Superboeren De Graafschap verslaan PSV met enthousiast spel; Op De Vijverberg wint de emotie

DOETINCHEM, 16 SEPT.In een wereld waar voetbal dicht bij het leven staat heerst nog passie. Daar vereenzelvigen mensen zich met oerdriften, daar wint emotie het nog weleens van het verstand. Daar kan het leven nog puur zijn. Beroepsvoetballers die zich er niet voor schamen vuil werk te doen en die er van doordrongen zijn dat ze de toeschouwers waar voor hun geld dienen te bieden, worden daar in lief en leed op handen gedragen.

In die wereld leeft De Graafschap, een van de eerste beroepsvoetbalclubs van Nederland. Daar probeert de club uit Doetinchem zich met bescheiden middelen staande te houden in het rijk van grootstedelijke machten en multinationale voetbalbedrijven.

Is het niet illustratief voor De Graafschap om de bondscoach van het Nederlands elftal achter de eretribune van het stadionnetje te zien keuvelen met mannen die met hem de lagere school hebben doorlopen en met vrouwen die als bakvissen heimelijk verliefd op hem waren? De plaatselijke chique ontwijkt hij ten gunste van de mensen met wie hij als jongen op De Vijverberg heeft gevoetbald. Vraag Guus Hiddink naar Achterhoekse voetballers als Zaaijer, Hartjes, Zweers en De Vries en hij antwoordt met een schittering in zijn ogen: “Mintjes!” Het zijn de mannen die in zijn jonge jaren als voetballer stonden voor vechtlust en op zondagavonden in de discotheek Talk of the Town met hem zongen en dronken tot de schier onuitputtelijke bierpomp gesloten werd.

Hiddink draait nog sjekkies en zegt vele jaren later dat deze mensen, de mensen uit zijn Achterhoek, wel zullen aangeven wanneer hij zijn afkomst aan het verloochenen is. Hoe men hem in de grote wereld ook bekritiseert en zelfs afschildert als man zonder persoonlijkheid, zolang zijn omgeving hem niet afvalt, vervreemdt hij niet van zichzelf. In die sfeer wentelt de coach van Nederlands beste voetballers zich als een kind op moeders schoot. Daarin ziet hij ook het verschil tussen De Graafschap en PSV, respectievelijk de club waar hij als voetballer bekendheid verwierf en waar hij als trainer zijn grootste succes behaalde. Feliciteer hem met de overwinning van De Graafschap op PSV en hij bekent de liefde voor de club van zijn jeugd.

De man die de voetbaltaal verrijkte met het woord passie, moet hebben genoten van de dadendrang van de generatie voetballers die heden ten dage de vlag van De Graafschap draagt. Want wat tegenwoordig op De Vijverberg voetbalt, vertoont overeenkomst met de lichting van twee, drie decennia terug. Voetballers die meester over de bal zijn, generen zich ook nu niet voor een stapje meer. Hiddink zelf was geen draver en liet de bal het werk doen, maar een voetballer die te veel met zichzelf en zijn vaardigheid was ingenomen heeft hij zich nooit getoond. Wie vandaag de dag balvaardige voetballers als Godee, Viscaal, Ibrahim en Fuchs ziet sjouwen en jagen op bal en tegenstander, denkt met weemoed terug aan vroegere tijden op De Vijverberg.

Het is geen toeval dat Fritz Korbach trainer is van deze generatie bij De Graafschap. Deze Duitser van origine, die als voetballer nooit het niveau van Patria Zeist en Baarn kon ontstijgen, voelt zich thuis bij clubs die de macht van de top willen ondermijnen. Sinds hij begin jaren zeventig bij Wageningen furore maakte door brutaal voetbal te prediken, heeft Korbach menig club uit de problemen geholpen en zelfs helpen promoveren naar de hoogste klasse. Korbach is geen toptrainer, hij heeft niet de allure en zeker niet de arrogantie van een toptrainer. Korbach weet zijn spelers te prikkelen en ziet hen liefst tegen heilige huisjes schoppen. Zelfs in de winter draagt hij geen sokken in zijn schoenen, maar wel een zonnebril op zijn altijd ingevette haar: het is de uitrusting waarin hij ten strijde trekt tegen de gevestigde orde.

Vandaag of morgen zal de successenreeks van Korbachs troepen tot staan worden gebracht. Dan vertrekt hij schouderophalend, vrienden, vijanden en vrouwen achterlatend, om korte tijd later met evenveel zin voor realiteit aan de volgende 'klus' te beginnen. In die sfeer haalde hij De Graafschap bijna een jaar geleden uit de versukkeling en bouwde hij aan een geestdriftig gezelschap voetballers. En wie zegt dat de formule-Korbach in Doetinchem niet werkt, kent hem niet van Wageningen, PEC Zwolle, Volendam, Twente, Cambuur, Go Ahead, Heerenveen, weer Volendam, weer Cambuur en van Istanbulspor.

PSV-aanhangers menen dat De Graafschap gisteren won omdat het Eindhovense elftal vermoeid uit Georgië was teruggekeerd, omdat het excellente schuttersduo Eijkelkamp-Nilis afwezig was of omdat de ploeg enigszins lijdt aan zelfoverschatting na de glorieuze start van de competitie. Loze argumenten zijn het allerminst, maar het zou de kracht en de inzet van de spelers van De Graafschap tekort doen de overwinning toe te schrijven aan de gebreken van PSV. En laten we niet vergeten dat Viscaal, Ibrahim, Godee, Schultz, Fuchs en Lucassen voor Nederlandse begrippen aardige voetballers zijn. En zelfs Olyslager mag na het duel tegen PSV worden bijgezet in de galerij van goede keepers.

Van Viscaal, eens als een teleurgestelde PSV-jeugdspeler uitgeweken naar België, was al veel moois bekend. En van Godee, die in zijn beginjaren een hechte band met Van Basten had, wisten we ook al dat hij een over een fraaie traptechniek beschikte. Bij De Graafschap maken ze nu kennis met ene Ali Ibrahim, een 27-jarige Ghanees die na omzwervingen in Duitsland en Zwitserland in Doetinchem wordt onthaald als een hemels talent. Strijdlust, fysieke kracht en sluwheid zijn de voornaamste kenmerken van deze jongen. En dat hij ook goed een bal raakt mag geen verwondering wekken bij een Afrikaan.

Op De Vijverberg leefde weer eens voetbal. Bij zoveel enthousiasme op de tribunes hoort enthousiast voetbal. Misschien kan De Graafschap het hoge tempo waarmee de ploeg is gestart niet volhouden, maar garantie voor spektakel biedt de club uit de Achterhoek zeker. Niet voor niets noemen de voetballers en hun aanhang zich de Superboeren - een naam om trots op te zijn.