Meijling: militairen leven niet op eiland

AMSTERDAM, 16 SEPT. Staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie) heeft zaterdag tijdens het opheffingscongres van de dienstplichtigenbond VVDM uitgehaald naar de critici die verwachten dat het leger alleen “het schuim der natie” zal trekken. “Wie denkt dat de nieuwe code voor beroepsmilitairen leidt tot kadaverdiscipline slaat de plank volledig mis”, aldus Gmelich Meijling.

Het maatschappelijk draagvlak van de krijgsmacht is volgens de staatssecretaris van Defensie nog altijd “solide en dient dit ook te blijven”. “Militairen leven niet op een eiland, maar maken in alle opzichten volwaardig deel uit van onze samenleving. Zij zijn lid van politieke partijen, van vakbonden, van de ANWB en Natuurmonumenten. Militairen zijn net zo tuk op Airmiles en kristalzegels als andere Nederlanders”, aldus Gmelich Meijling.

De afschaffing van de dienstplicht houdt volgens Gmelich Meijling niet in dat democratische verworvenheden van het leger overboord zullen worden gezet. “De nieuwe beroepsmilitair heeft een strenge fysieke en psychische keuring ondergaan en voldoet verder aan de voor zijn functie gestelde eisen wat betreft opleiding, ervaring en leeftijd. Dat is een normale vorm van bedrijfsvoering die niet wezenlijk afwijkt van selectiemethoden die worden gehanteerd door bijvoorbeeld Shell, Philips of voor mijn part de Hema.”

Defensie bezint zich echter wel op een nieuwe gedragscode voor de beroepsmilitairen. Zij moeten hun taken professioneel uitvoeren en dat houdt in dat niet alle ontwikkelingen die in de maatschappij worden getolereerd ook in de krijgsmacht aanvaardbaar zijn. “Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van drugs. Hiervoor is in mijn optiek geen plaats binnen de krijgsmacht”, aldus staatssecretaris Gmelich Meijling.