Wijers wil faciliteit industrie behouden

DEN HAAG, 16 SEPT. Minister Wijers (Economisch Zaken) wil de politiek omstreden industrie-faciliteit handhaven. “Deze faciliteit kan vooral toegevoegde waarde hebben bij laagconjuctuur”, schrijft Wijers in een vandaag verstuurde brief aan de Tweede Kamer.

Vorige maand werd bekend dat de industriefaciliteit een zeer beperkte toegevoegde waarde heeft en zich nauwelijks onderscheidt van reguliere particuliere kredietfaciliteiten. Dat bleek uit onderzoek van het Bureau voor Economische Argumentatie. Voor de regeringsfracties van VVD en D66 was dat aanleiding om het opheffen van de industriefaciliteit te bepleiten.

De Industriefaciliteit - waarvoor financiers bijna 900 miljoen gulden ter beschikking hebben gesteld - is in 1993 door de toenmalig minister van Economische Zaken Andriessen gelanceerd om de industriële infrastructuur van Nederland te verbeteren. Bedrijven die geld willen van dit fonds zouden de kern moeten vormen van een cluster hoogwaardige activiteiten op het gebied van technologie, werkgelegenheid en kennis.

“In een periode van laagconjunctuur echter is het mogelijk dat er een mismatch tussen vraag en aanbod van risicodragend kapitaal ontstaat”, schrijft Wijers. “Deze faciliteit heeft zich dus nog niet kunnen bewijzen. Bovendien hoeven de participanten (banken, verzekeraars, pensioenfondsen, de Nationale Investeringsbank en de staat) geen geld beschikbaar te stellen zolang er geen gebruik van wordt gemaakt. Kortom, goede redenen om dit instrument voorlopig te handhaven.”

De woordvoerders van de Tweede-Kamerfracties van VVD en D66, Voûte-Droste en Van Walsum, zijn verbaasd over het voornemen van Wijers om de faciliteit te handhaven. “Iets waarvan geen gebruik wordt gemaakt, moet je afschaffen”, meent Van Walsum. Beide Kamerleden vinden het argument van Wijers dat de faciliteit wel nuttig kan zijn in tijden van laagconjunctuur “niet sterk”. “De overheid moet niet willen doen wat de markt beter kan”, aldus Voûte-Droste. Alleen als de Industriefaciliteit ingezet zou worden voor kleine startende bedrijven zouden beide Kamerleden een uitzondering willen maken. Vooral in de technische sfeer hebben deze het volgens Kamerlid Voûte-Droste moeilijk om via banken aan startkapitaal te komen: “De banken hebben onvoldoende kennis van technologische vooruitgang en kiezen ervoor geen financiële ondersteuning te bieden in de vorm van leningen.”