De kosten van Europa

Nederland betaalt fors aan Europa. De afdracht aan de Europese Unie bedraagt dit jaar zo'n 4 miljard gulden netto. Dat is ruim zes keer minder dan de grote Zahlmeister Duitsland. Na Duitsland is Nederland de tweede nettobetaler in Brussel. Naar verwachting wordt Den Haag in 1999 relatief zelfs de grootste nettobetaler van de Europese Unie.

Dit jaar kreeg Nederland negenhonderd miljoen gulden terug uit overschotten op het budget van de EU voor 1995. Die meevaller is de reden dat de nettobetaling dit jaar iets onder de ongeveer 4,2 miljard van vorig jaar uitkomt. Maar in de Miljoenennota waarschuwt minister Zalm (Financiën) dat de komende jaren niet op dergelijke meevallers uit Brussel mag worden gerekend. Hij blijft dan ook bij de verwachting dat Nederland in 1999 ruim zes miljard gulden netto zal betalen aan de EU.

Nederland draagt ongeveer twee keer zoveel af als het aan Europese inkomsten ontvangt. De afdrachten en ontvangsten zijn te verdelen in drie grote posten: landbouw, structuurfondsen en overige. Aan landbouw droeg Nederland vorig jaar netto ongeveer een miljard gulden bij, terwijl Den Haag in 1988 nog 2,5 miljard ontving. Aan de structuurfondsen betaalde Nederland vorig jaar bijna vier keer zoveel als het kreeg: netto ongeveer 2,5 miljard. Uit de structuurfondsen ontvangt het tot 1999 ruim driehonderd miljoen gulden.

Nederland werd vijf jaar geleden netto-betaler. Tot die tijd waren de inkomsten uit Brussel groter dan de afdracht.

De reden voor de groeiende nettobijdrage is het relatief hoge aandeel in de afdrachten, het verslechterend aandeel in de landbouwuitgaven van de Unie en het lage aandeel in de structuurfondsen. De hoge afdracht wordt veroorzaakt doordat Nederland een groot deel financiert van een compensatie die Groot-Brittannië heeft bedongen voor zijn nettobijdrage. Daarnaast heeft Nederland een groot aandeel in de afdracht van douanerechten. De landbouwontvangsten van Nederland zijn de laatste jaren sterk gedaald, onder andere als gevolg van de landbouwhervormingen in 1992 van Eurocommissaris MacSharry, die voorzagen in een vergoeding aan de boeren door directe inkomenscompensaties in plaats van exportsubsidies, wat voor Nederland nadelig uitpakte.

Nederland heeft in Brussel herhaaldelijk laten weten dat het niet acceptabel is dat het relatief de op één na grootste nettobetaler is, terwijl het in welvaart een middenpositie inneemt en dus meer bijdraagt dan rijkere lidstaten. Vooral de VVD heeft er moeite mee dat de bijdrage sterk groeit. Maar ook minister-president Kok noemde “het plaatje voor Nederland relatief ongunstig”. Zalm vindt dat er een plafond moet gelden voor alle netto-betalers aan Brussel, zoals Groot-Brittannië nu al heeft.

De Nederlandse houding vertaalt zich in Brussel in de eis dat financiële meevallers moeten terugvloeien naar de lidstaten, wat dit jaar negenhonderd miljoen gulden opleverde. Nederland verzette zich eerder dit jaar fel tegen een voorstel van de Europese Commissie om overschotten op de landbouwbegroting te gebruiken voor andere doeleinden.

Niet alleen Nederland vindt dat het te veel betaalt. Ook Duitsland verweert zich steeds feller tegen zijn positie als grootste nettobetaler. Groot-Brittannië tekende al in de jaren tachtig verzet aan, met Thatchers uitspraak I want my money back.

Maar toen in Brussel eerder dit jaar de Nederlandse houding met die van Thatcher werd vergeleken, protesteerde minister Zalm: “Ten eerste heb ik geen handtas om mee te slaan. Ten tweede steken er bij ons geen anti-Europese gevoelens achter.”