'Alles blijft hetzelfde en verandert toch'; Nuis neemt besluit over 491 subsidie-aanvragen

Vandaag presenteert staatssecretaris Aad Nuis zijn plannen voor de komende vier jaar. Het is kiezen, zegt hij. “Om een relatief klein beetje extra te doen voor het Concertgebouworkest, zou ik tien pas ontkiemende dingen de nek om draaien.”

Niet de vandaag door staatssecretaris Aad Nuis aan de Tweede Kamer gezonden Cultuurnota over het kunstbeleid en de subsidies in de komende vier jaar was de afgelopen tijd het meest bediscussieerde onderwerp van cultuurpolitiek, maar de nieuwe spelling. Een van de omstreden nieuwe spellingsregels beïnvloedt ook de ondertitel van de Cultuurnota. Het ontwerp daarvoor heette vorig jaar nog Pantser of ruggegraat. Nu luidt de titel Pantser of ruggengraat. Nuis: “Zo kun je meteen zien dat alles hetzelfde blijft en toch verandert.”

Aad Nuis, die dichter, schrijver, essayist en criticus was, licht de Cultuurnota, zijn belangrijkste beleidsdaad op dit terrein, toe in de Haagse vestiging van het Zoetermeerse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het statige pand aan het Lange Voorhout is ook de zetel van de Taalunie en daarmee ook de plaats des onheils op spellingsgebied.

Nuis: “Als taalgebruiker ben ik net zo conservatief als iedereen. Ik vind het heel vervelend als dingen veranderen, want dan moet ik weer wat nieuws leren. Maar de oude regel voor de tussen-n werkte niet meer goed. Wat er nu ligt is acceptabel en een vooruitgang, want tot voor kort hadden we officieel twee spellingen en in de praktijk wel zes voor bastaardwoorden. Er komen altijd nieuwe samenstellingen en bastaardwoorden die uiteindelijk een naturalisatiepapier krijgen. De taal blijft veranderen, daar moeten we niet somber over doen.”

De vorige dag heeft Nuis bijna vijfhonderd handtekeningen gezet onder beschikkingen van kunstinstellingen die voor de periode 1997 tot en met 2000 een meerjarige subsidie hadden aangevraagd. Achterin de Cultuurnota worden ze opgesomd, nadat Nuis eerst de accenten in zijn kunstbeleid nogmaals omstandig heeft uitgelegd. “Het gaat mij vooral om educatie, om het idee, zoals de titel Pantser of ruggengraat aangeeft, dat je cultuur in plaats van onderscheidingsmiddel kunt gebruiken als houvast, als een ruggengraat waardoor je gemakkelijker kun openstaan voor anderen.

“Andere accenten zijn 'Nederland als ontmoetingsplaats in de wereld', 'de taal en de talen', 'de makers en de verkenners', 'de toekomst van het verleden', 'de nieuwe media' en de nadruk op de steden als de plaatsen waar het gebeurt in de cultuur. Daarmee is de onvruchtbare discussie van regio versus Randstad van vier jaar geleden op een ander niveau gebracht. Er is een constellatie van sterren en sterretjes van verschillende grootte, die allemaal een eigen betekenis hebben. Destijds stonden de overheden tegenover elkaar, nu ligt er een serie conceptconvenanten, onderlinge afspraken tussen overheden die in december ondertekend zullen worden.”

De eerste versie van de Cultuurnota bracht politiek en samenleving niet echt in beroering. Maar Nuis vindt niet dat hij daarmee geen nieuwe beleidslijnen heeft doorgevoerd, wel denkt hij te hebben verwoord wat al langer sluimerde aan ideeën. Die zijn volgens hem ook aangeslagen bij de subsidie-aanvragers.

