Meerjarige subsidie voor 299 kunstinstellingen

Staatssecretaris Nuis (OCW) heeft vandaag zijn cultuurnota Pantser of ruggengraat naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin wordt voor de periode 1997-2000 het beleid op het gebied van kunst en cultuur uiteengezet. Ook wordt de inhoud bekend gemaakt van 'cultuurconvenanten', bestuurlijke overeenkomsten die zijn gesloten met de drie grote steden en de regio's midden, noord, oost, west en zuid over de onderlinge taakafbakening en invulling van het cultuurbeleid.

De Tweede Kamer zal daarover dit najaar debatteren met de staatssecretaris.

Een belangrijk onderdeel van de destijds door minister Brinkman van WVC geïntroduceerde vierjaarlijkse Cultuurnota zijn de beschikkingen op 491 aanvragen voor meerjarige subsidies door kunstinstellingen. Na advies van de Raad voor Cultuur komt de staatssecretaris tot de subsidieverlening aan 299 instellingen. Daarvan krijgen 61 instellingen voor het eerst subsidie, terwijl voor 23 instellingen de subsidie vervalt. In verreweg de meeste gevallen volgt de staatssecretaris het advies van de Raad voor Cultuur. Hij wijkt daar ook een aantal keren vanaf, zoals bij de Haagse toneelgroep De Appel, die in weerwil van het negatieve advies van de Raad voor Cultuur toch subsidie krijgt, zij het 420.000 gulden minder dan tot nu toe.

Voor het kunst- en cultuurbeleid is de komende vier jaar 32 miljoen gulden per jaar extra beschikbaar. Dit extra geld is het saldo van een bezuiniging waartoe het vorige kabinet besloot en een verhoging die is afgesproken bij de kabinetsformatie. De toen ook overeengekomen bezuiniging op subsidies is later voor de kunstbegroting weer gecompenseerd. Voor het inlopen van achterstanden bij de monumentenzorg is 275 miljoen gulden beschikbaar, afkomstig uit meevallers.

Het totaal van de rijksuitgaven voor kunst en cultuur bedraagt het komende jaar 950 miljoen gulden, dat is iets minder dan een half procent van de rijksbegroting, die 201,1 miljard bedraagt. Voor de kunsten is volgend jaar 491 miljoen beschikbaar, voor bibliotheken, letteren en de Nederlandse Taal Unie 77 miljoen en voor het cultureel erfgoed 349 miljoen.

Het kabinet doet voorstellen voor fiscale faciliteiten bij schenkingen van kunstvoorwerpen en voor het in natura voldoen van successierechten over kunstcollecties. De waarde van die twee nieuwe regelingen zal naar schatting ongeveer 10 miljoen bedragen.

In de Cultuurnota beziet de staatssecretaris de cultuur als een factor die samenleving en individuen een ruggengraat geeft en daardoor in staat is wederzijdse belangstelling te wekken en pantsers te doorbreken. Er moeten verbanden worden gelegd en er moet ruimte worden geschapen, de hokjes in de gesegmenteerde wereld van kunst en cultuur moeten worden afgebroken en er moet meer onderlinge samenhang komen.

De cultuurnota kent veel belang toe aan kunsteducatie, aan het op weg helpen van startende kunstenaars, aan de 'makers' en de 'verkenners' in de kunst, aan het bewaren van het onroerend erfgoed, aan internationale contacten met Nederland als ontmoetingsplaats, aan taal als bindend element in de samenleving, aan de steden als culturele centra en aan nieuwe media.

Op al die gebieden wil de staatssecretaris in zijn beleid stimulerend optreden, deels met subsidies. Dat is al gebeurd bij de toekenning van de meerjarige subsidies. De aanvragen daarvoor zijn gedaan na de totstandkoming van het eerste ontwerp voor de nieuwe Cultuurnota, waarover ook de Raad voor Cultuur in Een cultuur van verandering advies heeft uitgebracht. Voor de amateuristische kunstbeoefening zal een nieuw fonds worden opgericht.

Staatssecretaris Nuis signaleert verder het grote belang van de niet-gesubsidieerde kunstwereld die zorgt voor een grote culturele bedrijvigheid, waarbij een hoge kwaliteit veelal de maatstaf is. Ook de particuliere en commerciële activiteiten in de gesubsidieerde sector zijn volgens Nuis een uiting van culturele vitaliteit.