MILIEUBEHEER; Effectiviteit van beleid neemt af

De trend dat de uitstoot van de meeste vervuilende stoffen minder sterk toeneemt dan de economische groei is er nog wel, maar zwakt af. Het milieubeleid loopt tegen zijn grenzen. Veel maatregelen aan de produktiekant (technische, emissies-beperkende maatregelen) hebben hun maximale effect bereikt, terwijl aan de consumptiekant (automobiliteit en energiegebruik in huishoudens, industrie en landbouw) nauwelijks of geen beleid is gevoerd.

De uitstoot van het belangrijkste broeikasgas kooldioxyde is mede daarom een groot probleem. De CO2-uitstoot is zoveel toegenomen dat de doelstelling op dit gebied, een vermindering van drie procent over een periode van tien jaar, “menselijkerwijs niet meer gehaald kan worden”, aldus prof. ir. N.D. van Egmond, directeur milieu van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bij de presentatie van de milieubalans.

De milieubalans werd dit jaar voor de tweede keer opgemaakt. Het is een rapportage over de kwaliteit van het milieu als resultaat van gevoerd beleid. De passage over de uitstoot van kooldioxyde werd enkele weken geleden al aan het kabinet ter hand gesteld. Dat besloot toen 750 miljoen gulden uit te trekken voor een noodscenario om de doelstelling alsnog te halen. “Hoewel andere aspecten ook belangrijke redenen zijn voor meer dan gewone aandacht vanuit het milieubeleid is het klimaatprobleem de komende periode het meest dwingend”, schrijft minister De Boer (Milieubeheer) in haar begroting.

Het noodscenario, 'CO2-reductieplan' genoemd, richt zich allereerst op energiebesparing in huizen, kassen en industrie. Meer dan nu moet gebruik worden gemaakt van warmte die overblijft bij de produktie van stroom: stadsverwarming op nieuwbouwlocaties, tuinders die restwarmte van de industrie overnemen, industrieën die onderling warmte en stroom uitwisselen. Verder wordt er geld voor de ontwikkeling van schone energiebronnen en nieuwe technologieën uitgetrokken.

Van Egmond rekende voor dat dit noodscenario slechts verdere groei van de uitstoot van kooldioxyde tegengaat. Een vermindering is, door het lage tempo van energiebesparing, de energie-intensiteit van de economie (zware industrie, transport, land- en tuinbouw) en in mindere mate het verbranden van steenkool en aardolie door elektriciteitscentrales en raffinaderijen, geheel uit zicht verdwenen.

Probleem vormt ook de toename van het energiegebruik door huishoudens, waarvan er ook nog eens steeds meer komen. Het bezit van magnetrons en wasdrogers neemt hand over hand toe, terwijl bijvoorbeeld de baten van technologische vernieuwingen aan wasmachines teniet worden gedaan doordat er meer wordt gewassen.

De uitstoot van kooldioxyde is de afgelopen vijf jaar met 7 procent gestegen. Het verschil tussen de feitelijke en de gewenste uitstoot neemt nu met bijna drie megaton kooldioxyde per jaar toe. Voor het geld van het kabinet kan niet meer dan een uitstoot-vermindering van drie megaton worden gerealiseerd.

Van Egmond meent dat alleen drastische maatregelen, zoals het met de helft verhogen van de energieprijs, nog zoden aan de dijk kunnen zetten. De Boer, die tijdens de begrotingspresentatie sprak van “een volume-groei die te maken heeft met de structuur van onze economie”, zei dat “een verminderde uitstoot van 3 procent het streven blijft, ook al realiseer ik me dat het moeilijk wordt en ik niks kan beloven”.

Zeker is dat de aankondiging in de vorige begroting, dat de problemen alleen nog te lijf kunnen worden gegaan als diverse departementen daaraan meewerken, door deze milieubalans wordt onderstreept. “Het beleid”, schrijft het RIVM, “heeft de omvang van de maatschappelijke activiteiten relatief ongemoeid gelaten en heeft vooral gekozen voor het bevorderen van technische maatregelen om de schadelijke gevolgen ervan te verminderen. Dit wordt in grote mate verklaard uit economische overwegingen. Veranderingen in de omvang van maatschappelijke activiteiten hebben een ingrijpend effect op het maatschappelijk proces.”

Vergeleken met omringende landen loopt Nederland in plannenmakerij overigens voorop, constateert het milieu-instituut, en bij het in de praktijk brengen van milieubeleid gaan we gelijk op met de meeste andere westerse landen. Maar met veel industrie en verkeer in stedelijk gebied, en in de open ruimte rond de steden hoge concentraties van koeien, varkens en kippen in plaats van gebied voor natuur en recreatie, is de milieudruk groot. De uitstoot van ammoniak, de toepassing van meststoffen en de emissies van stikstofoxiden per vierkante kilometer zijn de hoogste in Europa.

Met de milieubegroting en de milieubalans komt ook een nota 'voertuigtechniek en brandstoffen' uit, die een inkijkje biedt in een toekomst vol schonere, zuinigere en stillere auto's, die gebruik maken van alternatieve brandstoffen en aandrijfsystemen.

Over vijftien jaar moeten auto's als het even kan 30 procent zuiniger zijn dan nu, 70 procent minder vervuilende stoffen uitstoten en tien decibel stiller zijn. Voor de korte termijn, vanaf medio 1997, komt er een vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor bussen op aardgas of lpg, een extra verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor personenauto's met de nieuwste, schoonste lpg-installatie en wordt de belasting bij aanschaf van een elektrische auto afgeschaft.

Onderzocht wordt of de belasting die wordt geheven bij de aanschaf van personenauto's kan worden ingezet voor de invoering van cruise control, board computers en econometers, zaken die zuiniger rijgedrag bevorderen.