Partijen kibbelen in BolsWessanen-zaak

ROTTERDAM, 16 SEPT. De strafzaak over handel met voorkennis BolsWessanen moet nog goed en wel beginnen - als het überhaupt tot een rechtszaak komt -, of achter de schermen vliegen de verwijten al over en weer tussen de behandelend officier van justitie en de advocaat van de verdachte optie-handelaar.

De officier, mevrouw mr. M.J. Van Zwieteren, en de advocaat mr. D. Doorenbos, bekvechten over de vraag wie nou precies vertrouwelijke informatie over de affaire naar de pers lekt. Van Zwieteren noemt Doorenbos “nogal onoprecht”. Doorenbos is op zijn beurt nijdig. “Het is de eerste keer dat mij zoiets overkomt. Dit stuit me buitengewoon tegen de borst.”

Nog even de historie: Justitie heeft in het kader van haar onderzoek naar handel met voorkennis in het beursfonds BolsWessanen (drank en voedingsmiddelen) een aantal verdachten in het vizier.

Afgelopen donderdag kwam uit dat ook twee cliënten van Doorenbos in dit kader de extra aandacht hebben van het Openbaar Ministerie: een optiehandelaar uit Zandvoort en diens oudere broer uit Wassenaar.

De officier van justitie en de advocaat hadden elkaar al eerder in meer vriendschappelijke sfeer over de zaak BolsWessanen onderhouden. Toen al was de publiciteit rond de zaak gespreksstof tussen beiden. Doorenbos had om uiterste terughoudendheid gevraagd. Van Zwieteren had uiterste terughoudendheid aangekondigd.

Toen Doorenbos er afgelopen woensdag weet van kreeg dat NRC Handelsblad op het spoor was gekomen van zijn twee cliënten, haastte hij zich dan ook om Van Zwieteren te schrijven dat hijzelf noch zijn cliënten het lek zijn en dat hij zich, overvallen door de wakkere speurzin van de redacteuren, wel gedwongen voelde in de publiciteit te reageren: “Ik hecht er aan te benadrukken dat deze informatie (uiteraard) niet van mij of van mijn cliënten zelf afkomstig is”, schreef Doorenbos, om daar onmiddellijk aan toe te voegen: “Ik hoop er op te mogen vertrouwen dat deze bron niet binnen de kring van de onder uw verantwoordelijkheid werkzame ambtenaren moet worden gezocht”.

Van Zwieteren reageerde onmiddellijk en geagiteerd. Want de dag na ontvangst van Doorenbos' fax, de dag ook nadat de krant melding had gemaakt van de verdachte optiehandelaar, antwoordde de officier van justitie de advocaat: “Het artikel in de NRC spreekt uitsluitend over uw cliënten en U wordt daar als enige geciteerd. Ik kan mij daarom niet aan de indruk onttrekken dat het artikel grotendeels is gebaseerd op door U, dan wel door uw cliënten, zelf verstrekte informatie”.

Van Zwieteren blijkt zich te storen aan de regelmaat waarmee Doorenbos (al dan niet met foto) opduikt in de publiciteit rond de zaak BolsWessanen. “Uw vraag in de fax van 12 september jl. om bevestiging dat de door de NRC gebruikte informatie niet van het Openbaar Ministerie afkomstig is komt mij dan ook, in het licht van de hierboven geschetste omstandigheden, nogal onoprecht over.”

Doorenbos reageerde op zijn beurt nog diezelfde zaterdag. Hij legde Van Zwieteren uit dat het helemaal geen wonder is dat hij vaak geciteerd wordt, daar hij nou eenmaal “als wetenschapper en als advocaat/adviseur in eerdere voorkenniszaken” ervaring heeft opgebouwd op het terrein van handel met voorwetenschap. “De suggestie dat ik als advocaat informatie over deze zaak van mijn cliënten naar buiten heb gebracht en de daaraan gekoppelde stelling dat de inhoud van mijn faxbericht van 12 september 'onoprecht' zou zijn, acht ik werkelijk misplaatst.”

Afgelopen vrijdag werd BolsWessanen-directeur T.J. van N. uit de politiecel vrijgelaten op voorwaarde dat hij zich voor het verdere justitieel onderzoek beschikbaar houdt. Van N. was de laatste die vrijkwam van de tot nog toe vijf aangehouden verdachten.

    • Geert van Asbeck