Moslims vechten geldigheid aan; Bosnië: opluchting na verkiezingsslag

SARAJEVO, 16 SEPT. De verkiezingen in Bosnië zijn zaterdag tot opluchting van de internationale gemeenschap zonder belangrijke incidenten verlopen. Wel kondigde de belangrijkste moslim-partij aan de uitslag in het Servische deel van Bosnië niet te zullen erkennen, wegens de vele onregelmatigheden.

President Clinton prees de verkiezingen als “een opmerkelijke stap voorwaarts” en Carl Bildt vond dat ze “waardig en ernstig” verliepen. De leider van de OVSE- missie, Frowick, sprak van “een historische dag”.Tussen 60 en 70 procent van de 2,3 miljoen Bosniërs bracht zaterdag zijn stem uit voor een staatspresidium, het parlement van Bosnië, de parlementen van de twee entiteiten van Bosnië (de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek), en kantonale raden. De eerste, nog zeer voorlopige uitslagen worden later vandaag verwacht. De 52.000 soldaten van de internationale vredesmacht IFOR, de VN-politie en duizenden buitenlandse waarnemers hielden toezicht op de verkiezingen. Op enkele uitzonderingen na - in Sarajevo ontstaken kiezers in woede omdat ze te lang moesten wachten, elders werden enkele schoten gelost - deden zich geen incidenten voor.

De belangrijkste tekortkoming op de verkiezingsdag zelf was de chaotische manier waarop het stemmen 'over de grens' was geregeld. Veel moslim-vluchtelingen, die wilden stemmen in hun oorspronkelijke woonplaatsen in de Servische Republiek, kregen daar te horen dat ze hun stem niet in hun vroegere woonplaatsen mochten uitbrengen, maar in dorpen in de buurt. Sommigen accepteerden dat niet. Het belangrijkste incident deed zich voor in een dorp bij Gorazde, waar zeshonderd moslims niet konden stemmen omdat de Serviërs het stemlokaal op slot hielden. 13.500 moslim-vluchtelingen - veel minder dan de 100.000 op wie was gerekend - maakten zaterdag gebruik van de mogelijkheid te stemmen in de Servische Republiek. Achtduizend moslims hadden aangekondigd in Srebrenica te gaan stemmen, maar slechts drie kwamen daadwerkelijk naar Srebrenica om er hun stem uit te brengen. Vierduizend Serviërs staken de bestandslijn over om te stemmen in de moslim-Kroatische federatie.

De Partij van Democratische Actie SDA van president Izetbegovic, de belangrijkste partij van de moslims, gaf zaterdag nog voordat alle stembureaus waren gesloten een verklaring uit waarin de geldigheid van de verkiezingen in de Servische Republiek werd betwist. “Zelfs voor de resultaten van de verkiezingen bekend zijn is duidelijk dat in vele delen van Bosnië, vooral in de Servische entiteit, geen sprake is van de noodzakelijke voorwaarden voor vrije en eerlijke verkiezingen onder de criteria van Dayton of zelfs de marginale standaard van de democratie”, aldus de SDA in een brief aan de Veiligheidsraad van de VN.

Pagina 6: 'Stemmen was voor vluchtelingen vernederend'

Mohammed Sacirbey, de Bosnische ambassadeur bij de VN, zei in een gesprek met deze krant dat in de Servische Republiek bij veel stembureaus waarnemers ontbraken en dat stembussen onbewaakt bleven. Ook was het de vluchtelingen moeilijk gemaakt te stemmen en moesten veel vluchtelingen in de Servische Republiek buiten hun vroegere woonplaatsen stemmen in speciale 'moslim-stembureaus'. “Het stemmen voor de vluchtelingen was moeilijk, gevaarlijk en vernederend”, aldus Sacirbey. Hij zei dat de SDA nog zal onderzoeken hoe ernstig de onregelmatigheden zijn geweest. Op basis van dat onderzoek zal worden beslist of de SDA de uitslag van de verkiezingen in Servische Republiek boycot.

Volgens andere waarnemers werden moslim-vluchtelingen die de grens waren overgestoken vernederd doordat stembureau's in een verwoeste moskee waren gevestigd. In Srebrenica was een stemlokaal voor de moslims gevestigd in een school waar in juli vorig jaar, na de verovering van de enclave dor de Serviërs, moslims waren mishandeld.

De verklaring waarin de SDA de verkiezingsuitslag in de Servische Republiek ongeldig verklaarde, kwam zaterdag enkele minuten nadat 'vredescoördinator' Carl Bildt had geconcludeerd dat volgens de eerste rapporten van waarnemers de verkiezingen “uitzonderlijk netjes” en “met grote waardigheid, in grote rust en met grote ernst” verliepen.

