Kluners stuiven met ijsmuts over hoogpolig tapijt

ROELOFARENDSVEEN, 16 SEPT. Schaatser Arnold van der Poel kan heel behoorlijk sprinten. Hij reed in zijn goede tijd de 500 meter zelfs onder de 38 seconden, maar werd nooit Nederlands kampioen. Gisteren, bij een temperatuur van plus zestien, bemachtigde de 27-jarige Van der Poel toch nog zijn nationale titel. Hij won het eerste NK klunen. “Ach, het is altijd leuk om te winnen”, zei de kersverse kampioen.

Wie kent sinds de Elfstedentochten van 1985 en '86 het woord klunen niet? Het is sindsdien officieel in de Nederlandse taal opgenomen. “Met schaatsen onder gebonden over het land lopen op plaatsen waar het ijs te slecht is of het traject niet aansluit”, geeft de laatste editie van de dikke Van Dale als uitleg. In Roelofarendsveen lag er gisteren geen ijs, maar wel een tapijt van honderd meter waarover mannen en vrouwen met schaatsen ondergebonden probeerden zo snel mogelijk te rennen. Sommigen hadden zelfs een ijsmuts op.

Paalzitten, koeien melken, onderwaterhockey, sjoelen, overal wordt tegenwoordig een Nederlands kampioenschap in georganiseerd. Dus waarom niet in het klunen, moet René van der Geest hebben gedacht. Als lid van IJsclub Alkemade zocht hij een ludieke manier om aan geld te komen voor het nieuwe clubhuis. Van der Geest kwam op het idee toen hij afgelopen winter Ruud Borst de klassieke Oldambt-marathon zag winnen, nadat de boomlange schaatser vlak voor de finish zijn drie medekoplopers had afgeschud door als beste te klunen.

Borst, afkomstig uit het naburige Hoogmade, werd dan ook als eerste voor het NK in Roelofarendsveen uitgenodigd. Hij stemde meteen in. “Ik ken hier al die gasten, hè.” Maar Borst vindt, zo zei hij voor de start, zichzelf niet zo'n bijzondere kluner. “Ik ben lang en kan helemaal niet zo hard lopen. Dat toen in de Oldambt-rit stelde ook niet veel voor. Iedereen was moe en ik kon met mijn lange stappen makkelijk afstand nemen. Maar de televisie was erbij en die maakte er veel heisa over.” Wat is de kunst van het klunen? “Je kniëen hoog optillen en recht blijven lopen.”

Borst was gistermiddag één van de drie A-marathonrijders die meededen aan het NK. Dat viel de organisatie wat tegen. De grote helden van het natuurijs, zoals Evert van Benthem en Erik Hulzebosch, werden uitgenodigd, maar vroegen flinke startgelden. En die middelen waren er niet. Van der Geest en zijn clubgenoten waren al blij dat ze de winnaar een premie van tweehonderd gulden konden overhandigen, inclusief een tienritten-kaart voor de kunstijsbaan in Haarlem. De organisatoren moesten ook nog vijftien gulden per meter neertellen voor het tapijt, omdat geen bedrijf bereid was de stof te schenken. Daarmee werd de kans gemist reclame te maken aangezien er liefst drie cameraploegen op het evenement waren afgekomen.

Aad Berg kwam volop in beeld, want hij zorgde voor de start voor het nodige oponthoud. De 50-jarige Leidenaar, in 1993 veteranen-wereldkampioen marathon, had originele Friese doorlopers ondergebonden en dat mocht volgens het reglement niet. Berg ging op zoek naar andere schaatsen en vond die bij een andere deelnemer. Dat bleek sportwethouder Beelen te zijn. Berg bereikte op het geleende paar knap de kwartfinale, de wethouder werd uitgeschakeld. Het publiek vond het leuk. Het stond in drie rijen dik langs het parcours aan het Noordeinde. “Misschien moeten we volgende keer naar het Noordplein. Daar kunnen we tribunes neerzetten”, opperde een medewerker.

René van der Geest wil van het NK een jaarlijks evenement maken. Hij hoopt dan dat er meer topschaatsers zullen inschrijven. Ruud Borst is daar niet optimistisch over. “Iedereen is zo vlak voor de start van het seizoen bang voor blessures. Daar moet je bij het klunen erg voor uitkijken. Je klapt zo door je enkels heen.” Hij zei vooraf zelf ook geen zin in een blessure te hebben. “Maar ik kan nu wel zeggen dat ik het mak aan ga doen, straks komt het fanatisme toch weer omhoog.” Dat bleek. Borst stoof over het hoogpolige tapijt en werd na vijf manches verdienstelijk derde. Zijn zus Marion won bij de vrouwen.

Winnaar Van der Poel, stond met bebloede voeten bij de prijsuitreiking. Zijn hielen hadden het tijdens het klunen zwaar te verduren gehad. “Wie wint, voelt geen pijn”, zei de sprinter lachend. Zijn snelste tijd over de honderd meter, 16,94 seconden in de finale tegen de plaatselijke voetballer Robert Schouten, betekende natuurlijk meteen een Nederlands record. En, zo besefte Van der Poel naderhand, ook nog een wereldrecord. Want er wordt in de rest van de wereld nauwelijks geschaatst, laat staan gekluund.