Gewend aan maffe figuren

Als manager en trainingsmaat van mountainbiker Bart Brentjens heeft Gert-Jan Theunisse het gevoel van een topsporter teruggekregen. Het duo verdedigt zondag de titel bij het WK in Australië.

ROTTERDAM, 17 SEPT. Gert-Jan Theunisse is gematigd optimistisch over de kansen van olympisch kampioen Bart Brentjens, die zondag zijn regenboogtrui verdedigt in Cairns. “Het is voor Bart extra moeilijk in Australië opnieuw te pieken. De voorbereiding is niet helemaal gelopen zoals ik het graag wilde hebben. We hadden door allerlei plichtplegingen gewoon minder tijd dan gewoonlijk. Iedereen wil een graantje meepikken van het succes. Daarvoor krijgt hij ook goed betaald. Maar het kost energie die we liever in andere dingen hadden gestoken.”

Als wegfietser leefde Theunisse als een monnik. Hij zocht de grenzen van zijn lichaam op met trainingsstages op hoogte in de Alpen en in Zuid-Afrika. Tot het lichaam na de jaren van extreme inspanningen dienst weigerde en protesteerde door allerlei vreemde kwalen. Nu ontwerpt hij de trainingsschema's van zijn zwager. “Ik ben zelf het beste voorbeeld hoe het niet gedaan moet worden. Ik zal die fouten niet meer maken. Zware arbeid wordt afgewisseld met veel rust. Over alles wordt nu goed nagedacht. Met een strenge controle op de achtergrond.”

Ruim een jaar werkt hij nu met Brentjens. Halverwege 1995 stapte de mountainbiker bij Theunisse binnen. De ex-wegrenner luisterde naar de problemen. “Hij zat in een slechte periode. Hij constateerde geen verbetering meer, zat mentaal in de put. De samenwerking klikte van de eerste dag. Hij vertrouwt me, ik hem.”

Theunisse kwam terecht in een wereld waar hij niets van afwist, waar hij als wegrenner denigrerend tegen aankeek. “Maffe figuren vond ik het. De eerste lichting had ook weinig met topsport te maken. Dat waren vrijbuiters. Met de komst van de commercie is de sport enorm geëvolueerd. Een wedstrijd is pure topsport, zwaarder dan welke bergetappe in de Tour. Als het startschot klinkt is het strijd. Combines als in de wegsport zie je niet.”

Theunisse voelt zich met zijn lange manen thuis in zijn nieuwe wielerwereld. “Met mijn uiterlijk pas ik wel tussen al die vreemde figuren. Het is een grote familie, waarin iedereen elkaar buiten de wedstrijd helpt. Met materiaal, met adviezen. De sfeer is relaxed. Ik ben heel aardig terechtgekomen, had geen beter lot kunnen trekken.”

Tijdens zijn wegperiode krioelde het altijd in zijn hoofd van de ideeën. Plannen die in de nogal conservatieve wereld van de profploegen nooit een instemmend oor vonden. “Ik kan nu mijn energie kwijt. Ik heb volledige vrijheid van handelen, kan alles uitvoeren.”

Theunisse heeft respect gekregen voor de mountainbiker Brentjens. “Hij heeft meer arbeid verricht dan wie ook. Ondanks alle verplichtingen na de Olympische Spelen heeft hij ook de Tour de France nog gewonnen en won hij een wereldbekerwedstrijd. Hij is een echte atleet geworden. Na de Tour heeft hij toch nog 1.000 kilometer getraind.” Aan de zijde van Theunisse. “Er is niets beters dan uren door de natuur fietsen. Ik doe alles zoveel mogelijk mee, kan ook nog mee. Die trainingen geven me het idee dat ik nog steeds een topsporter ben.” (ANP)