Het Nederland van Wim kok

Op het gebied van ruimtelijke ordening staan er tot het jaar 2010 nu al honderden projecten op de rol, hetzij reeds in uitvoering, of gepland, dan wel in studie. Daarmee zijn grote bedragen gemoeid: zo'n 42 miljard gulden voor spoorwegen, meer dan twintig miljard voor wegen, allemaal te betalen uit 's rijks kas.

De circa tweehonderd miljard gulden aan woningbouw die tot die tijd moet plaatshebben, wordt vrijwel geheel door particulieren en corporaties opgebracht. En ook de miljarden die zijn gemoeid met de aanleg of uitbreiding van bedrijventerreinen - zoals Schiphol en een mogelijke tweede Maasvlakte - hoeven niet allemaal door de overheid te worden gefourneerd.

Het jaar 2010 lijkt ver weg, een eind in de volgende eeuw. Toch is 2010 dichterbij dan 1980. Pas wie zich afvraagt wat er sinds 1980 is bijgekomen aan infrastructuur realiseert zich de proporties van de nu voorgenomen investeringen. Die zijn overigens niet allemaal het werk van dit kabinet. Een deel van de projecten is reeds door vorige kabinetten in gang gezet. Ruimtelijke ordening is bij uitstek regeren over het graf.

Het kabinet-Kok, en vooral premier Kok zelf, heeft de ruimtelijke ordening bovenaan de politieke agenda gezet. Maar liefst drie extra nota's op het gebied van verkeer en ruimtegebruik verschenen er bij de vandaag gepresenteerde begroting, alsmede een negen kantjes tellende, door vier bewindslieden ondertekende brief over de 'versterking van de ruimtelijke infrastructuur'.

De belangrijkste en meest in het oog springende projecten zijn in de hiernaast afgedrukte kaart opgenomen. Niet alles wat daarin staat is al even zeker. Bij het een is de besluitvorming (nagenoeg) afgerond, staat het tracé vast en is er geld gereserveerd - zoals bij de Betuwelijn. Bij andere is er wel geld, maar moet de Kamer nog een beslissing nemen en staat het tracé derhalve nog niet helemaal vast - zoals bij de hogesnelheidslijn naar België. Bij weer andere zijn de voorbereidingen nog maar net begonnen, staan er nog vele alternatieven open en zijn er nog geen middelen gereserveerd - zoals de Noordtak van de Betuwelijn van Zevenaar naar Oldenzaal.

Behalve een paar grote, in het oog springende projecten staan er vooral tientallen kleinere op de rol. Met name daar heeft het kabinet bij deze begroting een forse extra duw gegeven. Op grote schaal instellen van inhaalverboden voor vrachtwagens, het aangeven of zelfs aanleggen van aparte rijstroken voor speciale doelgroepen - vrachtwagens, carpoolers, mensen die extra betalen - en het op grote schaal introduceren van zogeheten toeritdosering - stoplichten voor de oprit van de snelweg die net zo lang op rood blijven tot er ruimte is op de weg - moeten bijdragen aan het openhouden van de achterlandverbindingen en het in beweging houden van het verkeer rond de grote steden. Rekeningrijden volgt dan naar het zich laat aanzien aan het begin van de volgende eeuw.

Veel van die maatregelen - zelfs enkele grote projecten - zijn eerder te beschouwen als groot, of zelfs achterstallig onderhoud dan als verbouwing. De grote verbouwing moet nog komen. Dit kabinet is druk doende daarvoor materiaal te verzamelen. Nota's over Nederland in 2030 staan op stapel. De besluitvorming daarover wordt een zaak van het volgende kabinet.

Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving staat al jaren op een laag pitje. Des te opmerkelijker is dat zich in de ruimtelijke ordening het omgekeerde voordoet. De overheid doet er van alles aan om de autonome tendensen in de markt - zoals de trek van bedrijven richting Utrechtse Heuvelrug en Brabant en het streven van burgers naar een huis met tuin en auto voor de deur - in te dammen en zelfs tegen te gaan. Het geloof in de maakbaarheid van Nederland staat onder het regime-Kok fier overeind.