Met mooie cijfers over naar de Europese klas

Met de vandaag gepresenteerde begroting kwalificeert Nederland zich als een van de eerste voor de Economische en Monetaire Unie. Onverwachts grote banengroei heeft Nederland tot Europese trendsetter gemaakt, concludeert Mark Kranenburg. Van gidsland van dominees tot gidsland van kooplieden.

Een economisch groeicijfer dat andere Europese landen jaloers maakt; één van de laagste werkloosheidspercentages in West-Europa; de grootste werkgelegenheidsgroei van West-Europa; op Denemarken, Ierland en Luxemburg na het laagste overheidstekort van de landen van de Europese Unie.

Als ministers zouden mogen glunderen, hadden de ministers van het kabinet-Kok dat vanmiddag in de Ridderzaal bij het voorlezen van de Troonrede zeker gedaan. Maar glunderen doen ministers in Nederland eigenlijk maar één keer: op het moment dat ze officieel voor het hoge ambt zijn aangezocht. Daarna wordt van ministers terughoudendheid verwacht. Uitbundig gedrag kan immers maar al te snel worden verward met zelfgenoegzaamheid. En dat is het laatste verwijt dat een kabinet mag treffen.

Daarom was Prinsjesdag ook vandaag weer vooral plechtig en ingetogen. Toch zouden ze het wel willen uitschreeuwen, de veertien mannen en vrouwen van paars. Alles loopt beter dan bij het aantreden van het kabinet in 1994 werd voorzien. Minister Zalm (Financiën) heeft alles overhoop gehaald om toch nog een tegenvallende ontwikkeling te kunnen melden. Hij kon echter niets vinden, zei hij op zijn jaarlijkse Miljoenennota-persconferentie.

Het gaat dus gewoon goed. Met de vandaag gepresenteerde begroting kwalificeert Nederland zich op papier als een van de eerste voor de Europese klas die Economische en Monetaire Unie heet. De 'Dutch disease' behoort tot het verleden. De zware bezuinigingsprogramma's die landen als Frankrijk en Duitsland nog te wachten staan, heeft Nederland reeds achter de rug. Nederland als voorbeeldland voor de Duitse bondskanselier Kohl. Hoe anders is alles geworden. Het moralistische gidsland van de dominees is vervangen door het economische gidsland van de kooplieden.

Met alle parameters in de goede richting, is het prettig regeren. Zelfs de van nature kritische Raad van State heeft dit jaar weinig aan te merken op de begroting. “Het voor 1997 uitgezette beleid heeft in grote lijnen de instemming van het college”, schrijft de Raad in zijn advies. De eerste geluiden uit het oppositiekamp wijzen er ook al niet op dat met de vandaag gepresenteerde begrotingsstukken het 'grote beuken' gaat beginnen.

De stemming onder de ministers is er zodoende een van ingehouden tevredenheid. Ingehouden, want het gaat weliswaar goed, maar niet goed genoeg. Of, om in de terminologie van het Centraal Planbureau te blijven: de groeicijfers mogen nu relatief mooi zijn, de niveaucijfers stemmen nog niet tot tevredenheid. Het aantal werkenden ten opzichte van de totale beroepsbevolking is in Nederland in Europees opzicht nog steeds aan de bescheiden kant. Als het gaat om het welvaartsniveau per hoofd van de bevolking, blijft Nederland achter bij het Europese gemiddelde. En ondanks het dalende financieringstekort zijn er in de Europese Unie maar vijf landen die een grotere staatsschuld hebben dan Nederland. Met andere woorden: Nederland gaat momenteel weliswaar harder vooruit dan de rest van Europa, maar komt ook van verder.

Dit gegeven relativeert de rooskleurige cijfers in de vele vandaag gepresenteerde begrotingsstukken iets. Het neemt echter niet weg dat Nederland op dit moment trendsetter in Europa is. Werk, werk, werk, zei het kabinet bij zijn komst. Het is uitgekomen. In alle vijftien landen van de Europese Unie samen zal de werkloosheid volgend jaar 11 procent van de beroepsbevolking bedragen. Voor Nederland wordt daarentegen een percentage van 5,25 verwacht.

In de eveneens vandaag uitgekomen Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau wordt al euforisch gesproken over het “Nederlandse werkgelegenheidswonder”. De banengroei komt net als in 1996 volgend jaar ruim boven de honderdduizend uit. Daarmee wordt de in het regeerakkoord genoemde werkgelegenheidsdoelstelling van 350.000 banen extra reeds volgend jaar gehaald.

