Architect krijgt meer invloed op landschap

Het architectuurbeleid van de rijksoverheid, die in ons land zorgt voor tien procent van de bouwinvesteringen, wordt uitgebreid tot de stedenbouw en de landschapsarchitectuur. Meer aandacht voor de culturele aspecten moet de verantwoorde vormgeving van de openbare ruimte in ons land bevorderen.

Dit blijkt uit de nota De architectuur van de Ruimte, die vandaag is gepubliceerd door staatssecretaris Nuis (Cultuur) en de ministers De Boer (VROM), Van Aartsen (Landbouw) en Jorritsma (Verkeer en Waterstaat). De nota is een vervolg op de nota Ruimte voor architectuur, in 1992 opgesteld door de ministers d'Ancona (WVC) en Alders (VROM).

Volgens de nieuwe nota is er door de vorige nota al veel bereikt op weg naar “een doel dat wellicht nooit geheel wordt bereikt”. De toen gepropageerde voorbeeldfunctie voor de rijksoverheid als opdrachtgever zal zich voortaan ook uitstrekken tot de landinrichting en het ontwerp van de infrastructuur. Dit zal het geval zijn bij grote projecten waaraan binnenkort wordt begonnen, zoals de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn, waaraan 'ontwerp-platforms' zullen gaan werken.

De bedoeling van het kabinet is bij te dragen aan een algemeen gunstig architectuurbeleid. Dit moet ertoe leiden dat naast de overheid ook de vele andere opdrachtgevers voor stedenbouw, landschapsontwerp en infrastructuur worden gestimuleerd tot een hogere architectonische kwaliteit bij de vormgeving en de inpassing van nieuwe projecten.

Het bestaande architectuurbeleid wordt verder aangescherpt. De Rijksbouwmeester moet het duurzaam bouwen en het hergebruik van bestaande gebouwen stimuleren en ook werken aan een verbeterde organisatie van architectuurwedstrijden. De Rijksgebouwendienst gaat meer kansen geven aan jonge, talentvolle ontwerpers. Het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam dient de publieksfunctie uit te breiden en zijn positie binnen de architectenwereld te verstevigen. Het Stimuleringsfonds voor Architectuur moet het opdrachtgeverschap van lokale overheden en andere bouwers versterken. De stichting Archiprix, die prijzen toekent aan afstudeerprojecten bij architectenopleidingen, zal structureel worden gesubsidieerd. Verder wordt de buitenlandse belangstelling voor de Nederlandse bouwcultuur bevorderd en de positie van Nederlandse ontwerpers in het buitenland verbeterd.

Na de 'buitenarchitectuur' zal ook worden gewerkt aan het stimuleren van de interieurarchitectuur.