Geheim Zwitserse bank is 'heilig'

ROTTERDAM, 17 SEPT. Het Zwitserse bankgeheim is even legendarisch als omstreden. De socioloog Jean Ziegler, een felle criticus van de Zwitserse banksector, spreekt van “een heilige wet” in Zwitserland. “Wie aan dit geheim komt, verstoort de kerkdienst”, zei hij ooit in het Duitse weekblad Focus.

Het bankgeheim wordt nu tijdelijk opgeheven bij het onderzoek naar de bezittingen die Nazi's voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben buitgemaakt op joodse slachtoffers en centrale banken in door de Duitsers bezette landen. “Dit is niet de eerste keer. In de jaren zestig moesten banken al gegevens over joodse tegoeden verstrekken aan een centraal bureau”, zegt woordvoerster Silvia Matile van de Zwitserse vereniging van banken.

Het bankgeheim bestaat sinds in 1934 de bankenwetgeving in Zwitserland werd ingevoerd. Ironisch genoeg was de belangrijkste reden voor de geheimhouding de bescherming van degenen die werden vervolgd door het Nazi-regime in Duitsland. Al in de jaren dertig brachten veel joden uit Duitsland - maar ook uit andere landen - hun bezittingen onder bij Zwitserse banken. Nazaten van joodse slachtoffers stuiten volgens het Joodse Wereld Congres (JWC) op hetzelfde bankgeheim bij hun pogingen familiebezit te achterhalen.

De geheimhouding is de afgelopen twintig jaar steeds meer onder vuur komen te liggen. Zwitserland geldt net als bijvoorbeeld Andorra, Luxemburg en Lichtenstein als een toevluchtsoord voor drugshandelaren, die jaarlijks naar schatting 200 miljard gulden wereldwijd witwassen. Voormalige dictators zoals Duvalier (Haïti), Noriega (Panama), Marcos (Filipijnen) en Ceausescu (Roemenië) zouden miljarden hebben in Zwitserland.

Het bankgeheim is onder internationale druk versoepeld. In 1977 werd een Wederzijds Bijstand Verdrag in de wet opgenomen. Sindsdien wordt het bankgeheim opgeheven bij vergrijpen die verboden zijn in zowel Zwitserland als in het land dat verzoekt om inzage bij een rekening. Belastingontduiking valt daar niet onder, zo werd in 1984 bij referendum bepaald.

De belangrijkste wet werd aangenomen in 1992, toen het zogeheten B-formulier werd afgeschaft. Met dit formulier kon een advocaat namens een cliënt een nummerrekening openen met de verklaring dat zijn anonieme cliënt te goeder trouw was. Sindsdien is veel geld verhuisd van Zwitserse naar Oostenrijkse banken, die ook nadrukkelijk adverteren met hun bankgeheim.