“We benoemen hier niet iemand voor de cultuur die het vervolgens mag zeggen, want als dat gebeurt zegt iedereen: 'zó doen we het dus niet'. Zelfs als iemand het licht zou zien, zouden anderen niet geloven dat het zo is. Wat je moet proberen is goed luisteren, kijken wat zich ontwikkelt. De cultuur gaat voorop en die moet je ruimte geven en zien waar het heen gaat. Daarin moet dan wel lijn worden gebracht, dus je maakt wel degelijk keuzes. Maar als die niet zouden berusten op iets dat men al vindt, komt er niets van terecht.”

De Raad voor Cultuur meende wel het licht te zien door Nuis, die een verhoging met 32 miljoen in het vooruitzicht stelde, voor te stellen per jaar 58 miljoen meer te besteden aan kunst en cultuur. Nuis: “Ik heb meteen gezegd dat dat een misverstand moest zijn. Iedereen wist precies waar we aan toe waren. Het vorige kabinet had in zijn laatste dagen een bezuiniging op cultuur doorgevoerd die zou oplopen tot 28 miljoen per jaar. Bij de kabinetsformatie hebben we er 60 miljoen bijgekregen, dat resulteerde in 32 miljoen extra. Bij de kabinetsformatie is ook besloten tot een bezuiniging op subsidies, maar die is weer gecompenseerd.

“Maar dat idee van 60 miljoen extra is toch een eigen leven gaan leiden. Gezien de aanvragen hadden we wel een miljard extra kunnen besteden. Maar dat kunstinstellingen hun reële behoeften aangeven, geeft een beeld, wat er eigenlijk zou moeten. Als het nu niet gebeurt, komt er na 2000 weer een dag.”

Volgens Nuis is de budgetverhoging van 32 miljoen een flinke vooruitgang omdat ook elders meer wordt uitgegeven. “Zonder de 275 miljoen extra voor monumentenzorg zou voor noodgevallen op dat gebied een deel van de cultuurbegroting zijn gebruikt. Musea hebben een BTW-verlaging gekregen, die hen een extra ruimte van 24 miljoen verschaft. Het Deltaplan voor het inlopen van achterstanden bij het cultuurbehoud kan nu voor een belangrijk deel gedragen worden door de musea zelf. En de regeling voor het met kunst betalen van successierechten betekent dat voor het verwerven daarvan niet het aankoopbudget behoeft te worden aangesproken. ”

Bij de subsidie-aanvragen heeft Nuis goeddeels de adviezen van de Raad voor cultuur gevolgd. Maar in een aantal gevallen wijkt hij daar duidelijk van af. “De Raad wilde de subsidie voor Reflex schrappen, wat zou betekenen dat er in het noorden des lands nauwelijks meer wordt gedanst. Maar ik kan ook niet een gezelschap met onvoldoende kwaliteit in stand houden, dat helpt het noorden ook niet echt. Dan reserveer ik nu een wat kleiner bedrag voor een dansvoorziening in het noorden, dan moeten anderen het maar eens proberen.

“Ook de beslissing om toneelgroep De Appel te blijven subsidiëren is zo'n andere inschatting. De Raad zei: De Appel was heel goed, maar na het vertrek van Erik Vos is de toekomst onduidelijk. Ik dacht: dat is erg sneu, juist bij zo'n overgang. Pratend met het bestuur, heb ik gemerkt dat er nu meer duidelijkheid is. Dus krijgen ze toch subsidie, zij het minder dan totnutoe. Ook bij de Sirkel in Sittard, waar de Raad uitging van verkeerde veronderstellingen, en bij Studio Peer, een groep die door ziekte tijdelijk in de lappenmand is geweest, wijk ik af.