Het economische recept dat het kabinet-Kok in zijn derde Miljoenennota presenteert wijkt weinig af van dat van de voorgaande jaren. Ook niet van het beleid dat door de kabinetten-Lubbers werd gevoerd. Daarmee wordt nog eens bevestigd dat tegenwoordig niet zozeer de politieke keuze bepalend is voor het succes, maar de invoering van het beleid. De kern van dat beleid is opnieuw de combinatie van 'tekortreductie' en 'lastenverlichting'. Daarbij hoort dan ook nog de 'saus' die het geheel sociaal aanvaardbaar maakt. De koppeling tussen lonen en uitkeringen wordt volledig toegepast, terwijl er voor enkele specifieke groepen laagbetaalden nog speciale maatregelen worden getroffen om het besteedbaar inkomen op peil te houden. Hierdoor vormt de voorziene inkomensontwikkeling voor de diverse categorieën ook volgend jaar weer een afspiegeling van het vlakke Nederlandse landschap. De marges bewegen zich tussen de nul en een half procent, met als uitschieter de alleenstaande AOW'er die er één procent op vooruit gaat. Ofschoon er volgens de 'sociale nota' van minister Melkert (Sociale Zaken) de laatste tien jaar mede als gevolg van de toename van het aantal tweeverdieners sprake is van een “lichte toename van de inkomensongelijkheid”, is Nederland nog ver verwijderd van extreme verschillen.

Het 'paarse' monsterverbond van wat ooit links en rechts was houdt in grote lijnen ook in 1997 het inkomensgebouw in evenwicht. Niet onlogisch, want de middenweg tussen vergroting en verkleining van inkomensverschillen is gelijk gehouden. Maar nu in rapporten van de Wereldbank en de OESO wordt geconstateerd dat een evenwichtige spreiding van inkomens positief uitwerkt op economische groei en werkgelegenheid zou dit oorspronkelijk mathematische compromis wel eens kunnen uitgroeien tot bewust beleid.

Van politiek belang is de relatieve rust waarin de begroting tot stand is gekomen. Vorig jaar leek het er even op dat de begrotingsbesprekingen voor 1997 zouden leiden tot een stellingenoorlog tussen PvdA en VVD. De PvdA wilde voorrang geven aan lastenverlichting om de koopkracht te verbeteren, terwijl de VVD vond dat ten behoeve van het verlagen van de staatsschuld alle aandacht moest uitgaan naar verlaging van het financieringstekort. De 'verstandige mix' waarmee het kabinet-Kok alle problemen te lijf gaat, bood ook hier weer uitkomst.

Grote gevechten binnen het kabinet zijn eveneens uitgebleven. Voorzover er sprake was van meningsverschillen zijn deze binnenskamers gebleven. Daar komt bij dat de controverses die zich hebben voorgedaan meer departementaal dan politiek bepaald waren. De besprekingen zijn zo soepel verlopen dat al weer bijna vergeten is dat twee jaar geleden, bij de totstandkoming van het kabinet-Kok, de begroting voor 1997 nog als cruciaal werd bestempeld. In het toen kersverse regeerakkoord stond dreigend dat in de zomer van 1996 een “tussenstand” zou worden opgemaakt “inzake de realisatie van bij de start van het kabinet overeengekomen beleid”. Vooral op het gevoelige terrein van de sociale zekerheid zou volgens het regeerakkoord bij een tegenvallende ontwikkeling de discussie tussen PvdA en VVD kunnen worden heropend. Verwijzend naar onder andere deze passage stelde CDA-leider Heerma destijds vast dat de 'paarse' coalitie een regeerakkoord voor maar twee jaar had gesloten.

Maar dankzij de gunstige economische groei van de afgelopen jaren hebben de ministers van het kabinet-Kok deze zomer niet hoeven morrelen aan de in het regeerakkoord gemaakte afspraken. Integendeel, nu alles zelfs beter loopt dan verwacht blijkt er volop ruimte om in de verderliggende toekomst te kijken. Het kabinet heeft de blik verlegd tot ver voorbij de huidige zittingsperiode die in 1998 afloopt.

Hoe gaan rond het jaar 2015 de dan naar verwachting achttien miljoen in Nederland woonachtige mensen leven op dat hele kleine stukje aarde, was de vraag die de ministers zich onder leiding van minister-president Kok vanaf dit voorjaar tijdens 'brainstorm-sessies' zijn gaan stellen. Nu al loopt het land tegen alle mogelijke grenzen aan. De economie groeit, maar de files groeien nog harder. De schoorsteen rookt weer, maar dat is tevens het probleem. Ondanks diverse reeds getroffen milieumaatregelen daalt de uitstoot van broeikasgassen niet zoals de bedoeling was, maar neemt juist toe.

De 'Gateway to Europe' dreigt te verstoppen en te verstikken. “Alles op alles moet worden gezet om te voorkomen dat ons land vastloopt in een verkeersinfarct”, schrijven de ministers van Economische Zaken, Milieu, Verkeer en Waterstaat en Landbouw vandaag in een speciale brief die bij de begrotingsstukken is gevoegd. Het kabinet wil ook op dit probleem de en-en-formule toepassen. “Om een werkelijk duurzame ontwikkeling te realiseren is het nodig dat economische groei, versterking van concurrentiekracht en toename van de werkgelegenheid samengaan met een zorgvuldig beheer van milieu, ruimte en natuur”, zei koningin Beatrix vanmiddag in de Troonrede.

