Zapman

Een tentoonstelling van sportfoto's bezocht en raad eens wie daar rondliep? Tom Egbers! Met een glaasje in de hand schuivelde hij langs de lijstjes. Een sjofel geklede, vriendelijke man, zo gewoontjes. Een paar maanden geleden heeft Zapman zich hatelijk uitgelaten over de vragen die deze vriendelijke man aan sportmensen pleegt te stellen.

Waarom moest juist Tom Egbers te kakken worden gezet? Ook hij wordt op gezette tijden door twijfels overmand of hij het allemaal wel goed doet. Net als ik. Waarom dan zout in die wonde strooien? Ik kreeg spijt.

Tom Egbers draaide zich om en kwam langzaam maar zeker mijn kant op. Zou hij weten dat ik het was? En ik dacht nog wel dat behalve mijn familie en een paar bekenden, niemand die column wist te vinden. Voor hij mij een hand kon geven, ben ik hem gesmeerd.

Behalve Tom Egbers, heeft Zapman de laatste zes maanden ook nog John van Loen, Jos Staatsen en Gaston Taument de oren gewassen. Ik zal ervoor zorgen het niet meer voorkomt. Alleen wat Jos Staatsen betreft kan ik niets garanderen. Als die weer een rare frats uithaalt, moet er iets van gezegd worden. Dat is in 's lands belang.

Vier slachtoffers in een half jaar, eigenlijk valt het mee voor een columnist. Ik heb collega's die iedere week iemand voor paal zetten. Ze voorzien in een grote behoefte. Omdat geen mens in staat is houvast in zichzelf te vinden, is er een constante aanvoer van palen nodig, om tegen af te zetten. Maar ik zal ze niet meer leveren. Ik heb al geprobeerd een gesprek te voeren zonder het over een derde te hebben. Dat liep jammer genoeg mis. Binnen een kwartier viel er een naam en daar begon het afzeiken weer. Het probleem is: als het niet meer over iemand mag gaan, waarover in hemelsnaam dan wel? Wat dacht u van gras.

Gras is mooi, gras is zacht, gras is sterk. Maar het is ook een beetje sullig. Er wordt mee rondgezeuld alsof het een rol vaste vloerbedekking is. En toch klauteren de sprietjes door in de richting van het licht en graven de worteltjes voort in de grond. In ruil daarvoor vraagt het gras alleen om wat regen en geduld. Meer niet. Misschien ook nog wat zon en lucht. Is dat te veel gevraagd?

Twee weken voor de aanvang van de voetbalcompetitie werden op een speelveld waar zon, lucht en regen weinig vat op hebben, een paar honderd graszoden uitgerold. Of die maar even wortel wilden schieten. Eindelijk begon gras te morren. De pollen vliegen nu in het rond. Zou de tijd rijp zijn voor een internationaal grasoproer? Grassprieten aller landen verenigt u! Hoevele miljarden van jullie staan er al niet op één voetbalveld?