Wijers voorziet één paarse partij voor verkiezing

DEN HAAG, 16 SEPT. D66-minister H. Wijers (Economische Zaken) vindt het voorstelbaar dat er na de volgende verkiezingen in 1998 een “nieuwe partij” ontstaat, die bestaat uit de 'paarse' delen van de huidige regeringscoalitie PvdA, VVD en D66.

Dit zei de minister, die regelmatig genoemd wordt als opvolger van D66-leider Van Mierlo, zaterdag tegenover het Rotterdams Dagblad. Letterlijk zegt Wijers: “Er zijn mensen in paars die het zo goed met elkaar kunnen vinden dat je je heel goed kunt voorstellen dat zoiets partijpolitieke consequenties heeft. Dat er een nieuwe partij ontstaat.” Wijers zegt verder dat hij het onderscheidend vermogen van de politiek partijen in Nederland “ontzettend beperkt” vindt. “Vaak zie je bij belangrijke standpunten dat de verschillen groter zijn binnen de partijen dan tussen de partijen. Zeker in paars.”

D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, G.J. Wolffensperger, wees vanochtend in een reactie de ideeën van Wijers niet geheel af. “Het lijkt me logisch dat de bestaande politieke partijen niet altijd kunnen doorgaan vanuit de oude ideologieën de werkelijkheid in stukken te verdelen. Ik sluit daarom op termijn niet uit dat de politieke constellatie zal veranderen. Ik denk overigens dat dat pas aan het begin van de volgende eeuw zal gebeuren. Hóe, blijft voorlopig nog een raadsel.”

Waarnemend PvdA-partijvoorzitter R. Vreeman wees de gedachte van Wijers vanochtend af. “Pvda en D66 liggen historisch gezien altijd heel dicht bij elkaar. Maar juist de laatste drie jaar is gebleken dat D66 vooral op het voor ons wezenlijke sociaal-economisch terrein meer naar rechts opschuift. Ik houd het erop dat progressief Nederland sterker is als er pluriformiteit te zien is in de partijvorming.”

CDA-partijvoorzitter H. Helgers zei het tekenend te vinden dat Wijers meer verschillen van mening ziet ín de paarse partijen dan tussen de partijen. “Dat is kenmerkend voor het fletse ideologische profiel van paars.” VVD-leider F. Bolkestein en zijn D66-collega H. van Mierlo wilden niet reageren.