Daarbij gaat het erom dat over twintig jaar Nederland met twee miljoen mensen meer dan nu voldoende werkgelegenheid zal hebben en dat deze inwoners bovendien ook nog kunnen wonen, recreëren en zich verplaatsen in een schone en veilige omgeving. Volgens het kabinet vergt dit investeringen in de ruimtelijke, economische, sociale en kennis-infrastructuur. “Kwaliteit kost geld”, aldus de brief van de vier bewindslieden. Nederland gaat ondergronds, buitengaats en de lucht in als alle voornemens werkelijkheid worden. Vele miljarden zullen met deze ambities gemoeid zijn. Het betekent eenvoudigweg dat als de economie straks geheel op orde is, de overheid geld zal blijven opeisen. Investeren gaat voor consumeren, aldus Kok in een toelichting op de begrotingsstukken.

De intensieve aandacht van het kabinet voor de ruimtelijke inrichting van Nederland is tevens het antwoord aan degenen die stellen dat het regeerakkoord aan vernieuwing toe is nu de doelstellingen eerder gehaald lijken te worden. Een nieuw programma is volgens Kok niet nodig. Hij maakte in zijn toelichting op de Troonrede duidelijk dat niets het kabinet in de weg staat de lat “enkele centimeters hoger te leggen” nu de doelstellingen eerder binnen bereik komen. Om de staatsschuld te verlagen zal het financieringstekort nog verder naar beneden moeten. Daarnaast moet de werkgelegenheid nog aanzienlijk groeien om de arbeidsparticipatie op Europees niveau te brengen. Bovendien heeft het kabinet, door daarvoor twee miljard gulden extra uit te trekken, zelf al de omslag gemaakt naar meer investeringen. Er zal volgens Kok dan ook geen sprake zijn van het rustig uitrijden van de rit naar 1998.

Naarmate het kabinet langer met de toekomst bezig is, wordt het ook meer de eigen toekomst. In de brief waarin het aanvalsplan wordt aangekondigd, schrijven de ministers dat het kabinet het tot “zijn bestuurlijke verantwoording rekent de noodzakelijke analyses en oplossingsmodaliteiten beschikbaar te hebben ten tijde van de volgende kabinetsformatie”. Maar wie eenmaal zover in het proces is gevorderd zal het ook zelf willen afmaken. Dat is dan ook de politieke betekenis van de 'bouwannex' die het kabinet vandaag aan de begrotingsstukken heeft toegevoegd.

Het kabinet-Kok is de snuffelfase definitief voorbij. Ook zonder de dwingendheid van het regeerakoord blijken de ministers tot besluiten te komen. De hechtheid van het paarse kabinet is zo groot dat de plannenmakerij zich tot ver in de volgende eeuw uitstrekt. Het bewijs is geleverd dat PvdA en VVD in één kabinet kunnen samenwerken. Dat geldt minder voor de coalitie-fracties in de Tweede Kamer. Toch heeft het agreement to disagree dat daar de toon zet het functioneren van het kabinet tot nu toe nog niet ernstig belemmerd. Wat het komende jaar moet blijken is of de vreedzame coëxistentie tussen de fracties van PvdA, VVD en D66 ook kan blijven bestaan in de opmaat naar de verkiezingen.

“De toekomst van Europa is onze toekomst”, aldus de eerste zin van de Troonrede. En inderdaad, de talloze begrotingsstukken laten er geen twijfel over bestaan: Holland goes Europe. Te beginnen op 1 januari aanstaande wanneer Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie gedurende een half jaar op zich neemt. Waarbij het begrip voorzitterschap dit keer overigens zeer letterlijk wordt genomen. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) laat in zijn begroting weten dat de zes maanden van het Nederlandse voorzitterschap niet moeten worden gezien als een op zichzelf staande aangelegenheid en zeker niet als een periode waarin Nederland nadrukkelijker zijn eigen wensen en voorkeuren naar voren kan brengen. Een herhaling van Black Monday is zodoende niet te verwachten.

Het land kent tegenwoordig zijn plaats. “De regering ziet het als haar opdracht aan de Europese samenwerking te blijven bijdragen en ons land ook na de eeuwwisseling te verzekeren van een solide plaats binnen de Europese Unie”, aldus koningin Beatrix vanmiddag.

De begroting die de regering vandaag heeft gepresenteerd betekent het toegangsbewijs voor de Economische en Monetaire Unie. Oftewel: Nederland kan door naar de Europese eredivisie. Wie daar op 1 januari 1999 verder nog in spelen, is nu nog een vraag. Duidelijk is alleen wel dat zonder de deelname van Frankrijk en Duitsland van een EMU geen sprake kan zijn. Is de EMU een feit, dan kan direct de wereldcompetitie beginnen. Want het Nederlandse groeicijfer van 2,75 procent mag dan wel naar Europese maatstaven indrukwekkend zijn, vergeleken bij de groeicijfers die nu al jaren achtereen in Azië gebruikelijk zijn is het Nederlandse percentage uitermate bescheiden. Zo blijft er toch nog wat te somberen.