen), de regels voor het minimumloon, de ontslagprocedures en de algemeen-verbindendverklaring van CAO's. Wat de wig betreft bungelt Nederland zelfs onderaan de lijst. De ontslagprocedures zijn alleen in Italië, India en Hongarije een nog grotere rem op het concurrentievermogen; de starheid van CAO's in Frankrijk, Venezuela, Oostenrijk, België, Duitsland, India en Italië. Wat de regels voor het minimumloon betreft scoren alleen Zuid-Afrika, Zweden en Luxemburg slechter. De omvang van de overheidsuitgaven levert slechts in Finland, Denemarken en Zweden een nog lagere beoordeling op.

Hoewel ook de kosten van vliegtickets in Nederland exceptioneel hoog zijn, maakt het onderzoek duidelijk dat Nederland in een internationale vergelijking een uitzonderingspositie inneemt op het samenhangende terrein van de verzorgingsstaat, lastendruk en arbeidsinflexibiliteit. Dit beperkt niet alleen het concurrentievermogen van de Nederlandse economie, het remt ook de mogelijke banen- en welvaartsgroei.