LANDBOUW, NATUURBEHEER en VISSERIJ; Natuurbeheer zaak van particulier

“Als je midden op de stroom vaart, moet je niet van koers gaan veranderen.” Minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij) betitelt zijn eigen begroting dan ook als “niet spectaculair, maar gedegen”. De minister verandert echter wel zijn koers als het gaat om de natuur en landinrichting. De VVD-minister ziet in de toekomst een grotere taak voor particulieren weggelegd om natuurgebieden te beheren. Van Aartsen wil het verband tussen landbouw en natuur sterker maken.

De natuurorganisaties Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, die nu veelal worden gefinancierd door de overheid, zullen in de toekomst minder terreinen beheren. Voor de aankoop van reservaatsgebieden door de organisaties is drie miljoen gulden minder beschikbaar in 1997. Op de aankoop van natuurterreinen door de Staat bezuinigt de minister volgend jaar 1 miljoen gulden. Van Aartsen trekt verder zeven miljoen gulden minder uit voor landinrichting. In deze sector bezuinigt Landbouw dit jaar 17,2 miljoen gulden, tot 2000 wil het ministerie in totaal 41,3 miljoen bezuinigen.

Van Aartsen zoekt zijn bezuinigingen in de natuur en landinrichting omdat volgens hem op die manier “de balans op de begroting tussen vreugde en verdriet het best gewaarborgd blijft”.

Boerenland, geschikt voor natuurbeheer, werd voorheen met geld van de overheid opgekocht door natuurorganisaties. In de toekomst kunnen natuurorganisaties alleen nog terreinen opkopen met subsidie van de overhid als de organisaties al een deel van een bepaald terrein in bezit hebben en het restant willen verwerven. Op korte termijn stoot de overheid een deel van de agrarische cultuurgronden in bezit van Staatsbosbeheer af. Het is dan wel noodzakelijk dat deze gronden vrij zijn van pacht.

Van Aartsen wil volgend jaar verder gaan met experimenten van particulier beheer. Inmiddels is op een zestal plaatsen al begonnen met 'boerennatuur'. Boeren spannen zich daar actief in om de natuurwaarden op hun land te beschermen. Dergelijke projecten worden gefinancierd door het rijk en de provincies.

Van Aartsen onderstreept dat niet alle soorten natuur door boeren kunnen worden beheerd. “Het is een aanvulling op wat organisaties als Staatsbosbeheer doen.”

De aankoop van gebieden waar bos moet worden aangelegd loopt met name in de Randstad nog lang niet volgens plan. In totaal is in het westen van Nederland tussen 1990 en eind 1995 iets meer dan achthonderd hectare aangekocht, terwijl dat volgens de plannen 2270 hectare had moeten zijn. Volgens Van Aartsen ligt dat aan ruimtelijke problemen en werken gemeentes soms ook niet voldoende mee. “Maar”, benadrukt Van Aartsen, “een extra inzet bij de bosaanleg in de Randstad is nodig.”

Van Aartsen presenteert voorts een pakket van maatregelen om de crisis in de tuinbouw te bezweren. Bij de herstructurering van de glastuinbouw richt Van Aartsen zich op de individuele ondernemer. De komende tien jaar stelt de overheid ruim driehonderd miljoen beschikbaar om de sector zijn “vooraanstaande” positie te laten herwinnen. Daarnaast stelt Van Aartsen uit zijn eigen begroting middelen beschikbaar voor met name de tuinbouw in het Westland.

Het geld zal onder meer worden gebruikt voor het opzetten van een Sociaal Economisch Plan waarop tuinders een beroep kunnen doen als zij hun bedrijf opheffen. Daarvoor zal tot het jaar 2000 jaarlijks maximaal vijftien miljoen gulden beschikbaar worden gesteld. De sector zal zelf negen miljoen gulden bijdragen. Het is de bedoeling dat de glastuinbouw op den duur in enkele gebieden wordt geconcentreerd, waar grotere en modernere bedrijven moeten ontstaan.

Landbouw zal zich het komende jaar intensief bezighouden met de uitvoering van het mestbeleid. Vanaf 1 januari 1998 moeten de grotere veehouderijen verplicht een mineralenboekhouding gaan bijhouden en inleveren. Bovendien moet worden besloten hoe de middelen uit het herstructureringsfonds worden ingezet. De 475 miljoen gulden die het kabinet beschikbaar stelt voor sanering en herstructurering wil Landbouw deels gebruiken om zogeheten mestproduktierechten van veehouders op te kopen en uit de markt te halen.