“Dat De Appel het nu met 420.000 gulden minder moet doen, is domweg een kwestie van verdeling van de koek. De Raad heeft geld gewonnen door de voorgestelde opheffing van een aantal instellingen, en in de adviezen dat geld ook meteen weer toegekend aan anderen. Als ik vind dat sommigen hun subsidie moeten houden, moet ik weer elders geld weghalen. Dan denk ik: als er een nieuw dansgezelschap komt, moeten ze zich eerst bewijzen en bovendien zijn er nog projectsubsidies. Ook al heeft De Appel een bedrijf, een theater en een publiek opgebouwd, het maakt nu toch een nieuwe start en dan kijken we of dat niet voor iets minder kan.”

Zo krijgt het Concertgebouworkest niet de geadviseerde extra subsidie voor de Premièreserie en ook het Holland Festival krijgt niet wat het vroeg. Nuis: “Het Concertgebouworkest is een kroonjuweel van de Nederlandse cultuur enals we meer geld hadden gehad, zou dat orkest daar zeker voor in aanmerking komen. Niettemin: juist het Concertgebouworkest heeft veel meer dan anderen het vermogen om elders extra geld te verwerven. Iedere sponsor vindt het een eer om zijn naam daaraan te verbinden.”

Dat het Concertgebouworkest, na het afhaken van het destijds noodlijdende DAF, al jaren vergeefs op zoek is naar een vierde sponsor en dat de Raad voor Cultuur waarschuwde tegen een toenemende vercommercialisering van het orkest, vermag Nuis niet te vermurwen.

“Ik weet niet wat het orkest van sponsors vraagt, maar vergelijkenderwijs moet het tot meer in staat zijn dan anderen. Om een relatief klein beetje extra te doen voor het Concertgebouworkest, zou ik tien pas ontkiemende dingen de nek omdraaien. We moeten voorkomen dat de woudreuzen de ontwikkeling van het jonge goed belemmeren.

“Waar het mij om gaat is kwaliteit. Als die geheel kan worden gefinancierd vanuit de markt, zou ik dat niet erg vinden. Stel je voor dat onze kunsteducatie-plannen ervoor zorgen dat mensen eerder naar een voorstelling gaan dan denken aan hun dagelijkse pilsje. Dan komt er zo'n stroom naar de cultuur, dat we eindelijk eens af zijn van al die bemoeizucht van de overheid, want dan doen de mensen het zelf wel.

“Dat is uiteraard een utopie, maar de markt is goed voor de cultuur. Dat betekent dat veel mensen geïnteresseerd zijn in het produkt. Subsidie is absoluut noodzakelijk en zal het ook zeker blijven, waarschijnlijk in toenemende mate, als we het ambitieniveau na deze bescheiden verhoging van het kunstbudget hoog houden. Maar het is pas echt een succes als de marktsector nog weer veel groter wordt.”

Van het Holland Festival, dat volgend jaar 50 jaar bestaat en binnenkort een nieuwe directeur krijgt als opvolger van Jan van Vlijmen, verwacht Nuis allereerst nieuwe ideeën voor de plaats die het in het kunstleven wil innemen. “Ik doe het heel netjes door ze nu op hetzelfde niveau te houden en plannen af te wachten. De nieuwe directeur zou toch in dit stadium het gevoel moeten hebben: 'ik heb zo veel geld en wat doe ik daarmee' en niet meteen al te groot te denken. Als het echt een succes wordt, kunnen ze later nog altijd aankomen.”

“Iedere instelling moet zich telkens weer afvragen: 'zijn we eigenlijk nog wel nodig?' Voor de instellingen zelf is dat heel moeilijk, daarom zijn harde, impopulaire beslissingen soms nodig. Dat ik die nu neem, is de wraak van de goden op de criticus. Als recensent ben je niet de enige beoordelaar, er zijn ook nog anderen. Ik kan wijzen op mijn huiscriticus, de Raad voor Cultuur, maar het blijft moeilijk. Het gaat toch om mensen die erg hun best hebben gedaan en dan moet ik zeggen 'houdt u er nu maar mee op.' Dat is niet leuk. Maar ik ben een van de beste slapers van Nederland, wakker lig ik nooit.”

    • Kasper Jansen