Melange van dada met horror

Voorstelling: De Comanche, door Alex d'Electrique. Gezien: 13/9 De Brakke Grond, Amsterdam. Tournee van 19/9 t/m 19/10. Inl 020-6264545.

Het verhaal is bizar en onlogisch, zoals altijd bij Alex d'Electrique. Aarzelend resumeren we: een schoonmaakster heeft een comapatiënt ontvoerd. In haar eigen beleving echter, en daar beginnen de interpretatieproblemen al, heeft zij de man niet geschaakt maar gered: uit de klauwen van de onderzoeksgeile medische stand. Hoe anders is dan weer de beleving van de man. Zodra hij bij bewustzijn komt, in de kelder waar de schoonmaakster hem samen met haarzelf heeft opgesloten, wordt hij overspoeld door nare herinneringen, en hij verlangt terug naar zijn coma, dat zalige sluimerbestaan. Twee visies, twee werelden die nooit bij elkaar zullen komen. Voor de schoonmaakster, zelf gevlucht uit een sleurhuwelijk, is haar gegijzelde 'indiaan' het toppunt van vrijgevochtenheid: een mentale toestand die zij krampachtig nastreeft. In de fantasieën van de man echter staat het indianendom voor verval en verrotting, voor het mensdom an sich. Zij wil leven, hij heeft het leven wel gezien.

Geen wonder dat deze totaal verschillend gepoolde wezens voornamelijk in monologen spreken. Raymonde de Kuyper doet dat laconiek en aards en droogkomisch, terwijl Ko van den Bosch in zijn solo's de hysterische desperado speelt. Maar belangrijker dan de tekst is alles wat daaromheen gebeurt. Overal op de grond staan borrelende en stomende waterkokers; ook uit Van den Bosch komen rooksignalen. Uit een schuddende lichtbak valt een regen van glas. De scherven schuren langs de glazen tussenwand waar de man zijn neus tegen plet.

Alleen al het intrigerende geluidsdecor, aangedikt met muziek die op haar beurt uit geluidsfragmenten bestaat, houdt de aandacht gevangen. Griezelige handelingen worden uitgevoerd met groteske gebaren die op de lachspieren werken zonder de spanning te breken. Vooral Ko van den Bosch gaat weinig zachtzinnig om met zijn kapitaal, zijn eigen lichaam. Hardnekkige pleisters rukt hij kreunend van zijn gezicht; brandende waxinelichtjes smelten op zijn armen; kwijl komt uit zijn bek; een hand verdwijnt in een drekkige schijtdoos.

Body-art gaat hier samen met slapstick, dada met horrortheater. Een heerlijke melange: even onzinnig, pijnlijk en grofpoëtisch als het leven zelf.