Kohl ziet veel in bezuinigen naar Nederlands model

Bert de Vries krijgt in Bonn een pluim. Niet dat de voormalige CDA-minister van Sociale Zaken een goede bekende is bij de Duitse regeringscoalitie of bij Bondsdagleden. Maar te pas en te onpas wordt het Nederlandse bezuinigingsbeleid geroemd. Vooral de jarenlange loonmatiging die werkgevers, werknemers en overheid in het tijdperk-Lubbers - jaren tachtig - met elkaar afspraken, dwingt respect af.

“Wat daar aan ingrijpende maatregelen mogelijk was, moet hier toch ook kunnen”, riep bondskanselier Helmut Kohl toen er eind april in Duitsland een golf van kritiek losbrak op zijn programma om volgend jaar vijftig miljard mark te bezuinigen. Het duurde bijna 21 weken voordat de bondskanselier het groene licht kreeg. Pas vorige week was het zover.

Duitsland is te onbeweeglijk, het reageert te traag op internationale ontwikkelingen en vooral: Duitsland is te duur. Bedrijven investeren te weinig in eigen land en de lijst van werklozen groeit maar door. Standort Deutschland moet weer glans krijgen, vindt Kohl. Veertien jaar lang zag zijn coalitie van christen-democraten en liberalen geen reden om te veranderen.

De lonen stegen met percentages ver boven de inflatie, versoepeling van het ontslagrecht was onbespreekbaar, net zoals de algemeenverbindendverklaring van CAO's.

In april was het zover. Met de stok van een Economische en Monetaire Unie achter de deur en veel pottenkijkers uit Brussel lanceerde het kabinet-Kohl een plan dat Duitsland concurrerender moest maken. Waarom lukte het de Nederlanders wel met succes te bezuinigen en tegelijkertijd het sociale stelsel te hervormen, waarom lukte dat de Duitsers niet?

Naarmate de problemen in eigen land zich opstapelden, werd meer en meer over de westelijke grens gekeken. Door de arbeidsbureaus in Duitsland, door het ministerie van Arbeid van Norbert Blüm, de christen-democraat met het sociale hart, door het ministerie van Financiën en talrijke gemeenten. De bondskanselier zelf roemde het verschijnsel Teilzeitarbeit, want dat hielp toch zoveel vrouwen aan werk. En minister van Financiën Theo Waigel liet een uitdraai maken van de maatregelen die in Nederland genomen waren op het gebied van de begroting, sociale zaken en de AOW. Zo zag hij dat er een bonus-malussysteem was ontworpen om de arbeidsongeschiktheid terug te brengen; dat er een plafond was ingesteld voor de loonontwikkeling; dat keuringen ten aanzien van arbeisongeschiktheid strenger waren geworden; dat subsidies aan bedrijven sterk werden verminderd.

Maar kijkt Duitsland wel goed naar Nederland? Werkgevers en werknemers waren er in de Lage Landen als de kippen bij om de gaten te dichten toen er op het ziekengeld en de WAO (arbeidsongeschiktheid) werd gekort. Bij beide wetswijzigingen kreeg de werkgever meer verantwoordelijkheid en trok de overheid zich terug. In Duitsland doet de staat het werk en mag de werknemer nog steeds kiezen: een korting op het ziekengeld of bij vijf ziektedagen één vakantiedag inleveren. Wat zouden Bert de Vries en de Nederlandse kampioen bezuinigingen oud-minister-president Ruud Lubbers hiervan vinden?