Theater aan het Spui dendert als een housetent

“You know, life is a four-letter word!” beet de Amerikaanse zanger Greg Sage zaterdagavond het Crossing Border-publiek toe. Anders dan Irvine Welsh en James Kelman had Sage geen 'fuck' nodig om zijn zwartgallige kijk op het leven te verwoorden.

Met zijn teksten over desillusie en eenzaamheid, begeleid met dromerig klinkend, emotioneel en scherp gitaarspel, maakte hij zijn wanhoop voelbaar. Sage, die in de jaren tachtig met zijn groep The Wipers regelmatig in Nederland optrad, was terug na een jarenlange afwezigheid; zijn muziek was nog even indringend.

Het optreden van Greg Sage was één van de schaarse hoogtepunten in het muzikale aanbod van de laatste drie dagen Crossing Border. Naast de geheide publieksfavorieten als Arno, Gavin Friday, Henry Rollins en Thé Lau, ontbrak het aan verrassende nieuwkomers. Drugstore bleek een clichématige rockgroep met een populistisch schreeuwende zangeres, de folky rock van het Nederlandse Mizpah was evenmin een openbaring, en de weerbarstige muziek van het Belgische Flowers For Breakfast kon niet lang boeien. Evenmin spannend was de wel wat erg truttige traditionele Ierse muziek van Aoife Ní Fhearraigh en Máire Breatnach, op de Ierse avond.

De grote zaal van het Theater aan het Spui denderde op de zaterdagavond als een housetent. Maar de combinatie van schrijvers met house-dj's deed nogal geforceerd aan, en de op papier veelbelovende samenwerking van housemuzikanten Karl Hyde, van het Engelse Underworld, en Gert van Veen van het Nederlandse Quazar, stelde teleur. Hyde droeg teksten voor die grotendeels onverstaanbaar bleven, waarbij zijn doffe stem slaapverwekkend was. En Van Veens muzikale begeleiding, met sobere ritmes, was zo subtiel opgebouwd dat de aandacht al verslapt was voor de ritmes heftiger en leuker werden. Na het gelegenheidsduo denderden de elektronische ritmes verder bij de Newyorkse levende legende Alan Vega. Was hij in 1977 als lid van het duo Suicide nog een sensatie, sindsdien is hij de weg volkomen kwijtgeraakt. Als een mafiamannetje liep hij drukdoend over het podium, paranoïde teksten roepend over een begeleiding van achterhaalde, hoekige ritmes.

Het meest opzienbarend was de Engelse groep Morcheeba. Dit trio, dat bij optredens met drie muzikanten is aangevuld, maakt triphop, de ietwat mysterieuze dansmuziek met ontspannen, lome ritmes zoals die door Massive Attack, Portishead en Tricky bekend gemaakt is. Toch toonde de groep een overtuigend eigen gezicht, door de meeslepende liedjes die een sterke invloed lieten horen van oude countryblues en jaren zestig-pop, maar vooral door de innemende, fluweelzacht zingende zangeres Skye.

Het is de vraag of het oprekken van Crossing Border tot zes dagen wel zo'n goed idee was. Een avond met drie popgroepen, zoals op de tweede dag, was een beetje raar op een festival dat juist pop en literatuur bij elkaar wil brengen. Bovendien was een interessante groep als 16 Horsepower erg welkom geweest op de matige zaterdagavond. Ook was het jammer dat het optreden van Van Dyke Parks op de dure gala-avond voorbehouden was aan een elitair publiek. Volgend jaar in het Congresgebouw een spannender programma op minder avonden?