POLITICI DRUKKEN MAJESTEIT IN DE LUWTE

Toen Frits Bolkestein vorige week zei dat het voorlezen door koningin Beatrix van de Troonrede een schijnvertoning dreigde te worden, schrokken sommigen zich een hoedje. Had de VVD-voorman zich, een week voor Prinsjesdag, schuldig gemaakt aan contempt of majesty? Dat bleek mee te vallen.

Hij had de koningin juist in bescherming willen nemen, zo bleek, en wel tegen politici die teksten uit de Miljoenennota laten uitlekken nog voordat het staatshoofd ze op de derde dinsdag van september aan het volk bekend kan maken.

Bolkestein reageerde met zijn uitlating op PvdA-senator Erik Jurgens die zich ook al zorgen maakte over de majesteit. Als men vond dat de koningin te veel invloed op het staatsbestel had, moest de minister-president de Troonrede maar voorlezen. Hijzelf was daar een voorstander van omdat anders de, volgens Jurgens overigens onjuiste, indruk kon bestaan dat de majesteit gedrongen werd in de rol van actrice die bij het lezen van de Troonrede alleen maar andermans teksten aan het oplepelen is. Een vreemde zorg natuurlijk van de senator. Was het niet Ronald Reagan, ook al een staatshoofd, die ooit in een interview zei: “Soms vraag ik me af hoe je mijn baan kunt doen als je geen acteur bent geweest”.

Ronduit roerend was het om te zien hoe Bolkestein en Jurgens vorige week niet de enigen waren die de koningin in bescherming wilden nemen. Een partijgenoot van Jurgens, het Tweede-Kamerlid Peter Rehwinkel, deed ontzettend zijn best de koningin “in de luwte te houden”, zoals hij het woensdagavond op NOVA uitdrukte. Daarom wilde hij zo graag van de regering weten hoe het uitnodigingenbeleid van het koninklijk huis voor feesten en partijen er uit zag, en of dat niet wat ruimhartiger kon. Niet om de majesteit ongehuwde vriendinnen of vrienden op te dringen, of anderszins kritiek op de kroon te oefenen. Dat juist niet. “We kunnen in Nederland geen kritiek op de kroon hebben, alleen op ministers en dus moeten we er goed voor zorgen dat we de koningin in de luwte houden”, sprak Rehwinkel. Beatrix zal het zeer gewaardeerd hebben.

En dan was er nog D66-Kamerlid Thom de Graaf. Deze 'woordvoerder constitutionele zaken' zoals hij zichzelf noemt, had zich “kapot geërgerd” aan alle “geruchten en innuendo's” over een majesteitelijke ingreep in de carrière van de diplomaat jhr. Röell. De majesteit kon zich daar helemaal niet tegen verweren, zo klaagden hij en ook zijn collega van de VVD, Te Veldhuis. De Graaf maakte duidelijk dat hij absoluut niet voelde voor een alleen maar lintjes knippende monarch, al kon hij zich voorstellen dat het daar ooit van kwam, maar dan pas na de troonswisseling. Voor dit moment, zei De Graaf flink, “heeft niemand behoefte aan een koningin in een gouden kooitje die op commando moet piepen”. Maar was er dan iemand die daarvoor had gepleit?