Buitenlandse Zaken; Blik gericht op Europa

Buitenlandse Zaken richt zich het komende jaar extra op Europa. Als voorzitter van de Europese Unie tijdens het eerste halfjaar van 1997 wil Nederland het Europese beleid consistent uitvoeren en voortzetten. “Nationale liedjes van verlangen mogen niet meer worden gezongen”, aldus een opgewekte minister van Buitenlandse Zaken en toekomstig EU-voorzitter Van Mierlo in een toelichting op zijn begroting.

Van Mierlo ziet een aantal 'zeer zware opgaven', zoals de herziening van het Verdrag van Maastricht. De Benelux wil dat over extern optreden van de Unie ook meerderheidsbeslissingen mogelijk zijn, maar het Verenigd Koninkrijk - dat militair en diplomatiek zwaar meetelt bij dat optreden - wil zijn vetorecht niet opgeven. Van Mierlo hoopt dat de Ieren eind dit jaar met een werkdocument komen over de herziening van het Verdrag van Maastricht. Daarin zouden hervormingen moeten worden aangekondigd voor het opereren vanuit Brussel en op de Europese raden van regeringsleiders.

In Maastricht werd in december '91 besloten op het terrein van buitenlandse- en veiligheidspolitiek Europa meer en meer een eigen gezicht te geven. Daarnaast zou de veiligheid van de burger door samenwerking van justitie, politie en douane in landen van de Unie beter gewaarborgd moeten zijn. Ten slotte zou de Commissie in Brussel slagvaardiger moeten optreden.

Pas na grondige hervorming van de instellingen van de Europese Unie kan zij volgens de regering openstaan voor nieuwe leden uit Midden-, Oost- en Zuid-Europa. Die toetreding eist wel dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt hervormd en dat de afdrachten voor de structuurfondsen en de omvangrijke subsidies voor de wat minder welvarende leden van de Unie worden herzien. Van Mierlo verwacht dat de Europese Unie een belangrijke rol blijft spelen in het voormalige Joegoslavië, ook na afloop van het IFOR-mandaat.

In de toelichting op de begroting zegt de minister dat de contacten met de buurlanden sterk zijn verbeterd. Dat is volgens hem belangrijk omdat hier het 'voorveld' ligt voor breder overleg over het Europese integratieproces. Er zijn steeds meer raakvlakken met andere lidstaten, ook op terreinen die voorheen tot de binnenlandse politiek werden gerekend (asielzoekers, immigratie, drugs).

“Ondanks verschillen van opvatting over de aanpak van de drugsproblematiek wordt in de bilaterale ambtelijke werkgroep (van Frankrijk en Nederland) vooruitgang geboekt. Er is een ruime mate van overeenstemming over een serie afspraken voor praktische samenwerking op het gebied van justitie, politie, douane en voksgezondheid. (...) Een zakelijke, praktisch gerichte aanpak biedt in de Nederlandse visie de beste kans op resultaten”, aldus de memorie van toelichting.