Later zaterdag gaf president Izetbegovic - voorzitter van de SDA - een verklaring uit waarin hij het gedrag van de Bosnische Serviërs veroordeelde. Maar in die verklaring stond hij niet stil bij de vraag of de uitslag van de verkiezingen in de Servische Republiek ongeldig zijn of nioet.

De Bosnische Serviërs reageerden op de verklaring van de SDA met een stopzetting van het tellen van de stemmen. Een vertegenwoordiger van de OVSE bracht hen er later toe het tellen toch te hervatten.

Woordvoerders van de internationale gemeenschap bestreden de klacht van de SDA. Richard Holbrooke, de Amerikaanse 'architect' van het vredesakkoord van Dayton, zei dat de SDA-klacht “niet veel voorstelt”. Ed van Thijn, de leider van de OVSE-waarnemers, weigerde in te gaan op een verzoek van de SDA om de klacht in een gesprek toe te lichten. Van Thijn liet weten dat de OVSE, en niet de SDA of welke andere politieke partij ook, de bevoegdheid heeft vast te stellen of de verkiezingen geldig zijn of niet. OVSE-woordvoerder Kuperman liet weten dat alle partijen bij voorbaat wisten dat de verkiezingen “niet perfect zouden zijn”, maar dat de waarnemers op de verkiezingsdag zelf geen onregelmatigheden hebben gemeld. Ze herhaalde dat het de OVSE is, en niet de SDA, die bepaalt of de verkiezingen geldig zijn of niet.

Het hoofd van de OVSE-missie in Sarajevo, Robert Frowick, noemde de verkiezingsdag 's avonds “een historische dag voor Bosnië”. Hij onderstreepte dat de dag “verbazingwekkend incident-vrij” was verlopen. In een reactie op het protest van de SDA zei hij: “Alle partijen hebben ermee ingestemd om mee te doen aan de verkiezingen, terwijl ze heel goed wisten dat voor deze verkiezingen geen staat van perfectie was bereikt. Het standpunt van de OVSE is dat deze verkiezingen “vrijwel vrij zijn geweest van misbruik”. Frowick is de man die moet vaststellen of de verkiezingen geldig zijn.

Richard Holbrooke, de Amerikaanse architect van het vredesakkooord van Dayton, woonde de verkiezingen als waarnemer bij. Hij bezocht Pale en kreeg daar in een gesprek met Biljana Plavsic, de president ad interim van de Servische Republiek, de belofte los dat de Servische vertegenwoordiger in het Bosnische staatspresidium zich loyaal zal opstellen. Die Servische vertegenwoordiger in het staatspresidium wordt zo goed als zeker Momcilo Krajisnik, tot dusverre voorzitter van het parlement van de Bosnische Serviërs en lid van de Servische Democratische Partij (SDS), de partij die tot voor kort werd geleid door Radovan Karadzic.

Holbrooke reisde vervolgens door naar Belgrado en sprak daar gisteren met de Servische president, Slobodan Milosevic. Hij zei dat de presidenten Milosevic en Izetbegovic elkaar over drie weken in Parijs zullen ontmoeten om te praten over de normalisering van de relaties tussen Sarajevo en Belgrado. Joegoslavië (Servië en Montenegro) en Bosnië hebben elkaar diplomatiek wel erkend, maar ze hebben nog geen diplomatieke betrekkingen aangeknoopt. Holbrooke zei dit weekeinde ook de Amerikaanse regering “een mini-Dayton” te zullen voorstellen om de partijen in ex-Joegoslavië nog eens te dwingen hun verplichtingen in het vredesproces te onderschrijven. Wanneer en waar die top wordt gehouden, en wie er naast de presidenten van Bosnië, Kroatië en Servië aan zouden moeten deelnemen, is nog niet duidelijk.

Volgens Holbrooke zal de internationale gemeenschap na het aflopen van het mandaat van IFOR in Bosnië in december een troepenmacht moeten handhaven. “De druk van een internationale veiligheidsmacht moet volgend jaar blijven. Je kunt niet van 60.000 soldaten naar nul gaan zonder het risico te lopen van een snelle desintegratie”, zo zei hij zaterdag.

De Amerikaanse president Clinton omschreef gisteren de verkiezingen in Bosnië als “een opmerkelijke stap voorwaarts”. Hij zei dat de Verenigde Staten hun rol in Bosnië zullen blijven spelen, zonder in te gaan op de vraag of dat betekent dat ze na december militair aanwezig zullen zijn in Bosnië. Tot dusverre is het officiële Amerikaanse standpunt dat de Amerikaanse troepen met IFOR in december Bosnië moeten hebben verlaten.