Chemische castratie

Het artikel van Everaerd en Gooren, 'Chemische castratie helpt niet', van donderdag 5 september, behoeft enige kritische kanttekeningen en correcties.

Onjuist is de opvatting dat - citaat - “erecties vrijwel niet afhankelijk zijn van een normale testosteronproduktie”. Iedere uroloog vertelt de patiënt waarbij een chirurgische danwel chemische castratie wordt voorgesteld dat na de behandeling in vrijwel 100 procent op het ontbreken van erecties (en de geslachtsdrift) gerekend moet worden. Slechts af en toe zijn er patiënten die ondanks castratie nog spontane erecties hebben. Hun geslachtsdrift is dan nihil.

De auteurs stellen voorts dat er nog geen lange-termijngegevens bekend zijn van de effecten van chemische castratie. Binnen de urologie bestaat evenwel sinds plus minus 10 jaar ervaring met chemische castratie bij patiënten met uitgezaaide prostaatkanker. Wij weten dat de effecten van algehele feminisering (vervrouwelijking), verlies van erecties en geslachtsdrift duurzame effecten zijn zolang de behandeling wordt voortgezet.

Wel ben ik het eens met de titel en teneur van het artikel: chemische castratie helpt waarschijnlijk niet. Geslachtsdrift en erecties zullen wel verdwijnen maar agressief gedrag mogelijk niet. Daarbij zijn er geen betrouwbare meetmethoden om de kans op herhaling van een seksueel delict na chemische castratie en invrijheidstelling te bepalen.